<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:3470</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-01-15T13:24:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 22/6007 en AMS 22/6014</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:3470">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:3470</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-11-12T13:44:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:3470 Rechtbank Amsterdam , 13-06-2024 / AMS 22/6007 en AMS 22/6014</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:3470:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>PKV (8:75a Awb). Digitaal kort na elkaar ingediende rechtsmiddelen (hier: bezwaar en beroep) kunnen als samenhangend worden aangemerkt voor wat betreft de toepassing van artikel 3 Bpb.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:3470:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: 	AMS 22/6007 en AMS 22/6014</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te Amsterdam, eiseres,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde] ),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 14 december 2022 twee beroepschriften van eiseres ontvangen die zijn gericht tegen twee uitspraken op bezwaar van verweerder, beide gedateerd op </para>
      <para>13 november 2022 (de bestreden uitspraken). De rechtbank heeft het beroep geregistreerd onder meerdere zaaknummers. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 21 juni 2023 heeft eiseres de beroepen ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres heeft bij de intrekking van de beroepen verzocht om vergoeding van de proceskosten, bestaande uit de forfaitaire vergoeding van 4 punten voor bezwaar, beroep en een half punt voor de reactie op het verweerschrift.<footnote-ref linkend="_887296df-4850-439d-ad77-344517f32a6c" /> De rechtbank sluit het onderzoek en zal uitspraak doen buiten zitting. Het verzoek wordt deels toegewezen.<footnote-ref linkend="_04c5324b-40f5-4e1e-b8f2-7a7abcfb0299" /></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Is er tegemoetgekomen?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. De rechtbank stelt vast dat eiseres de beroepen heeft ingetrokken omdat verweerder aan eiseres is tegemoetgekomen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Proceskosten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Verweerder heeft de in verband met de intrekking van het beroep gemaakte aanspraak op proceskosten niet bestreden. De rechtbank ziet dan ook aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De hoogte wordt forfaitair vastgesteld op <?linebreak?>€ 437,50 als kosten van verleende rechtsbijstand.<footnote-ref linkend="_28a55868-598a-4910-9097-bad7f42fbc5c" /> De rechtbank stelt de wegingsfactor op 0,5 omdat het beroep is gericht tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting of tegen een wielklembeschikking.<footnote-ref linkend="_151ea007-fafd-4a21-a784-d043a8407639" /> De rechtbank merkt de zaken daarbij als samenhangende zaken aan.<footnote-ref linkend="_754d0869-c168-43e9-b269-6ca5ea11d234" /></para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De rechtbank ziet geen reden om een half punt toe te kennen voor de reactie van eiseres op het verweerschrift (repliek).<footnote-ref linkend="_4ed0fd1b-21fc-4c2a-a138-eaf60b549bd9" /> De rechtbank is van oordeel dat deze reactie van eiseres op het verweerschrift niet voor vergoeding in aanmerking komt, omdat de rechter eiseres niet expliciet met toepassing van artikel 8:43, eerste lid, van de Awb in de gelegenheid heeft gesteld te repliceren.<footnote-ref linkend="_eadccf03-4f14-483b-858c-253a5628c099" /> Het verzoek om vergoeding van de proceskosten wordt in zoverre afgewezen. </para>
      <para />
      <para>4. De rechtbank ziet eveneens aanleiding verweerder te veroordelen in het vergoeden van de proceskosten in bezwaar van € 310,- als kosten van verleende rechtsbijstand.<footnote-ref linkend="_32827020-5865-43c3-8598-548bd1da1080" /> De rechtbank stelt de wegingsfactor op 0,5 omdat de bezwaren zijn gericht tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting of tegen een wielklembeschikking.<footnote-ref linkend="_d2ea9c66-fd6b-4b51-a5de-0591a0eb969f" /> De rechtbank merkt de zaken daarbij als samenhangende zaken aan.<footnote-ref linkend="_04e9778c-a1f4-4c43-84d7-b2db52279ca0" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Samenhang en gevoegde behandeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. Eiseres heeft op elektronische wijze op 24 maart 2022 per naheffingsaanslag parkeerbelasting bezwaar gemaakt. Eiseres heeft eveneens, via het Digitaal Loket, op </para>
      <parablock>
        <para>14 december 2022 beroep tegen de beide naheffingsaanslagen parkeerbelasting ingesteld. </para>
        <para>Voor zover het indienen van een rechtsmiddel op elektronische wijze het indienen van een rechtsmiddel tegen meerdere besluiten niet in de weg staat had eiseres kunnen volstaan met één bezwaarschrift.<footnote-ref linkend="_50d44f12-b5ea-4da4-8555-bc5e4660c6ce" /> In het geval dat eiseres niet met één bezwaarschrift elektronisch het rechtsmiddel had kunnen instellen kan worden uitgegaan van samenhangende zaken wanneer de rechtsmiddelen tegelijk of kort na elkaar op dezelfde dag zijn ingediend. </para>
