<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:4073</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-10T09:42:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-141377-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:4073">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:4073</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-10T09:03:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:4073 Rechtbank Amsterdam , 03-07-2024 / 13-141377-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:4073:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overlevering. Pools EAB t.b.v. vervolging. Tussenuitspraak i.v.m. detentieomstandigheden. Algemeen gevaar gevaar voor gedetineerden in remand prisons; nadere vragen m.b.t. mogelijk individueel gevaar. Onderzoek heropend en geschorst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:4073:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-141377-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 3 juli 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold"> TUSSENUITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 26 april 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_3fbdff4e-0224-4ed9-b29c-4a11ee63ab6c" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 26 juli 2023 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Łódź</emphasis>, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon] </emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1993, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de [P.I.] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 19 juni 2024, in aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S. Pershad, advocaat in Rotterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_1266e182-b4ff-4723-8b38-8f267af43def" /> Tevens is de gevangenhouding bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een beslissing <emphasis role="italic">on preventive arrest</emphasis> van <emphasis role="italic">the District Court for Łódź-Śródmieście in Łódź</emphasis> van 5 mei 2023, met kenmerk: IV1K 222/23. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_3808a8ff-121a-4897-a3d8-b323547642f9" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid: feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder nummers 1, 5, 9 en 20 te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	deelname aan een criminele organisatie</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	witwassen van opbrengsten van misdrijven</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	oplichting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Onschuldverweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon verklaart niet schuldig te zijn aan de feiten. Hij heeft dit, anders dan de OLW vereist, niet tijdens het verhoor ter zitting aangetoond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De onschuldbewering leidt alleen om die reden al niet tot weigering van de overlevering.<footnote-ref linkend="_87cdbc65-02df-48fa-8d49-8f82b12874e4" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Poolse rechtstaat</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_a005ee51-919c-4ceb-ab5e-ce6f4815b9d8" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van haar strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_01508fb1-da0e-4c8a-9d01-51ce48723023" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Detentieomstandigheden in Polen</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de zorgen die in het rapport van het <emphasis role="italic">European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment</emphasis> (CPT) van 22 februari 2024 (hierna: het CPT-rapport) worden geuit met betrekking tot de detentieomstandigheden van voorlopig gehechte gedetineerden. Verder heeft de rechtbank kennis genomen van de reactie van 22 februari 2024 van de Poolse autoriteiten op het CPTrapport. In recente tussenuitspraken heeft de rechtbank aanvullende vragen gesteld, ter beoordeling van de vraag of sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van grondrechten.<footnote-ref linkend="_01a8f061-bfbd-4572-8d0d-13d62fb219f0" /> Inmiddels zijn deze vragen in een aantal zaken beantwoord.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In uitspraken van 5 juni 2024<footnote-ref linkend="_11eb6f66-3fc4-44b6-aaa4-d7d0a9665b42" /> heeft de rechtbank overwogen dat de beantwoording van deze vragen door de Poolse autoriteiten niet afdoende is om de eerder geuite zorgen weg te nemen. Uit de antwoorden blijkt immers niet hoeveel m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) een voorlopig gehechte in een meerpersoonscel heeft. Dit is zorgelijk tegen de achtergrond van – hoofdzakelijk – het aantal uur per dag op cel (veelal 23 uur per dag), in voorkomend geval in combinatie met andere – de detentieomstandigheden verzwarende – aspecten, namelijk de beperking van het contact met de buitenwereld en de (duur van) de vereiste toestemmingsprocedure voor bezoek en telefonisch contact, zoals van toepassing in het gehele <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> in Polen.<footnote-ref linkend="_90db8f92-69da-4ff7-aa41-be7308455b41" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft dan ook geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> in Polen terechtkomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vaststelling van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten voor gedetineerden die terecht komen in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis>, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon na overlevering zullen worden geschonden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Teneinde te verzekeren dat de grondrechten in het concrete geval worden geëerbiedigd, is de rechtbank dan ook verplicht om vervolgens na te gaan of er, in de omstandigheden van het geval, gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na haar overlevering aan Polen een reëel gevaar zal lopen van schending van haar grondrechten, gezien