<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:4143</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T16:26:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/750883 / FT RK 24/495</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#raadkamer">Raadkamer</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>INS-Updates.nl 2024-0194</rdf:li>
          <rdf:li>RI 2024/78</rdf:li>
          <rdf:li>UDH:TvCu/18461 met annotatie van mr. D.L. Deijs</rdf:li>
          <rdf:li>JOR 2025/66 met annotatie van mr. J.B.A. Jansen</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:4143">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:4143</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-19T11:06:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-08-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:4143 Rechtbank Amsterdam , 10-07-2024 / C/13/750883 / FT RK 24/495</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:4143:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing faillissementsverzoek. Pensioenverplichtingen en verplichtingen uit de daaruit voortvloeiende bedrijfstakeigen regelingen moeten worden betaald op dezelfde bankrekening. De betreffende entiteiten lijken dan ook geen afgescheiden vermogens te hebben. Dat de entiteiten elk een vordering op gerekestreerde hebben, is daarom onvoldoende om pluraliteit van schuildeisers aan te nemen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:4143:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Afdeling privaatrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaak-/rekestnummer: C/13/750883 / FT RK 24/495 <?linebreak?></para>
    <para>uitspraakdatum: 10 juli 2024</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Afwijzing faillietverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter griffie van deze rechtbank is op 17 mei 2024 een verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid , </para>
      <para>statutair gevestigd te Amsterdam , </para>
      <para>Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Bouw &amp; Infra , </para>
      <para>gevestigd te Harderwijk , </para>
      <para>en,</para>
      <para>Stichting Aanvullingsfonds Bouw &amp; Infra , </para>
      <para>gevestigd te Harderwijk , </para>
      <para>verzoekers, </para>
      <para>advocaat mr. S.K. Tuithof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoekschrift strekt tot faillietverklaring van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [betrokkene] B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer [nummer] , </para>
      <para>statutair gevestigd te [adres] </para>
      <para> .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is behandeld ter zitting van 25 juni en 9 juli 2024. Namens verzoekers is gehoord ter zitting mr. I.M.C.A. Reinders Folmer, advocaat te Amsterdam. Namens gerekestreerde is niemand verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het faillissement heeft tot doel het vermogen van de schuldenaar onder diens gezamenlijke schuldeisers te verdelen. Dit houdt in ieder geval in dat sprake moet zijn van vorderingen van verschillende (rechts)personen, met ieder een zelfstandig vorderingsrecht, welke vorderingsrechten deel uit maken van afzonderlijke vermogens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderhavige verzoek is weliswaar aangevraagd door drie verschillende rechtspersonen met (mogelijk) zelfstandige vorderingsrechten, maar er lijkt geen sprake te zijn van afzonderlijke vermogens. Blijkens de stukken bij het verzoek stuurt Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid , mede namens de bedrijfstakeigen regelingen in die sector, aan bedrijven die vallen onder deze regelingen, een digitale premiefactuur voor de drie entiteiten gezamenlijk. Het verschuldigde bedrag dient bovendien op een en dezelfde bankrekening ten name van Stichting Derdengelden APG te worden voldaan, zonder uitsplitsing per entiteit. </para>
      <para>Nog los van de vraag of sprake is van zelfstandige vorderingsrechten – of dat ervan moet worden uitgegaan dat deze onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden in die zin, dat als de  pensioenverplichting niet van toepassing is ook de overige vorderingen niet ontstaan – kan dus niet gesteld worden dat sprake is van, voor de buitenwereld kenbare, afzonderlijke vermogens. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu, gelet op de onderlinge verbondenheid van de schuldeisers en de vorderingen, niet summierlijk is gebleken van het bestaan van een pluraliteit van schuldeisers die mee brengt dat het vermogen van de schuldenaar door de curator over verschillende zelfstandige vermogens verdeeld moet worden, is niet voldaan aan het vereiste van artikel 6 lid 3 Fw. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek moet dan ook worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- wijst het verzoek af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. de Vos en in raadkamer uitgesproken op 10 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>