<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:2732</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-25T16:43:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 23/1645</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:2732">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:2732</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-22T08:34:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:2732 Rechtbank Amsterdam , 16-05-2024 / AMS 23/1645</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:2732:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vereenvoudigde afdoening (8:54 Awb). Eiseres geeft aan dat notabrief niet in dossier zit. Dit kan niet-ontvankelijkheid niet in de weg staan. Voor zover is beoogd aan te voeren dat notabrief niet is ontvangen is een blote ontkenning van de ontvangst onvoldoende. Gemachtigde is een veelprocedeerder die geregeld de ontvangst van een (aangetekende) brief ontkent. Dat maakt dat gemachtigde geregeld te maken lijkt te hebben met postproblemen. Gemachtigde heeft nimmer bewijs daarvoor aangeleverd of bewijs ingediend dat PostNL om onderzoek is verzocht. Track &amp; trace is beperkt verifieerbaar. Dat maakt dat ontkenning van ontvangst van de notabrief (notabrieven) niet geloofwaardig is. Gemachtigde is een ervaren professionele rechtshulpverlener. Van hem mag worden verwacht dat hij een goede administratie bijhoudt en bekend is met de systematiek van zaaknummers, ook bij de betaling van het griffierecht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:2732:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 23/1645</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te Amsterdam, eiseres,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder. </bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 15 maart 2023 een beroepschrift van eiseres ontvangen dat is gericht tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 14 februari 2023 (de bestreden uitspraak). </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank sluit het onderzoek in de zaak omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.<footnote-ref linkend="_c7a46bab-7473-4361-bbc8-8cb6061ac0e0" /></para>
    <para />
    <para>2. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen.<footnote-ref linkend="_494cbc86-0b09-4f68-a478-8a81391cdded" /> In deze zaak is het griffierecht vastgesteld op € 365,-. De griffier heeft een termijn gesteld waarbinnen het griffierecht moet zijn betaald. Dat betekent dat het hele bedrag binnen die termijn moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Beroep op betalingsonmacht </emphasis>
        <footnote-ref linkend="_7f495d0f-935b-4863-ac24-4e75f51c2899" />
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Eiseres heeft gevraagd om uitstel van betaling voor het griffierecht. Een dergelijk verzoek moet als een verzoek om vrijstelling van het griffierecht worden aangemerkt. De griffier heeft niet op het verzoek van 14 maart 2023 gereageerd, zoals de rechtbank de gemachtigde van eiseres, Bartels, heeft aangekondigd in de brief van 16 februari 2023. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van 14 maart 2023 terecht niet in behandeling is genomen. De griffier heeft Bartels bij brief van 16 februari 2023 gemotiveerd bericht dat vanaf heden geen acht wordt geslagen op een beroep op betalingsonmacht, wanneer is verzuimd het formulier c.q. de benodigde gegevens mee te sturen.<footnote-ref linkend="_05feec50-6fd3-40f5-abf0-be4071b95592" /> Het verzoek van 14 maart 2023 is niet gemotiveerd noch voorzien van financiële gegevens die betrekking hebben op de financiële positie van eiseres. Het verzoek wordt definitief afgewezen.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Betaling griffierecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>5. De griffier heeft eiseres bij brief van 28 maart 2023 een betaaltermijn van vier weken gesteld. In een per aangetekende post verzonden brief van 26 april 2023 heeft de griffier eiseres een tweede betaaltermijn van vier weken gegeven. Dat betekent dat het griffierecht uiterlijk op 24 mei 2023 door de rechtbank moet zijn ontvangen. </para>
    <para />
    <para>6. Eiseres heeft het griffierecht niet betaald. </para>
    <para />