de detentieomstandigheden in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> in Polen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In overeenstemming met het verzoek van de raadsvrouw en het standpunt van de officier van justitie zal de rechtbank het onderzoek heropenen en de officier van justitie verzoeken om de uitvaardigende justitiële autoriteit te vragen of, indachtig de omstandigheden op grond waarvan een algemeen gevaar voor het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> is aangenomen, dit gevaar – al dan niet met een individuele detentiegarantie – voor de opgeëiste persoon kan worden weggenomen. Voor zover de uitvaardigende justitiële autoriteit meent dat het algemeen gevaar voor de opgeëiste persoon binnen het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> kan worden weggenomen, dan wenst de rechtbank in het bijzonder het volgende <emphasis role="underline">over het Huis van Bewaring, waar de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd</emphasis>, te vernemen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">De rechtbank begrijpt uit het CPT-rapport dat voorlopig gehechten minimaal 3 vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel ter beschikking hebben. Kan (tegen de achtergrond van het arrest Dorobantu (ECLI:EU:C:2019:857, punten 75-76), voor de opgeëiste persoon worden gegarandeerd dat zij minimaal 4 vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel zal krijgen in het Huis van Bewaring waar zij terecht komt? Of zal zij slechts tussen de 3 en 4 vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel krijgen? </emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Kan de opgeëiste persoon deelnemen aan activiteiten in het betreffende Huis van Bewaring?</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Indien zij ervoor kiest deel te nemen aan alle aangeboden activiteiten, hoeveel uur per dag zou zij dan minimaal buiten haar cel verblijven?</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Geldt voor de opgeëiste persoon dat zij, indien zij contact met de buitenwereld wil hebben door gebruik van de telefoon en het ontvangen van bezoek, voorafgaand aan ieder bezoek of telefoongebruik altijd toestemming zal moeten vragen?</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Zo ja, hoe lang duurt de procedure (inclusief het rechtsmiddel) om toestemming te         krijgen voor het gebruik van de telefoon en het ontvangen van bezoek?</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank wijst erop dat de uitvaardigende justitiële autoriteit voor de beantwoording van boven gestelde vragen – zo nodig – bijstand kan verzoeken aan de centrale autoriteit of één van de centrale autoriteiten van Polen, in de zin van artikel 7 van het Kaderbesluit.<footnote-ref linkend="_6f45ddbf-2143-4722-b16b-e069ea5dedb8" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT</emphasis> en <emphasis role="bold">SCHORST</emphasis> het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 6.2 genoemde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERLENGT </emphasis>de termijn waarbinnen de rechtbank uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met 30 dagen – ingaande op het moment waarop de termijn van 90 dagen verstrijkt – onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEPAALT</emphasis> dat de zaak vanwege het verstrijken van de verlengde beslistermijn (op 21 augustus 2024), uiterlijk op 7 augustus 2024 (en zoveel eerder als mogelijk) opnieuw op zitting moet worden gepland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijd, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsvrouw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen een nader te bepalen datum en tijd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. J.P.W. Helmonds,	 				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.J.R.M. Vermolen en A. Pahladsingh,			   		   	   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mrs. K.M. Diender en A.T.P. van Munster,	               griffiers,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 3 juli 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_3fbdff4e-0224-4ed9-b29c-4a11ee63ab6c" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1266e182-b4ff-4723-8b38-8f267af43def" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3808a8ff-121a-4897-a3d8-b323547642f9" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_87cdbc65-02df-48fa-8d49-8f82b12874e4" label="4">
    <para> Rechtbank Amsterdam, 19 augustus 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:4340.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a005ee51-919c-4ceb-ab5e-ce6f4815b9d8" label="5">
    <para> Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, r.o. 4.4. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_01508fb1-da0e-4c8a-9d01-51ce48723023" label="6">
    <para> Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (<emphasis role="italic">Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat))</emphasis>. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_01a8f061-bfbd-4572-8d0d-13d62fb219f0" label="7">
    <para>Zie onder andere: rechtbank Amsterdam, 5 april 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:1982.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_11eb6f66-3fc4-44b6-aaa4-d7d0a9665b42" label="8">
    <para> Zie onder andere: rechtbank Amsterdam, 5 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3257.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_90db8f92-69da-4ff7-aa41-be7308455b41" label="9">
    <para> Zie rechtbank Amsterdam, 6 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3365.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6f45ddbf-2143-4722-b16b-e069ea5dedb8" label="10">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 5 april 2016, C-404/15 en C-659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:198 (<emphasis role="italic">Aranyosi en Căldăraru</emphasis>), punt 97. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>