<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:3683</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-25T14:17:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">1311058024</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:3683">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:3683</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-25T07:34:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:3683 Rechtbank Amsterdam , 13-06-2024 / 1311058024</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:3683:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hongaars vervolgings-EAB. Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden. Artikel 11 en 21a OLW. Overlevering toestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:3683:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.110580.24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 13 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 9 april 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_59106cb4-4b67-4c1a-86b6-dfa97f6ad8fb" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 27 februari 2024 door <emphasis role="italic">the District Court of Miskolc</emphasis>, Hongarije (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1996, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de [P.I.] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 mei 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogenwind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.E. Hissel, advocaat in Maastricht, en door een tolk in de Hongaarse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_96a01b7c-b7e2-4860-ac70-51aca045112b" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van <emphasis role="italic">the Miskolc District Court</emphasis>, met referentienummer 16.B.2029/2023/12. Uit het A-formulier blijkt dat dit bevel dateert van 5 december 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Hongaars recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_c9239730-ced1-42a7-ba0e-16123002f1f5" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet, anders dan de raadsvrouw, geen aanleiding om aan te nemen dat er wellicht al sprake is geweest van een veroordeling in onderhavige zaak. Het dossier bevat geen aanknopingspunten om aan te nemen dat de opgeëiste persoon voor het feit omschreven in het EAB reeds veroordeeld zou zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	moord en doodslag, zware mishandeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Hongarije een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Weigeringsgrond artikel 11 OLW: detentieomstandigheden in Hongarije</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering van de opgeëiste persoon dient te worden geweigerd, omdat de omstandigheden in de Hongaarse gevangenis niet in orde zijn. Dat blijkt uit twee YouTube filmpjes, namelijk <emphasis role="italic">Kékfény- Gyilkosság a bortonben</emphasis> en <emphasis role="italic">Kekfeny Zarkafonok</emphasis>. Hierin is te zien dat er voortdurend wordt gevochten in de gevangenis, dat het eten van gedetineerden wordt afgepakt en dat er geen controle is over de veiligheid van gedetineerden. Gelet hierop bestaat dus geen garantie dat de opgeëiste persoon in een veilige gevangenis terecht zal komen en loopt hij aldus een reëel gevaar dat na overlevering zijn grondrechten zullen worden geschonden, aldus de raadsvrouw. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft, resumerend, tot verwerping van het verweer geconcludeerd.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 27 augustus 2019 heeft de rechtbank geoordeeld dat niet langer sprake is van een algemeen reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in Hongaarse detentie-instellingen.<footnote-ref linkend="_d0712ab5-b2d9-4f98-a2f9-ccb927c086f0" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De werkwijze voor het vaststellen van een dergelijk algemeen gevaar is als volgt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Hiertoe dient de uitvoerende rechterlijke autoriteit zich allereerst te baseren op objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens over de detentieomstandigheden die heersen in de uitvaardigende lidstaat en die kunnen duiden op gebreken die hetzij structureel of fundamenteel zijn, hetzij bepaalde groepen van personen raken, hetzij bepaalde detentiecentra betreffen.”</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_a13e98d6-6434-4f3b-9aed-6eed7115a7bb" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de YouTube filmpjes niet dergelijke gegevens bevatten. De rechtbank beschikt ook ambtshalve niet over dergelijke gegevens. Daarom kan niet worden aangenomen dat er een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden in detentie-instellingen in Hongarije worden blootgesteld aan een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest). Het verweer wordt dan ook verworpen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW en artikel 21a OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw van de opgeëiste persoon stelt zich op het standpunt dat er een verzoek is gedaan als bedoeld in artikel 21a van de OLW, waarop nog geen reactie is gekomen van de Hongaarse autoriteiten. Dit levert een schending op van de grondrechten in het kader van artikel 11 OLW, aldus de raadsvrouw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat artikel 21a OLW slechts een inspanningsverplichting betreft en dat de overlevering, bij uitblijven van resultaat, om die reden niet kan worden geweigerd. Het verzoek van de raadsvrouw is door het Internationaal Rechtshulp Centrum reeds aan de uitvaardige justitiële autoriteit kenbaar gemaakt. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft niet gereageerd op dit verzoek, maar dit staat niet aan de overlevering in de weg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover de raadsvrouw heeft willen betogen dat het niet naleven van het verzoek ex artikel 21a OLW een schending van de grondrechten van het Handvest oplevert, slaagt dit verweer niet. Hetgeen is aangevoerd vormt onvoldoende grond voor de conclusie dat voor de opgeëiste persoon een reëel gevaar bestaat dat de door het Handvest gewaarborgde grondrechten zijn of zullen worden geschonden. De officier van justitie heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit in kennis gesteld van het door de verdediging gedane verzoek ex artikel 21a OLW en heeft daarmee voldaan aan de in dit artikel bedoelde inspanningsverplichting. De rechtbank merkt in dit verband nog op dat, zoals ook door de officier van justitie is betoogd, het uitblijven van resultaat op dit punt geen weigeringsgrond oplevert.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5, 7 en 11 Overleveringswet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the District Court of Miskolc</emphasis>, Hongarije voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. A.J. Scheijde,  				                                                                 voorzitter,</para>
      <para>mrs. C.M. Delstra en D.M.S. Gribling,                                                                                 rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van A. Gabriëlse en L.E. Poel,		                                           griffiers,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 13 juni 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_59106cb4-4b67-4c1a-86b6-dfa97f6ad8fb" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_96a01b7c-b7e2-4860-ac70-51aca045112b" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c9239730-ced1-42a7-ba0e-16123002f1f5" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d0712ab5-b2d9-4f98-a2f9-ccb927c086f0" label="4">
    <para>Rechtbank Amsterdam, 27 augustus 2019, <emphasis role="underline">ECLI:NL:RBAMS:2019:6354 (http://pi.rechtspraak.minjus.nl/deeplink/ecli?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:6354)</emphasis>.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a13e98d6-6434-4f3b-9aed-6eed7115a7bb" label="5">
    <para>Hof van Justitie van de Europese Unie, 5 april 2016, gevoegde zaken C404/15 en C659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:198, rechtsoverweging 89.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>