<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:3311</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-18T08:34:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-06-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/005779-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:3311">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:3311</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-06-17T09:19:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:3311 Rechtbank Amsterdam , 05-06-2024 / 13/005779-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:3311:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenuitspraak in een Pools vervolgings-EAB, waarin de rechtbank een algemeen gevaar heeft aangenomen voor de detentieomstandigheden in het remand regime. Verzocht is om nadere informatie ten aanzien van het algemeen gevaar.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:3311:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/005779-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 5 juni 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN- UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 8 januari 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_c5e44049-4b65-4e4a-80f8-a6397ae10f27" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 1 februari 2017 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Radom</emphasis>, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1990,</para>
      <para>	verblijvende op het adres: [adres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De zitting van 21 februari 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 21 februari 2024, in </para>
      <para>aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe. advocaat te Schiphol, en door een </para>
      <para>tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_2dc7bd63-3139-4daa-bb1e-a277686cbe7c" /> De rechtbank heeft de gevangenhouding onder gelijktijdige schorsing ervan bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De tussenuitspraak van 6 maart 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft op 6 maart 2024 een tussenuitspraak gewezen. Daarin is het onderzoek </para>
      <para>heropend om de officier van justitie en de raadsman in de gelegenheid te stellen zich op een </para>
      <para>volgende zitting uit te laten over het rapport van <emphasis role="italic">the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (</emphasis>CPT)<emphasis role="italic"> .</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De zitting van 26 maart 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 26 maart 2024, in aanwezigheid </para>
      <para>van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan </para>
      <para>door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe, advocaat in Schiphol, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_ed076579-0d41-4107-8d87-27186f332240" /> De rechtbank heeft het bevel gevangenhouding onder gelijktijdige schorsing ervan met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_43966c45-303e-4fc0-8f14-2c8e3dbdb992" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Tussenuitspraak van 9 april 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft op 9 april 2024 een tussenuitspraak gewezen. Daarin is het onderzoek </para>
      <para>heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om middels de officier van justitie vragen te stellen aan de Poolse autoriteiten over de detentieomstandigheden. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_8f95af35-a874-4056-828a-c72b7e876e01" /> De rechtbank heeft het bevel gevangenhouding onder gelijktijdige schorsing ervan met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_9c3b5ed3-55b8-4cd9-a174-cdd1847e9419" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De zitting van 22 mei 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 22 mei 2024, in aanwezigheid </para>
      <para>van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan </para>
      <para>door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe, advocaat in Schiphol, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de beslistermijn verlengd met 30 dagen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW en heeft de gevangenhouding met 30 dagen verlengd op grond van artikel 27, derde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraak 6 maart 2024</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 6 maart 2024.<footnote-ref linkend="_e5dd126d-2dca-445d-b91d-7da1209fd53a" /> Hierin heeft de rechtbank de grondslag van het EAB, de inhoud van het EAB, de strafbaarheid van de feiten en de garantie als </para>
      <para>bedoeld in artikel 6 OLW al beoordeeld. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast </para>
      <para>te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden (heropening)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft betoogd dat de gegeven antwoorden niet de zorgen wegnemen die het CPT heeft geuit. Er is geen concreet antwoord gekomen op de vraag of de opgeëiste persoon een persoonlijke levensruimte van niet minder dan 3 m2 heeft in een meerpersoonscel. Daarnaast zijn de eerste drie gestelde vragen niet beantwoord. Daarom loopt hij het risico op schending van artikel 4 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (Handvest). De overlevering moet daarom worden geweigerd. Subsidiair moet er nadere informatie over de detentieomstandigheden worden gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat met de gegeven antwoorden van 19 april 2024 de zorgen die het CPT heeft geuit, zijn weggenomen. Daarbij heeft de officier van justitie opgemerkt dat het CPT alleen zorgen heeft geuit over het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> in Białystok en dat het onwaarschijnlijk is dat de opgeëiste persoon daar zal worden gedetineerd. Subsidiair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de zaak moet worden aangehouden om nadere informatie op te vragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Zoals in de tussenuitspraak al is overwogen, heeft het CPT zorgen geuit over onder meer het aantal uur per dag dat een voorlopige gehechte op cel doorbrengt en de duur van het proces om toestemming te krijgen voor contact met de buitenwereld. Gelet op het CPT-rapport lijken deze zorgen in het gehele <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> voor te komen en niet alleen in de door het CPT bezochte Huizen van Bewaring. Naar aanleiding hiervan zijn er over de punten van zorg vragen gesteld aan de Poolse autoriteiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 april 2024 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de in de tussenuitspraak gestelde vragen als volgt beantwoord:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- de oppervlakte van een wooncel per veroordeelde niet minder dan 3m² mag bedragen; het is niet mogelijk om precies aan te geven hoeveel ruimte in een meerpersoonscel beschikbaar zal zijn voor een voorlopig gedetineerde omdat dat afhangt van het huis van bewaring waar hij zal worden gedetineerd en de huidige situatie in dit huis van bewaring;</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- de vervolgde persoon waarschijnlijk gedetineerd zal worden voor de duur van het </emphasis>
