<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:3583</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-25T12:28:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-116032-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:3583">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:3583</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-24T16:08:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:3583 Rechtbank Amsterdam , 13-06-2024 / 13-116032-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:3583:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kroatië, vervolgings-EAB, verweer mbt detentieomstandigheden verworpen, overlevering toegestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:3583:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-116032-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 13 juni 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 12 april 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_9ad23115-964e-4018-b68c-a58d2b2f05e0" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 1 februari 2024 door <emphasis role="italic">the Municipal Court in the City of Sisak</emphasis>, Kroatië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Kroatië) op [geboortedag] 1998,</para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 mei 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J. van Bennekom, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Kroatische taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_42369dd5-f808-4969-a87f-1035225685d9" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Kroatische nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">decision on the determination of pre-trial detention of the Municipal Court in Sisak</emphasis> van 7 december 2023, met kenmerk K-316/2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Kroatisch recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_8cf7316a-821c-4ddc-a25d-b89e64114333" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon verklaart dat hij een aantal jaar geleden al is veroordeeld voor het feit dat ten grondslag ligt aan dit EAB. Het huidige EAB, waarmee de overlevering van de opgeëiste persoon wordt verzocht ten behoeve van een vervolging voor dat feit, moet een fout zijn geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat uitgegaan dient te worden van de informatie die de Kroatische autoriteiten hebben verstrekt, namelijk het recentelijk uitgevaardigde EAB. Er zijn geen stukken overgeleverd ter onderbouwing van de verklaring van de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat de Kroatische autoriteiten op 1 februari 2024 een EAB hebben uitgevaardigd ten aanzien van de opgeëiste persoon, met het oog op strafvervolging. Het standpunt van de opgeëiste persoon dat hij voor dit feit al veroordeeld is, is niet met concrete gegevens of stukken onderbouwd. Gelet op het vertrouwensbeginsel, gaat de rechtbank dan ook uit van de juistheid van de informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid <?linebreak?></title>
    <bridgehead role="bold">Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer - kort samengevat – is voldaan aan het vereiste dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit levert naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	diefstal </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11: detentieomstandigheden  <?linebreak?></title>
    <bridgehead role="italic">Standpunt van de verdediging </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich op het op het standpunt gesteld dat de overlevering dient te worden geweigerd op grond van artikel 11 OLW. Uit de aanvullende informatie van 8 april 2024 blijkt weliswaar dat de opgeëiste persoon niet in <emphasis role="italic">Zagreb remand prison</emphasis> gedetineerd zal worden, de instelling waarover geoordeeld is dat daar een algemeen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling, maar in de gevangenis Lipovica-Popovača. Gelet op het CPT-rapport van 23 november 2023, neemt dit de zorgen dat de opgeëiste persoon in een overvolle gevangenis komt – en daarmee in een instelling vergelijkbaar met <emphasis role="italic">Zagreb remand prison </emphasis>– echter niet weg. In het CPT-rapport wordt immers meermaals vermeld dat de bezettingsgraad in alle Kroatische detentie-instellingen zorgelijk is, aangezien op veel plekken sprake is van overbevolking. In voorarrest zijn de detentieomstandigheden nog slechter dan voor veroordeelden. Het CPT geeft aan dat het streeft naar 4 m2 persoonlijke ruimte voor elke Kroatische gedetineerde, maar vooral in <emphasis role="italic">Zagreb remand prison </emphasis>hebben gedetineerden onvoldoende vierkante meters persoonlijke ruimte tot hun beschikking. Dit zal in Lipovica-Popovača waarschijnlijk niet anders zijn.</para>
      <para>Er dient dan ook gedacht te worden aan alternatieven voor de opgeëiste persoon, zoals de mogelijkheid dat hij met een enkelband gemonitord kan worden, buiten detentie. Een dergelijke garantie ontbreekt momenteel nog, aldus de raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de overlevering kan worden toegestaan. De inhoud van het CPT-rapport, en aldus de opmerkingen over voorlopig gedetineerden en de situatie van overbevolking, zijn bekend. De Kroatische autoriteiten hebben laten weten dat de opgeëiste persoon gedetineerd zal worden in de Penitentiaire Inrichting Lipovica-Popovača. </para>
