<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:2651</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-27T12:45:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-05-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/336538-23 (einduitspraak)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:2651">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:2651</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-23T15:29:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:2651 Rechtbank Amsterdam , 08-05-2024 / 13/336538-23 (einduitspraak)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:2651:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Frankrijk; verweer m.b.t. de detentieomstandigheden verworpen; overlevering toegestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:2651:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/336538-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 8 mei 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 27 december 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_0203aa6f-1ca9-463c-922c-3b87a8ab983f" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 24 mei 2022 door <emphasis role="italic">le procureur de la République prés le Tribunal </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Judiciaire de Marseille</emphasis> (Frankrijk) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Nigeria) op [geboortedag] 1995,</para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, </para>
      <para>	gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De zitting van 8 februari 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 februari 2024, in </para>
      <para>aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en </para>
      <para>bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.M. Steller, advocaat te Schiphol en door een tolk in de </para>
      <para>Engelse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_63263652-0973-4f9d-8fea-e0e27c33417d" /> De rechtbank heeft de gevangenhouding bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De tussenuitspraak van 22 februari 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft op 22 februari 2024 een tussenuitspraak gewezen, waarbij het onderzoek is heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om middels de officier van justitie aan de uitvaardigende justitiële autoriteit vragen te stellen over de detentieomstandigheden. Bij tussenuitspraak is de beslistermijn met 30 dagen verlengd op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW en de gevangenhouding is ook met 30 dagen verlengd op grond van artikel 27, derde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De zitting van 14 maart 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 14 maart 2024, in aanwezigheid van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en </para>
      <para>bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.M. Steller, advocaat te Schiphol en door een tolk in de </para>
      <para>Engelse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de zaak voor bepaalde tijd aangehouden, omdat er nog geen antwoord van de uitvaardigende justitiële autoriteit is gekomen op de vragen die in de tussenuitspraak zijn gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De zitting van 27 maart 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 27 maart 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en </para>
      <para>bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.M. Steller, advocaat te Schiphol en door een tolk in de </para>
      <para>Engelse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de zaak voor bepaalde tijd aangehouden, omdat er nog geen antwoord van de uitvaardigende justitiële autoriteit is gekomen op de vragen die in de tussenuitspraak zijn gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de beslistermijn met 30 dagen verlengd op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De zitting van 25 april 2024</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 25 april 2024, in aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en </para>
      <para>bijgestaan door zijn raadsman, mr. E.M. Steller, advocaat te Schiphol en door een tolk in de </para>
      <para>Engelse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraak van 22 februari 2024</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 22 februari 2024. Hierin heeft de rechtbank de grondslag van het EAB, de inhoud van het EAB en de strafbaarheid van de feiten en artikel 12 OLW al beoordeeld. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft betoogd dat met de aanvullende informatie van 19 april 2024 het algemene gevaar op een onmenselijke behandeling niet is weggenomen. Het aantal vierkante meters is theoretisch en niet is gegarandeerd dat een gedetineerde een minimale leefruimte van 3 m2 heeft. Dat de Franse autoriteiten bezig zijn met het uitbreiden van de gevangenissen is een bevestiging van het algemene gevaar vanwege overbevolking. Verder wordt de opgeëiste persoon eerst in de omgeving van Parijs geplaatst alvorens hij binnen Frankrijk wordt overgeplaatst. Dus wordt ook geen garantie gegeven waar de opgeëiste persoon gedetineerd wordt. Daarbij is er geen antwoord gegeven op de gestelde vragen. Daarom moet geen gevolg worden gegeven aan het EAB. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de zaak aan te houden om nogmaals te vragen naar een garantie over het aantal vierkante meters aan persoonlijke ruimte in de genoemde detentie-instellingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat met de aanvullende informatie van 19 april 2024 het gevaar is weggenomen dat de opgeëiste persoon in een detentie-instelling komt waar de rechtbank een algemeen gevaar voor heeft aangenomen. Subsidiair kan de zaak worden aangehouden om te vragen of de opgeëiste persoon minimaal 3 m2 aan persoonlijke levensruimte heeft in de cel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft in eerdere uitspraken in andere zaken<footnote-ref linkend="_06544452-811d-4a6f-975a-4dddcfbfc40b" /> geoordeeld dat er op dit moment ten aanzien van de detentie-instelling in Nîmes een algemeen reëel gevaar bestaat dat personen die daar zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). Ook heeft de rechtbank een algemeen gevaar aangenomen voor de detentie-instelling in Nanterre<footnote-ref linkend="_d27deb66-ecde-46c0-a7a6-04aee6ef5399" /> en Bois- d’Arcy<footnote-ref linkend="_929a47ac-dd11-4018-bd02-9bc9446d7afa" />. Gelet hierop heeft de rechtbank bij tussenuitspraak van 22 februari 2024 vragen gesteld. Onder meer is gevraagd in welke de detentie-instelling de opgeëiste persoon gedetineerd zal worden na overlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 19 april 2024 heeft het Franse Ministerie van Justitie laten weten dat de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd in <emphasis role="italic">the Marseille les Baumettes Penitentiary Centre</emphasis> of <emphasis role="italic">the Aix-Luynes Penitentiary Centre</emphasis>. Gelet op het arrest ML<footnote-ref linkend="_9a9374fd-dd14-4354-a70f-72c291186a7e" /> hoeft de rechtbank alleen voor deze detentie-instellingen de detentieomstandigheden te onderzoeken. Voor deze detentie-instellingen heeft de rechtbank geen algemeen gevaar aangenomen. Ook is bij de rechtbank ambtshalve geen informatie bekend dat gedetineerden die een reeds opgelegde gevangenisstraf moeten uitzitten in deze detentie-instellingen gevaar lopen op een onmenselijk of vernederende behandeling. Ook de aanvullende informatie geeft daartoe geen aanleiding. Naar het oordeel van de rechtbank vormen de detentieomstandigheden in deze zaak dus geen beletsel voor overlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er een garantie is gegeven als bedoeld in artikel 12 sub d OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">le procureur de la République prés le Tribunal Judiciaire de Marseille</emphasis> (Frankrijk) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M. van Mourik,  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.W.T. Klappe en H.P. Kijlstra,                         				   	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek,		                         	griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 8 mei 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_0203aa6f-1ca9-463c-922c-3b87a8ab983f" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_63263652-0973-4f9d-8fea-e0e27c33417d" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_06544452-811d-4a6f-975a-4dddcfbfc40b" label="3">
    <para> Zie onder andere ECLI:NL:RBAMS:2017:3763. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d27deb66-ecde-46c0-a7a6-04aee6ef5399" label="4">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2023:5123.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_929a47ac-dd11-4018-bd02-9bc9446d7afa" label="5">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2024:782.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9a9374fd-dd14-4354-a70f-72c291186a7e" label="6">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 87.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>