<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:4048</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-10T15:24:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/006358-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:4048">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:4048</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-10T11:31:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:4048 Rechtbank Amsterdam , 20-06-2024 / 13/006358-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:4048:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenuitspraak, onderzoek heropend om aanvullende vragen te stellen over individuele detentieomstandigheden van de opgeëiste persoon in Poolse remand prisons.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:4048:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/006358-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 20 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 1 maart 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_a0e8da01-9e54-413a-9d15-a976f4f66a98" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 11 september 2019 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Szczecin</emphasis>, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1976, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>
        [BRP-adres] ,</para>
      <para>nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 18 april 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 april 2024, in aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman, mr. T. Polat, advocaat in Breda, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_fb4c9a52-646e-4c0e-ba64-f1c907c14972" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak 2 mei 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij tussenuitspraak van 2 mei 2024<footnote-ref linkend="_a0827033-5c3e-4b67-aee3-998c7b95023f" /> heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit aanvullende vragen te stellen over de detentieomstandigheden voor voorlopig gedetineerden in Polen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 6 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB is – met instemming van de raadsman en de officier van justitie in gewijzigde samenstelling – hervat op de zitting van 6 juni 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in het kader van het onderzoek naar de detentieomstandigheden in <emphasis role="italic">remand prisons</emphasis> in Polen de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen over de verzochte overlevering op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW, met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">enforceable decision on remand in custody issued by the Szczecin-Centrum District Court in Szczecin, 5th Penal Division</emphasis> van 8 juli 2019, met kenmerk V Kp 699/19.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_fe040be1-035d-4e57-aa38-869102b47104" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Tussenuitspraak 2 mei 2024</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in de tussenuitspraak van 2 mei 2024 geoordeeld dat de feiten dubbel strafbaar zijn, dat de opgeëiste persoon niet gelijkgesteld kan worden met een Nederlander als bedoeld in artikel 6 OLW en dat geen sprake is van een individueel reëel gevaar voor schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Die overwegingen worden in deze uitspraak als herhaald en ingelast beschouwd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden in Polen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding van de tussenuitspraak van 2 mei 2024 hebben de Poolse autoriteiten op 9 mei 2024 bericht dat de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd in de penitentiaire inrichting Goleniów, waarbij de volgende informatie is verstrekt over de detentieomstandigheden voor voorlopig gedetineerden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. <emphasis role="italic">The temporarily arrested persons have access, as a matter of principle, to all the activities of the prisoners carried out outside the residential cell, also within the scope of the recreational, sports or cultural-educational occupations. This is provided for in Art. 214 § 1 of the executive criminal code. The temporarily arrested persons, as persons to whom there is a presumption of innocence, are not covered by the resocialization activities.</emphasis></para>
    <para />
    <para>2. <emphasis role="italic">All temporarily arrested persons may participate in the above mentioned activities, unless an order on the restriction of contact with other prisoners was issued.</emphasis></para>
    <para />
    <para>3. <emphasis role="italic">It is not possible to answer the question, how many hours daily the temporarily arrested persons are spending outside the cell in connection with the offered occupations or activities. The remand centers and the penal institutions do not keep such records. However it is to be taken into consideration, that the temporarily arrested persons are not under the obligation to participate in the subject activities, so the time spent outside the cell may be different depending on a temporarily arrested person.</emphasis></para>
    <para />
    <para>4. <emphasis role="italic">There is no specified procedure how a temporarily arrested person can apply for a higher dimension of time spent outside the cell than the one provided for the walk in the prison yard. All requests in this respect shall be addressed to the director of the penal institution or remand center in accordance with the rules of order of the penitentiary units.</emphasis></para>
    <para />
    <para>5. <emphasis role="italic">The decisions concerning the requests of the temporarily arrested persons are examined without delay.</emphasis></para>
    <para />