    <para>7. Eiseres heeft bij brief van 18 januari 2024 gereageerd op de vraag van de griffier bij brief van 17 januari 2024 om de reden van het niet betalen van het griffierecht op te geven. Eiseres heeft aangevoerd dat in zijn dossier de notabrief ontbreekt. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat hetgeen eiseres in haar brief van 18 januari 2024 heeft aangevoerd niet kan leiden tot de conclusie dat eiseres het achterwege laten van de betaling van het griffierecht niet kan worden aangerekend. De omstandigheid dat in het dossier van Bartels de notabrief ontbreekt, is daartoe onvoldoende. De notabrieven van </para>
        <para>28 maart 2023 en 26 april 2023 zijn verzonden naar het door eiseres in het beroepschrift opgegeven adres van Bartels. Laatstgenoemde brief is aangetekend verzonden. De rechtbank heeft geen van de brieven teruggekregen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>Voor zover Bartels heeft beoogd aan te voeren dat hij (aangetekende) brieven niet ontvangt overweegt de rechtbank het volgende. </para>
        <para>Bartels procedeert in zeer veel zaken. Alleen al bij deze rechtbank zijn dat gemiddeld meer dan 100 zaken per jaar.<footnote-ref linkend="_8619c719-1b6c-4e21-aac6-bfe5d2353be2" /> Het is de rechtbank uit eigen wetenschap bekend dat Bartels geregeld aanvoert dat hij een bepaalde brief niet in zijn dossier heeft of de ontvangst van een per (aangetekende) post verzonden brief ontkent. Tot op heden heeft Bartels de kennelijk door hem ervaren postproblemen nog nooit onderbouwd. Het is algemeen bekend dat de afzender van een poststuk gedurende korte tijd bij PostNL de Track &amp; Trace code kan controleren.<footnote-ref linkend="_d1c8b818-be4e-46f5-bd48-38edaeedf560" /> Uit eigen ervaring is deze rechtbank bekend met een periode van drie tot maximaal zes maanden. Een ‘blote’ ontkenning van de ontvangst van de notabrief is onvoldoende.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>Van een professioneel gemachtigde mag worden verlangd dat hij een goede administratie bijhoudt van de door hem namens diverse belanghebbenden ingestelde beroepen en dat hij weet dat bij de betaling van het griffierecht de vermelding van het betreffende zaaknummer volstaat. Bartels heeft beroep namens eiseres ingesteld en de bestreden uitspraak bijgevoegd. Bartels heeft in het beroepschrift geen eigen kenmerk vermeld. Van de gerechtelijke instantie waar het beroep bij wordt ingesteld, mag worden verwacht dat die op duidelijke wijze communiceert over het zaaknummer dat aan een zaak wordt gekoppeld. In de bevestiging van ontvangst die de griffier aan Bartels heeft gestuurd is duidelijk aangegeven wat het aan die zaak toegewezen zaaknummer is. Bedoeld zaaknummer en de naam van indiener zijn vervolgens opgenomen in de latere correspondentie waaronder de beide notabrieven. Hiermee was het voor Bartels duidelijk, althans had het hem duidelijk moeten zijn, ten aanzien van welk door Bartels ingesteld beroep de nota griffierecht is uitgereikt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>9.	Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het beroep. Voor een proceskostenveroordeling is bij die uitkomst geen aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Vriethoff, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>16 mei 2024 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier			</para>
      <para>				rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Coll: M.P.O.</para>
      <para>D: B</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_c7a46bab-7473-4361-bbc8-8cb6061ac0e0" label="1">
    <para> 	artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) </para>
  </footnote>
  <footnote id="_494cbc86-0b09-4f68-a478-8a81391cdded" label="2">
    <para> 	artikel 8:41 van de Awb </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7f495d0f-935b-4863-ac24-4e75f51c2899" label="3">
    <para> 	beroep op betalingsonmacht is hetzelfde als een verzoek om vrijstelling van de betaling van het </para>
    <para>	griffierecht. De procedure wordt ook wel BOBOG genoemd. Een verzoek om uitstel van betaling valt </para>
    <para>	eveneens onder BOBOG </para>
  </footnote>
  <footnote id="_05feec50-6fd3-40f5-abf0-be4071b95592" label="4">
    <para> 	de rechtbank heeft de brief van 16 februari 2023 onderdeel van het dossier gemaakt </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8619c719-1b6c-4e21-aac6-bfe5d2353be2" label="5">
    <para> 	over de periode januari 2015 tot 1 januari 2024 (negen jaar) gaat het om circa 990 zaken</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d1c8b818-be4e-46f5-bd48-38edaeedf560" label="6">
    <para> 	volgens informatie op PostNL over nummer 3SRBDS0163631</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>