<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:3806</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-15T12:04:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/748761 FT RK 24.336</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Insolventierecht 2024/119</rdf:li>
          <rdf:li>INS-Updates.nl 2024-0159</rdf:li>
          <rdf:li>JOR 2024/238 met annotatie van mr. T. Elseman</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:3806">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:3806</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-28T10:58:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:3806 Rechtbank Amsterdam , 04-04-2024 / C/13/748761 FT RK 24.336</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:3806:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>maatwerkvoorziening artikel 379 Fw</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:3806:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">Rechtbank AMSTERDAM </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>rekestnummers: C/13/748761 FT RK 24.336</para>
      <para>uitspraakdatum: 4 april 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">verzoek maatwerkvoorziening ex artikel 379 Fw</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>ingeschreven in de Kamer van Koophandel onder nummer [KvK nummer] , </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,</para>
      <para>hierna te noemen: [verzoeker] ,</para>
      <para>advocaten: mr. K.P. Hoogenboezem, mr. G.P. van Hooft en mr. D.M. van de Loo.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] heeft op 7 december 2023 een startverklaring ex artikel 370 lid 3          Faillissementswet (Fw) ter griffie van deze rechtbank gedeponeerd. [verzoeker] heeft daarbij gekozen voor een openbare akkoordprocedure buiten faillissement.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Op 29 januari 2024 heeft [verzoeker] een verzoekschrift tot het aanstellen van een        observator zoals bedoeld in artikel 380 jo 379 Fw ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Gelijktijdig heeft [verzoeker] op 29 januari 2024 een verzoekschrift tot het treffen van een maatwerkvoorziening zoals bedoeld in artikel 379 Fw ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij beschikking van 14 februari 2024 mr. J.R. Berkenbosch    benoemd tot observator. De rechtbank heeft bij beschikking van 27 februari 2024 het </para>
        <para>verzoek tot het treffen van een maatwerkvoorziening afgewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Op 28 maart 2024 heeft [verzoeker] andermaal een verzoekschrift tot het treffen van een maatwerkvoorziening zoals bedoeld in artikel 379 Fw ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Belanghebbenden bij dit verzoek - de observator, de Rabobank en Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden N.V. - hebben ingestemd met schriftelijke </para>
        <para>afdoening zonder zitting. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [verzoeker] heeft de rechtbank op 2 april 2024 een aangepaste versie van het </para>
        <para>‘Amended Cross-Border Court-to-Court Communications Protocol’ doen toekomen.    </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het verzoek van [verzoeker]</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para> heeft andermaal een verzoek tot het treffen van een maatvoorziening bij de rechtbank ingediend inhoudende het (herziene) Protocol van toepassing te verklaren op de onderhavige procedure en tevens een  <emphasis role="italic">Facilitator </emphasis>als bedoeld in het Protocol aan te wijzen.  </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op 27 februari 2024 heeft deze rechtbank het verzoek van [verzoeker] tot het treffen van een voorziening ex artikel 379 Fw afgewezen. De verzochte voorziening betrof het van toepassing verklaren van een Protocol (hierna te noemen: het Oude Protocol) en daarmee   de zogeheten JIN <emphasis role="italic">Guidelines</emphasis> en JIN <emphasis role="italic">Modalities</emphasis>. De rechtbank heeft in haar beschikking overwogen dat zij in beginsel geen bezwaar heeft tegen het van toepassing verklaren van   de JIN <emphasis role="italic">Guidelines</emphasis> en JIN <emphasis role="italic">Modalities</emphasis>, maar van oordeel is dat enkele door de Amerikaanse rechtbank opgestelde ‘bijzondere bepalingen’ niet passen binnen het toepasselijke Nederlandse procesrecht. Inmiddels heeft [verzoeker] het Oude Protocol gewijzigd om aan de be- zwaren zoals door de rechtbank benoemd in de beschikking van 27 februari 2024 tegemoet te komen. [verzoeker] verzoekt thans het gewijzigde Protocol (hierna te noemen: het Nieuwe Protocol) op de onderhavige WHOA procedure  van toepassing te verklaren. [verzoeker] heeft de rechtbank op 2 april 2024 nog een aangepaste versie van het ‘<emphasis role="italic">Amended Cross-Border Court-to-Court Communications Protocol</emphasis>’, met een iets nauwkeurige formulering van     onderdeel 5, 10 en 11, toegezonden.  </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De rechtbank constateert dat [verzoeker] met het huidige versie van het Protocol         tegemoet is gekomen aan de bezwaren van de rechtbank, zoals door haar geuit in de beschikking van 27 februari 2024. De rechtbank zal thans de gevraagde voorziening treffen   en het Nieuwe Protocol - de laatste aangepaste versie van ‘<emphasis role="italic">Amended Cross-Border Court- to-Court Communications Protocol’</emphasis>, de JIN <emphasis role="italic">Guidelines </emphasis>en de JIN <emphasis role="italic">Modalities</emphasis> - op de onderhavige WHOA procedure van toepassing verklaren. Het Nieuwe Protocol wordt aan deze beschikking gehecht en geldt als hier ingevoegd. De rechtbank wijst de observator,           mr. J.R. Berkenbosch, aan als <emphasis role="italic">Facilitator </emphasis>in de zin van het Nieuwe Protocol. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst het verzoek toe; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>verklaart het Nieuwe Protocol - de laatste aangepaste versie van ‘<emphasis role="italic">Amended     Cross- 	Border Court-to-Court Communications Protocol</emphasis>’, de JIN <emphasis role="italic">Guidelines</emphasis> en  de JIN <emphasis role="italic">Modalities </emphasis>- op de onderhavige WHOA procedure van toepassing; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>wijst de observator, mr. J.R. Berkenbosch, aan als <emphasis role="italic">Facilitator</emphasis> in de zin van het Nieuwe Protocol. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. de Vos, voorzitter, mr. P.J. Neijt en </para>
        <para>mr. J.H. Steverink, rechters, en uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op </para>
        <para>4 april 2024.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>