    <para>6. <emphasis role="italic">According to Art. 217 § 1a of the executive criminal code a temporarily arrested person, as a matter of principle, has the right to at least one visit a month of the closest person. A bigger number of visits depends on the requests of the temporarily arrested person, the decision of the authority at whose disposal he/she remains or the character of the case. Each temporarily arrested person is treated individually and it cannot be ascertained, that only and exclusively one visit a month of the closest person is a norm. Apart from that the above quoted provision does not concern the contact with the counsel for the defense, to whom the assent to a visit to the temporarily arrested person is given in accordance with the requests.</emphasis></para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para>8. <emphasis role="italic">As provided for in Art. 110 § 2 of the executive criminal code, the surface area in a residential cell per sentenced person is not less than 3 m2. It is not possible to state a concrete size of space, that will be available to the requested person in a multi-person cell. It depends on the number of other temporarily arrested persons and a concrete cell, in which the requested person will be placed (for example the surface area of a 24-hour monitored cell is approximately 6 m2 per prisoner).</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd, omdat met de beantwoording van de vragen door de Poolse autoriteiten het algemeen reëel gevaar voor een onmenselijke en vernederende behandeling in de detentie-instellingen voor voorlopig gedetineerden voor de opgeëiste persoon niet is weggenomen. Er is geen antwoord gegeven op de vraag of de opgeëiste persoon mag deelnemen aan activiteiten en hoeveel tijd zij tijdens het verblijf in voorlopige hechtenis buiten de cel kan verblijven. Ook is niet concreet aangegeven hoeveel persoonlijke ruimte de opgeëiste persoon in een meerpersoonscel zal hebben. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat hierover nadere vragen moeten worden gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat aanvullende vragen moeten worden gesteld aan de Poolse autoriteiten om het individueel reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling in de detentie-instellingen voor voorlopig gedetineerden weg te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de zorgen die in het rapport van <emphasis role="italic">de Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment</emphasis> van 22 februari 2024 (hierna: het CPT-rapport) worden geuit met betrekking tot de detentieomstandigheden van voorlopig gedetineerden. Verder heeft de rechtbank kennis genomen van de reactie van 22 februari 2024 van de Poolse autoriteiten op het CPT-rapport. In recente tussenuitspraken heeft de rechtbank aanvullende vragen gesteld, ter beoordeling van de vraag of sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van grondrechten.<footnote-ref linkend="_620593ae-a424-4982-b0b8-67036a3655fd" /> Inmiddels zijn deze vragen in een aantal zaken, waaronder de onderhavige zaak, beantwoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In uitspraken van 5 juni 2024<footnote-ref linkend="_9d99200a-38e5-447a-9676-72a7febee639" /> heeft de rechtbank overwogen dat de beantwoording van deze vragen door de Poolse autoriteiten niet afdoende is om de eerder geuite zorgen weg te nemen. Uit de antwoorden blijkt immers niet hoeveel m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) een voorlopig gedetineerde in een meerpersoonscel heeft. Dit tegen de achtergrond van het aantal uur per dag op cel (veelal 23 uur per dag) en in voorkomend geval in combinatie met andere - de detentieomstandigheden verzwarende - aspecten, namelijk de beperking van het contact met de buitenwereld en de (duur van) de vereiste toestemmingsprocedure voor bezoek en telefonisch contact, zoals van toepassing in het gehele <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> in Polen.<footnote-ref linkend="_da9a454a-0347-4133-a333-a85bba3ba20e" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft dan ook geoordeeld dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> in Polen terechtkomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vaststelling van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten voor gedetineerden die terecht komen in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis>, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon na overlevering zullen worden geschonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teneinde te verzekeren dat de grondrechten in het concrete geval worden geëerbiedigd, is de rechtbank dan ook verplicht om vervolgens na te gaan of er, in de omstandigheden van het geval, gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na haar overlevering aan Polen een reëel gevaar zal lopen van schending van haar grondrechten gezien de detentieomstandigheden in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> in Polen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook in de onderhavige zaak is de rechtbank van oordeel dat de beantwoording van de vragen door de Poolse autoriteiten, zoals hierboven is weergegeven, onvoldoende concrete informatie bevat om de zorgen omtrent de detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon weg te nemen. Uit de antwoorden blijkt dat de opgeëiste persoon na overlevering naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd in de penitentiaire inrichting van Goleniów en dat zij over minimaal 3 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) zal beschikken. Afhankelijk van de concrete cel waarin de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd en het aantal voorlopig gedetineerden in die instelling, kan deze persoonlijke ruimte ook een grotere oppervlakte bedragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Weliswaar blijkt uit de beantwoording door de Poolse autoriteiten dat de voorlopig gedetineerden dagelijks één uur mogen luchten en dat zij toegang hebben tot alle recreatie-, sport-, cultuur- en onderwijsactiviteiten die in detentie worden aangeboden, maar onduidelijk is gebleven hoeveel uur de opgeëiste persoon per dag buiten haar cel aan deze activiteiten kan besteden. De rechtbank acht deze informatie wel noodzakelijk om te kunnen beoordelen of het algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling van voorlopig gedetineerden in Poolse <emphasis role="italic">remand prisons</emphasis> ten aanzien van de opgeëiste persoon kan worden weggenomen. Bovendien is, behalve het recht op één bezoek per maand, geen informatie verstrekt over de mogelijkheden en beperkingen voor de opgeëiste persoon ten aanzien van het contact met de buitenwereld door het ontvangen van bezoek en telefonisch contact.