<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:2895</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-24T08:21:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23/1478</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:2895">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:2895</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-24T08:21:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:2895 Rechtbank Amsterdam , 15-05-2024 / 23/1478</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:2895:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroep niet tijdig niet-ontvankelijk. Verweerder heeft binnen de termijn een beslissing genomen. Dat de beslissing niet aan de gemachtigde van eiseres is gestuurd, maakt dat niet anders. Dat artikel strekt tot bescherming van de procedurele belangen van eiseres en is daarmee van een andere orde dan de bepalingen inzake het niet tijdig beslissen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:2895:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK AMSTERDAM</title>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 23/1478</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 mei 2024 in de zaak tussen</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [eiseres] , te Nieuw-Vennep, eiseres</title>
    <para>(gemachtigde: mr. P.C. van den Aarsen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op het bezwaarschrift van</para>
      <para>15 augustus 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft met de buitenzittingsuitspraak van 21 juni 2023 het beroep van eiseres gegrond verklaard. Verweerder heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend. Met de uitspraak van 6 september 2023 heeft de rechtbank het verzet gegrond verklaard en de buitenzittingsuitspraak laten vervallen. Het onderzoek is vervolgens hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat de buitenzittingsuitspraak werd gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 april 2024. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder was – zonder voorafgaand bericht – niet aanwezig.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling door de rechtbank</title>
    <para />
    <para>1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_b35e42cb-e3e1-4049-81fc-9ef35973f9fa" /> Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.<footnote-ref linkend="_adf3d022-bf46-4dba-be7d-84e54308b91a" /></para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft op 27 juli 2022 aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiseres heeft zelf op 29 juli 2022 bezwaar gemaakt. De gemachtigde van eiseres heeft op 15 augustus 2022 een bezwaarschrift ingediend. Op 22 augustus 2022 heeft verweerder een beslissing genomen op het bezwaar van eiseres. Deze beslissing is verstuurd naar het adres van eiseres. Bij brief van 2 januari 2023 is verweerder door de gemachtigde van eiseres in gebreke gesteld. De gemachtigde van eiseres heeft bij brief van 11 maart 2023 beroep ingesteld, omdat hij stelt dat verweerder niet tijdig een beslissing op zijn bezwaar heeft genomen.</para>
    <para />
    <para>3. De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 236, tweede lid van de Gemeentewet moet in beginsel in het belastingjaar besloten worden. Dat betekent dat verweerder uiterlijk op 30 december 2022 had moeten beslissen. Verweerder heeft binnen de termijn (op 22 augustus 2022) een beslissing genomen op het bezwaar van eiseres. Eiseres heeft dus binnen de termijn kennis genomen, althans kunnen nemen, van de beslissing van verweerder. Dat de beslissing op bezwaar in strijd met artikel 6:17 van de Algemene wet bestuursrecht niet aan de gemachtigde van eiseres is gestuurd, maakt dat niet anders. Dat artikel strekt tot bescherming van de procedurele belangen van eiseres en is daarmee van een andere orde dan de bepalingen inzake het niet tijdig beslissen, die zien op zekerheid omtrent de inhoudelijke positie van belanghebbende tegenover het bestuursorgaan.<footnote-ref linkend="_5f80324c-f89e-40a6-848a-3f9327e58a0b" /> Nu binnen de termijn is beslist heeft eiseres geen procesbelang bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen op haar verzoek.</para>
    <para />
    <para>4. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat verweerder naar aanleiding van het bezwaar van eiseres de naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft vernietigd. De gemachtigde van eiseres heeft nadat hij (in de beroepsfase) bekend is geraakt met de beslissing op bezwaar geen gronden ingediend tegen deze beslissing op bezwaar. Ook op de zitting heeft eiseres de beslissing op bezwaar niet betwist. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>5. De rechtbank is van oordeel dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van beroep, zoals genoemd in artikel 6:12, tweede lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht en dat dus geen sprake is geweest van een ontvankelijk beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.</para>
    <para />
    <para>6. Voor een vergoeding van het griffierecht of veroordeling van verweerder in de proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, in aanwezigheid van <?linebreak?>mr. N.J.A. van Eck, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 mei 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij het gerechtshof Amsterdam binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b35e42cb-e3e1-4049-81fc-9ef35973f9fa" label="1">
    <para> Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_adf3d022-bf46-4dba-be7d-84e54308b91a" label="2">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, van de Alegemene wet bestuursrecht.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5f80324c-f89e-40a6-848a-3f9327e58a0b" label="3">
    <para> Zie bijvoorbeeld het arrest van de Hoge Raad van 23 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:969.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>