<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:3975</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-16T10:52:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/133561-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:3975">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:3975</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-07-08T16:53:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:3975 Rechtbank Amsterdam , 25-06-2024 / 13/133561-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:3975:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Duits verzoek om aanvullende toestemming als bedoeld in art. 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Uit de stukken volgt niet dat de overgeleverde persoon expliciet is gehoord op het verzoek om aanvullende toestemming. Verzoek afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:3975:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/133561-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum beslissing: 25 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 18 april 2024, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door het Landgericht Bamberg op 10 april 2024 en betreft: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon] , </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>thans gedetineerd in Duitsland,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de overgeleverde persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>1</nr>Tussenbeslissing 31 mei 2024</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tussenbeslissing van 31 mei 2024 heeft de rechtbank verzocht om aanvullende informatie om te kunnen beoordelen of de overgeleverde persoon in de gelegenheid is gesteld al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren naar voren te brengen met betrekking tot onderhavig verzoek om aanvullende toestemming. De overwegingen uit die tussenbeslissing dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Aanvullende informatie </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij e-mail van 3 juni 2024 is door de Duitse autoriteiten onder meer het volgende meegedeeld: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">The defendant has already been explicitly heard on the issues of the principle of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">speciality and the request for a supplemental judgement during his appearance before the magistrate. He was informed that he could comment on this any time. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Hoorrecht</emphasis>
      </para>
      <para>Vereist is dat de overgeleverde persoon feitelijk de mogelijkheid heeft gehad om al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot aanvullende toestemming kenbaar te maken, zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 26 oktober 2021.<footnote-ref linkend="_64bf0345-c3e9-4ad6-9742-0ac823d8453a" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel in de aanvullende informatie van 3 juni 2024 wordt meegedeeld dat de overgeleverde persoon expliciet is gehoord op het verzoek om aanvullende toestemming, volgt dit niet uit de stukken in het dossier, waaronder de aanbiedingsbrief van de Oberstaatsanwältin te Bamberg van 9 april 2024 en het proces-verbaal van het verhoor van de overgeleverde persoon bij de kantonrechter in Kleve van 7 december 2023. In dit opzicht wijkt deze zaak dus af van de zaken met betrekking tot de medeverdachten van de overgeleverde persoon (parketnummers 13/133607-24 en 13/133517-24) waarin de rechtbank wel toestemming voor uitbreiding van de vervolging heeft gegeven<?linebreak?></para>
      <para>De rechtbank concludeert daarom dat de overgeleverde persoon niet (alsnog) de mogelijkheid heeft gehad om al zijn opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek tot toestemming kenbaar te maken, zodat niet is voldaan aan de eisen van een effectieve rechterlijke bescherming. Hieruit volgt dat de rechtbank niet met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon een toewijzende beslissing kan nemen op het verzoek. De rechtbank ziet – mede vanwege de geldende beslistermijn, die al is overschreden – geen aanleiding de beslissing op het verzoek (nog) langer aan te houden voor het opnieuw stellen van vragen. De rechtbank zal het verzoek daarom afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst erop dat dit onverlet laat dat de Duitse uitvaardigende justitiële autoriteit desgewenst een nieuw verzoek tot aanvullende toestemming kan indienen, zodra de overgeleverde persoon alsnog feitelijk de mogelijkheid heeft gehad al zijn eventuele opmerkingen en bezwaren met betrekking tot het verzoek om aanvullende toestemming kenbaar te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank <emphasis role="bold">wijst het verzoek om toestemming af. </emphasis></para>
      <para>Deze beslissing is genomen op 25 juni 2024 door</para>
      <para>mr. J.G. Vegter,  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. B.M. Vroom-Cramer en C.M. Delstra,                  				  rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster,		                         	   griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_64bf0345-c3e9-4ad6-9742-0ac823d8453a" label="1">
    <para> Vgl. HvJ EU 26 oktober 2021, ECLI:EU:C:2021:876, punt 63.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>