        <para>Verweerder heeft de bezwaren op de hoorzitting van 13 september 2022 gevoegd behandeld. Dat betekent dat de aanspraak van eiseres om bij het vaststellen van de hoogte van de proceskostenvergoeding per bezwaarprocedure twee punten te rekenen moet worden afgewezen. Voor het instellen van de beroepen wordt ook één punt gerekend. De rechtbank heeft de beroepen gevoegd behandeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Beroepschrift van 14 april 2024 </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>6. Eiseres heeft op 14 april 2024 een beroep tegen het niet op tijd nemen van een besluit ingediend.<footnote-ref linkend="_d33735fb-5cf9-4d7d-abf7-01eeef9343f2" /> Eiseres heeft in het schrijven van 14 april 2024 verwezen naar de onderhavige procedures. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat verweerder ten onrechte de door eiseres betaalde naheffingsaanslagen nog niet heeft terugbetaald. </para>
      <para>De rechtbank heeft het schrijven van 14 april 2024 aan de onderhavige beroepsdossiers toegevoegd en geen afzonderlijk zaaknummer aangemaakt. De gemachtigde van eiseres heeft op 15 mei 2024 telefonisch desgevraagd ingestemd dat geen nieuw zaaknummer wordt aangemaakt. De rechtbank komt dan ook niet toe aan de beoordeling van het schrijven van 14 april 2024 en volstaat met de opmerking dat verweerder in de brief van 7 juni 2023 de gebruikelijke opmerking heeft gemaakt dat, voor zover hier van toepassing, betaling van de gelden zal plaatsvinden nadat de rechtbank uitspraak heeft gedaan. </para>
      <para />
      <para>7. Verweerder dient aan eiseres het betaalde griffierecht van (in totaal) € 50,- te vergoeden.<footnote-ref linkend="_925afc93-cb9c-4dd9-8a4b-e4bd87c61ec0" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 747,50;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten voor het overige af.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Vriethoff, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>13 juni 2024 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier							rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
      <para>Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. </para>
      <para>Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Coll: M.P.O.</para>
      <para>D: B</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_887296df-4850-439d-ad77-344517f32a6c" label="1">
    <para> 	onder toepassing van de artikelen 7:15, tweede lid, en 8:75a, eerste lid, van de Algemene wet </para>
    <para>	bestuursrecht (Awb)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_04c5324b-40f5-4e1e-b8f2-7a7abcfb0299" label="2">
    <para> 	onder toepassing van artikel 8:57, eerste lid, Awb op grond van artikel 8:75a, derde lid, Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_28a55868-598a-4910-9097-bad7f42fbc5c" label="3">
    <para> 	onder toepassing van artikel 8:75 Awb en het Besluit proceskosten 	bestuursrecht (Bpb) als </para>
    <para>	volgt berekend: 1 punt voor het beroepschrift x factor 0,5 x € 875,- </para>
  </footnote>
  <footnote id="_151ea007-fafd-4a21-a784-d043a8407639" label="4">
    <para> 	volgens het Richtsnoer proceskosten, gepubliceerd in ECLI:NL:GHSHE:2021:3315, </para>
    <para>	rechtsoverweging 4.21, ECLI:NL:GHDHA:2021:2131 en ECLI:NL:GHARL:2021:10307 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_754d0869-c168-43e9-b269-6ca5ea11d234" label="5">
    <para> 	in de zin van artikel 3, tweede lid, van het Bpb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4ed0fd1b-21fc-4c2a-a138-eaf60b549bd9" label="6">
    <para> 	als bedoeld in artikel 8:43, eerste lid, van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_eadccf03-4f14-483b-858c-253a5628c099" label="7">
    <para> 	zie onder meer ECLI:NL:CRVB:2008:BG1110, rechtsoverweging 3.7 en</para>
    <para> 	ECLI:NL:RVS:2012:BV255, rechtsoverweging 2.4.1, ECLI:NL:CRVB:1998:ZB8012 en </para>
    <para>	ECLI:NL:RVS:2005:AV3243</para>
  </footnote>
  <footnote id="_32827020-5865-43c3-8598-548bd1da1080" label="8">
    <para> 	onder toepassing van de artikelen 8:75 en 7:15, tweede lid, Awb en het Bpb als volgt </para>
    <para>	berekend: 2 punten -1 punt voor het bezwaarschrift plus 1 punt voor het bijwonen van de </para>
    <para>	hoorzitting- x factor 0,5 x € 310,- </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d2ea9c66-fd6b-4b51-a5de-0591a0eb969f" label="9">
    <para> 	volgens het Richtsnoer proceskosten, gepubliceerd in ECLI:NL:GHSHE:2021:3315, </para>
    <para>	rechtsoverweging 4.21, ECLI:NL:GHDHA:2021:2131 en ECLI:NL:GHARL:2021:10307 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_04e9778c-a1f4-4c43-84d7-b2db52279ca0" label="10">
    <para> 	in de zin van artikel 3, tweede lid, van het Bpb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_50d44f12-b5ea-4da4-8555-bc5e4660c6ce" label="11">
    <para> 	artikel 24a, eerste lid, Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awir of Awr) </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d33735fb-5cf9-4d7d-abf7-01eeef9343f2" label="12">
    <para> 	als bedoeld in artikel 6:2 van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_925afc93-cb9c-4dd9-8a4b-e4bd87c61ec0" label="13">
    <para> 	ingevolge artikel 8:41, zevende lid, van de Awb</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>