<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:388</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-31T12:54:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">1329336323</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:388">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:388</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-29T14:13:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:388 Rechtbank Amsterdam , 26-01-2024 / 1329336323</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:388:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Pools executie-EAB. Verweer artikel 12 OLW, verworpen. Verzoek tot aanhouding van de zaak in afwachting van een in Polen ingestelde procedure tot het verkrijgen van een verzamelvonnis, afgewezen. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:388:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.293363-23 (EAB II)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 25 januari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 9 november 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_db6e45a7-d83b-4394-aa3d-c0e8a2146883" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 28 oktober 2019 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Piotrków Trybunalski</emphasis> (Polen; hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1999, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>	[adres opgeëiste persoon] ,</para>
      <para>	hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 januari 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat te Amersfoort, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_d9211fcb-205d-483e-936b-073fc9ccda3a" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vonnis van <emphasis role="italic">the District Court in Piotrków Trybunalski</emphasis> van 28 maart 2019, referentie: <emphasis role="italic">II K 2/19</emphasis>; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnis van <emphasis role="italic">the District Court in Piotrków Trybunalski</emphasis> van 10 april 2019, referentie: <emphasis role="italic">II K 594/18</emphasis>.  </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van: </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat (<emphasis role="italic">II K 2/19</emphasis>). Van deze straf resteren volgens het EAB nog één jaar, vijf maanden en 27 dagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en zes maanden (<emphasis role="italic">II K 594/19</emphasis>). Van deze straf resteren volgens het EAB nog één jaar, vijf maanden en 29 dagen.  </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde vonnissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_6959487e-0354-4a52-ac46-022434dcbe4c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering ten aanzien van het vonnis met kenmerk <emphasis role="italic">II K 2/19</emphasis> moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW. De opgeëiste persoon heeft verklaard dat de informatie van de Poolse autoriteiten dat hij in persoon zou zijn gedagvaard, niet kan kloppen, aangezien hij in 2019 in Oostenrijk in detentie verbleef. Van een dagvaarding in persoon aan de opgeëiste persoon kan dan ook geen sprake zijn. De opgeëiste persoon is bij verstek veroordeeld, zonder dat hij op de hoogte is geraakt van de zittingsdatum in Polen. Overlevering zou daarom een schending zijn van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon, aldus de raadsvrouw. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet op het vonnis met kenmerk <emphasis role="italic">II K 2/19</emphasis> van toepassing is, omdat de dagvaarding voor de procedure die tot dat vonnis heeft geleid, in persoon aan de opgeëiste persoon is uitgereikt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">II K 2/19 </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat uit de aanvullende informatie van 9 januari 2024 blijkt dat de opgeëiste persoon op 21 januari 2019 verbleef op het adres Aresztu Śledczego w Piotrkowie Trybunalskim, zijnde een Poolse detentie-instelling, en dat de naar dat adres verzonden dagvaarding voor de zitting in de procedure II K 2/19 aldaar door hem in ontvangst is genomen. Naar het oordeel van de rechtbank is de opgeëiste persoon hiermee anderszins daadwerkelijk officieel in kennis gesteld van de datum en de plaats van het proces, zodat op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat hij op de hoogte was van het voorgenomen proces. Daarbij is de opgeëiste persoon er, blijkens het EAB, van in kennis gesteld dat een beslissing kan worden genomen wanneer hij niet op het proces verschijnt, zodat sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 12, sub a, OLW en doet de weigeringsgrond van artikel 12 zich niet voor. De enkele, niet onderbouwde stelling van de opgeëiste persoon dat hij ten tijde van het uitreiken van de dagvaarding in Oostenrijk gedetineerd zat, is - mede gelet op het vertrouwensbeginsel - onvoldoende om niet van de juistheid van de aanvullende informatie van de Poolse autoriteiten uit te gaan. De weigeringsgrond in artikel 12 OLW is, gelet op het voorgaande, niet van toepassing.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">II K 594/18 </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het EAB volgt dat de opgeëiste persoon aanwezig was op de zitting van 10 april 2019 die heeft geleid tot het vonnis II K 594/18. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">diefstal;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak; </emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak. </emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Verzoek om aanhouding </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft verzocht om de behandeling van het EAB aan te houden, in afwachting van een in Polen ingestelde procedure tot het verkrijgen van een verzamelvonnis. De mogelijkheid bestaat immers dat het EAB, gelet op het te verwachten verzamelvonnis, zal worden ingetrokken door de uitvaardigende justitiële autoriteit, waarmee de grondslag van de vordering van het openbaar ministerie zou komen te vervallen. Daarbij leert de praktijk dat het succes van een dergelijk cumulatieverzoek afneemt, indien de executie – nadat overlevering heeft plaatsgevonden – al is aangevangen. Gelet op het grote belang van de opgeëiste persoon bij een cumulatief vonnis, moet de beslissing op voornoemd verzoek dan ook worden afgewacht, aldus de raadsvrouw.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich verzet tegen het aanhoudingsverzoek. In de overleveringsprocedure dient te worden beslist op het voorliggende EAB, mede gelet op het verstrijken van de termijn. Het is de officier van justitie daarbij ambtshalve bekend dat het geregeld voorkomt dat vonnissen ook nog worden samengevoegd nadat opgeëiste personen inmiddels zijn overgeleverd en in Polen zijn gedetineerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat op dit moment geen sprake is van een verzamelvonnis en dat de vonnissen die ten grondslag liggen aan het EAB voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn. Het is niet duidelijk of, en zo ja, wanneer een verzamelvonnis zal worden gewezen. Daarmee is ook niet concreet of, en zo ja, wanneer het EAB zou worden ingetrokken. Mededelingen hierover van de zijde van de uitvaardigende justitiële autoriteit ontbreken en ook een datum waarop het cumulatieverzoek in Polen behandeld zou worden, ontbreekt. Daarbij is de rechtbank gehouden binnen de daarvoor geldende termijnen op het overleveringsverzoek te beslissen. De rechtbank wijst daarom het verzoek tot aanhouding van de behandeling van het EAB af. De stelling dat de kans op een succesvol cumulatieverzoek zou afnemen nadat overlevering reeds heeft plaatsgevonden, is niet onderbouwd en het is de rechtbank ook ambtshalve niet bekend dat dit het geval zou zijn. Deze stelling geeft dan ook geen aanleiding anders te beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 45, 310 en 311 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5, en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Regional Court in Piotrków</emphasis> (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. A.J. Scheijde,  				                         		  voorzitter,</para>
      <para>mrs. E. Biçer en A.K. Glerum,                         				   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van F.M.H. Albarda,		                                        griffier,             </para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 25 januari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_db6e45a7-d83b-4394-aa3d-c0e8a2146883" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d9211fcb-205d-483e-936b-073fc9ccda3a" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6959487e-0354-4a52-ac46-022434dcbe4c" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>