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom zal de rechtbank het onderzoek heropenen en de officier van justitie verzoeken om de uitvaardigende justitiële autoriteit te vragen of, indachtig de omstandigheden op grond waarvan een algemeen gevaar voor het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> is aangenomen, dit gevaar – al dan niet met een individuele detentiegarantie – voor de opgeëiste persoon kan worden weggenomen. Voor zover de uitvaardigende justitiële autoriteit meent dat het algemeen gevaar voor de opgeëiste persoon binnen het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> kan worden weggenomen, wenst de rechtbank in het bijzonder het volgende over het Huis van Bewaring in Goleniów, waar de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, te vernemen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">De rechtbank begrijpt uit het CPT-rapport en de verstrekte informatie dat de opgeëiste persoon minimaal 3 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel ter beschikking zal hebben. Kan (tegen de achtergrond van het arrest Dorobantu (ECLI:EU:C:2019:857, punten 75-76), voor de opgeëiste persoon worden gegarandeerd dat zij minimaal 4 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel zal krijgen in het Huis van Bewaring in Goleniów? Of zal zij slechts tussen de 3 en 4 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) in een meerpersoonscel krijgen? </emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien de opgeëiste persoon ervoor kiest deel te nemen aan alle aangeboden activiteiten, hoeveel uur per dag zou zij dan minimaal buiten haar cel kunnen verblijven?</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geldt voor de opgeëiste persoon dat zij, indien zij meer dan één keer per maand bezoek wil hebben of gebruik wil maken van de telefoon, voorafgaand aan ieder bezoek of telefoongebruik altijd toestemming zal moeten vragen?</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zo ja, hoe lang duurt de procedure (inclusief het rechtsmiddel) om toestemming te         krijgen voor het gebruik van de telefoon en het ontvangen van bezoek?</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst erop dat de uitvaardigende justitiële autoriteit voor de beantwoording van boven gestelde vragen - zo nodig - bijstand kan verzoeken aan de centrale autoriteit of één van de centrale autoriteiten van Polen, in de zin van artikel 7 van het Kaderbesluit.<footnote-ref linkend="_e72ff6ef-87d9-42fc-ae70-42736cb760df" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT</emphasis> en <emphasis role="bold">SCHORST</emphasis> het onderzoek ter terechtzitting voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 5.2 genoemde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERLENGT </emphasis>de termijn waarbinnen de rechtbank uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met 30 dagen – ingaande op het moment waarop de termijn van 150 dagen verstrijkt, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEPAALT</emphasis> dat de zaak <emphasis role="bold">zo spoedig mogelijk</emphasis> maar (vanwege het verstrijken van de beslistermijn op 25 augustus 2024), uiterlijk op 8 augustus 2024 opnieuw op zitting moet worden gepland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijd, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen een nader te bepalen datum en tijd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M.E.M. James-Pater,  				                      		   	voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.R.P.J. Davids en A.J. Scheijde,                         					rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mrs. I. van Heusden en K.M. Diender,                		griffiers,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 20 juni 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_a0e8da01-9e54-413a-9d15-a976f4f66a98" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fb4c9a52-646e-4c0e-ba64-f1c907c14972" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_a0827033-5c3e-4b67-aee3-998c7b95023f" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:2576.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fe040be1-035d-4e57-aa38-869102b47104" label="4">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_620593ae-a424-4982-b0b8-67036a3655fd" label="5">
    <para>Zie onder andere: rechtbank Amsterdam, 5 april 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:1982.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9d99200a-38e5-447a-9676-72a7febee639" label="6">
    <para> Zie onder andere: rechtbank Amsterdam, 5 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3257.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_da9a454a-0347-4133-a333-a85bba3ba20e" label="7">
    <para> Zie rechtbank Amsterdam, 6 juni 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:3365.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e72ff6ef-87d9-42fc-ae70-42736cb760df" label="8">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 5 april 2016, C-404/15 en C-659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:198 (<emphasis role="italic">Aranyosi en Căldăraru</emphasis>), punt 97. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>