      <para>De rechtbank heeft in haar uitspraak van 27 februari 2024 (niet gepubliceerd) in een andere Kroatische overleveringszaak de overlevering toegestaan nadat de uitvaardigende justitiële autoriteit had aangegeven dat de opgeëiste persoon in de Penitentiaire Inrichting Bjelovar gedetineerd zal worden. Geoordeeld is dat er op basis van het CPT-rapport onvoldoende is onderbouwd dat in meerdere instellingen een algemeen gevaar aangenomen dient te worden. Dat is in onderhavige zaak ook het geval. </para>
      <para>Het opvragen van een aanvullende garantie dat de opgeëiste persoon met een enkelband gemonitord kan worden is, gelet op het voorgaande, niet nodig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In haar tussenuitspraak van 27 december 2023 heeft de rechtbank geoordeeld dat in de<emphasis role="italic"> Zagreb Remand Prison</emphasis> een algemeen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling voor personen die aldaar voorlopig gehecht worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat uit de e-mail van 8 april 2024 van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt dat de opgeëiste persoon hoogstwaarschijnlijk zal worden gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Lipovica-Popovača en dus niet in <emphasis role="italic">Zagreb remand prison</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie volgt dat de overlevering kan worden geweigerd als sprake is van een individueel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling, gelet op de detentieomstandigheden in de uitvaardigende lidstaat, welk individueel gevaar pas kan worden aangenomen als vast is komen staan dat sprake is van een algemeen gevaar dat gedetineerden aldaar worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling.<footnote-ref linkend="_d75cea38-7473-43d6-8dd6-17aae65d0a0b" /> De werkwijze voor het vaststellen van een dergelijk algemeen gevaar is als volgt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“Hiertoe dient de uitvoerende rechterlijke autoriteit zich allereerst te baseren op objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens over de detentieomstandigheden die heersen in de uitvaardigende lidstaat en die kunnen duiden op gebreken die hetzij structureel of fundamenteel zijn, hetzij bepaalde groepen van personen raken, hetzij bepaalde detentiecentra betreffen.”</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_01fe93ed-d785-4608-97f7-1303d6f12cc1" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens verstrekt waaruit volgt dat voor gedetineerden in de penitentiaire inrichting in Lipovica-Popovača sprake is van een algemeen gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling. De rechtbank beschikt ambtshalve ook niet over dergelijke gegevens of informatie. De penitentiaire inrichting in Lipovica-Popovača is, zo blijkt uit het CPT rapport van 23 november 2023, niet bezocht. De penitentiaire inrichting in de plaats Lipovica-Popovača wordt in het rapport slechts aangehaald (op p. 19) omdat aan deze penitentiaire inrichting nieuwe afdelingen zullen worden toegevoegd. Ook uit de reactie van de Kroatische autoriteiten op het CPT-rapport blijkt niet dat het reeds aangenomen algemene gevaar voor <emphasis role="italic">Zagreb remand prison </emphasis>uitgebreid dient te worden naar andere – laat staan naar alle – Kroatische detentie-instellingen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is van een algemeen gevaar van een schending van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie dan ook geen sprake ten aanzien van de instelling waar de opgeëiste persoon gedetineerd zal worden. Gelet daarop komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling of de opgeëiste persoon een reëel gevaar van een dergelijke schending loopt. Het verweer van de raadsman slaagt niet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 310 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Municipal Court in the City of Sisak</emphasis>, Kroatië voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. A.J. Scheijde,  				                         				voorzitter,</para>
      <para>mrs. C.M. Delstra en D.M.S. Gribling,       				   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van L.E. Poel,		                         		  	  	    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 13 juni 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9ad23115-964e-4018-b68c-a58d2b2f05e0" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_42369dd5-f808-4969-a87f-1035225685d9" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8cf7316a-821c-4ddc-a25d-b89e64114333" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d75cea38-7473-43d6-8dd6-17aae65d0a0b" label="4">
    <para>Hof van Justitie van de Europese Unie, 5 april 2016, gevoegde zaken C404/15 en C659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:198.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_01fe93ed-d785-4608-97f7-1303d6f12cc1" label="5">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 5 april 2016, gevoegde zaken C‑404/15 en C‑659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:198, rechtsoverweging 89.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>