    </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">opsporingsonderzoek op de afdeling van het huis van bewaring binnen de Penitentiaire Inrichting te Siedlce, vanwege de autoriteit die zijn zaak behandelt (Officier van Justitie van </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Arrondissementsparket te Siedlce), en bij het opstellen van tenlastelegging, zal hij worden </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">vervoerd naar het Huis van Bewaring in Radom vanwege de relatieve bevoegdheid van de Rechtbank die zijn zaak behandelt;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- de praktijk van het beperken van bezoeken aan gedetineerden tot één per maand wordt in de </emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="italic">Arrondissementsrechtbank te Radom niet toegepast; eventuele eerdere beperkingen van het aantal bezoeken vonden alleen plaats vanwege het toenmalige epidemiologische risico van COVID-19, dat zich momenteel niet meer voordoet;</bridgehead>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="italic">- de huizen van bewaring vallen onder de bevoegdheid van de Minister van Justitie, die daar toeziet op de omstandigheden van humane van voorlopige hechtenis.</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank zijn de antwoorden van de Poolse autoriteiten op de gestelde vragen niet afdoende om de eerder geuite zorgen over het aantal uur per dag op cel en het contact met de buitenwereld in combinatie met de daaraan voorafgaande toestemmingsprocedure en de duur daarvan, zoals van toepassing in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis>, weg te nemen. Daarbij blijkt uit de antwoorden ook niet hoeveel m2 levensruimte (exclusief sanitair) een voorlopig gehechte in een meerpersoonscel heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de hiervoor genoemde punten van zorg die zoals gezegd voor het gehele <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> gelden, de reactie die de Poolse autoriteiten gegeven hebben op de bevindingen in het CPT-rapport en het feit dat de voormelde zorgen met de gegeven antwoorden niet zijn weggenomen, concludeert de rechtbank dat sprake is van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van gedetineerden die in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> in Polen terechtkomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vaststelling van een algemeen reëel gevaar voor schending van de grondrechten voor gedetineerden die terecht komen in het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis>, kan op zichzelf niet tot weigering van de overlevering leiden. Het enkele bestaan van gegevens die duiden op gebreken in dit regime, impliceert immers niet noodzakelijkerwijs dat, in een concreet geval, de grondrechten van de opgeëiste persoon bij overlevering zullen worden geschonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teneinde te verzekeren dat de grondrechten in het concrete geval worden geëerbiedigd, is de rechtbank dan ook verplicht om vervolgens na te gaan of er, in de omstandigheden van het geval, gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Polen een reëel gevaar zal lopen van schending van zijn grondrechten gezien de omstandigheden in <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> van de uitvaardigende lidstaat waar hij zal worden gedetineerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het kader van dat nadere onderzoek zal de rechtbank het onderzoek heropenen en de officier van justitie verzoeken om de uitvaardigende justitiële autoriteit de vraag te laten beantwoorden of, indachtig de hiervoor geschetste omstandigheden op grond waarvan een algemeen gevaar voor het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> is aangenomen, dit gevaar – al dan niet met een individuele detentiegarantie - voor de opgeëiste persoon kan worden weggenomen. Voor zover de uitvaardigende justitiële autoriteit meent dat het algemeen gevaar voor de opgeëiste persoon binnen het <emphasis role="italic">remand regime</emphasis> kan worden weggenomen, dan wenst de rechtbank in het bijzonder het volgende over het Huis van Bewaring, waar de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, te vernemen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	1) Kan de opgeëiste persoon deelnemen aan activiteiten in het Huis van Bewaring?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	2) Zo ja, hoeveel uur per dag zou hij dan minimaal buiten zijn cel verblijven?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3) Geldt voor de opgeëiste persoon dat hij, indien hij contact met de buitenwereld wil hebben door gebruik van de telefoon en het ontvangen van bezoek, daaraan voorafgaand altijd toestemming zal moeten vragen?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4) Zo ja, hoe lang duurt de procedure (inclusief het rechtsmiddel) om toestemming te         krijgen voor het gebruik van de telefoon en het ontvangen van bezoek?</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">5) Hoeveel vierkante meter persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) heeft de opgeëiste persoon in een </emphasis>
        <emphasis role="bold italic">meerpersoonscel</emphasis>
        <emphasis role="italic">?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst erop dat de uitvaardigende justitiële autoriteit voor de beantwoording van boven gestelde vragen - zo nodig - bijstand kan verzoeken aan de centrale autoriteit of een van de centrale autoriteiten van Polen, in de zin van artikel 7 van het Kaderbesluit.<footnote-ref linkend="_67f26d08-184f-4063-bb4a-b61376f3a999" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT </emphasis>het onderzoek ter zitting onder gelijktijdige schorsing voor onbepaalde tijd, </para>
      <para>teneinde de officier van justitie de onder 4 opgenomen vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERLENGT </emphasis>op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW de termijn waarbinnen de rechtbank op grond van de Overleveringswet uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERLENGT</emphasis> op grond van artikel 27, derde lid, OLW de geschorste gevangenhouding van de opgeëiste persoon met 30 dagen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEPAALT </emphasis>dat de vordering opnieuw op zitting (of raadkamer) moet worden gepland uiterlijk 14 dagen voor 31 juli 2024, het einde van de verlengde beslistermijn;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman en van een tolk in de Poolse taal.</para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M.C.M. Hamer, 	 				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.J.R.M. Vermolen en E. Biçer,                         					rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek,		                         		griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 5 juni 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_c5e44049-4b65-4e4a-80f8-a6397ae10f27" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2dc7bd63-3139-4daa-bb1e-a277686cbe7c" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed076579-0d41-4107-8d87-27186f332240" label="3">
    <para> Zie artikel 22, vijfde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_43966c45-303e-4fc0-8f14-2c8e3dbdb992" label="4">
    <para> Zie artikel 27, derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8f95af35-a874-4056-828a-c72b7e876e01" label="5">
    <para> Zie artikel 22, vijfde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c3b5ed3-55b8-4cd9-a174-cdd1847e9419" label="6">
    <para> Zie artikel 27, derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e5dd126d-2dca-445d-b91d-7da1209fd53a" label="7">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:1267.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_67f26d08-184f-4063-bb4a-b61376f3a999" label="8">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 5 april 2016, C-404/15 en C-659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:198 (<emphasis role="italic">Aranyosi en Căldăraru</emphasis>), punt 97. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>