<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:2457</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-01T15:58:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/0688068-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:2457">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:2457</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-01T14:39:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:2457 Rechtbank Amsterdam , 30-04-2024 / 13/0688068-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:2457:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Polen. Een omzettingsbeslissing is geen beslissing waarbij de aard of de maat van de aanvankelijk opgelegde straf is gewijzigd en valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW. De omstandigheid dat de omzettingsbeslissing ziet op een veroordeling van feiten die door een minderjarige zijn gepleegd, maakt dat niet anders. (...) De officier van justitie heeft voldaan aan de inspanningsverplichting als bedoeld in artikel 21a OLW. De rechtbank merkt nog op dat dit artikel geen weigeringsgrond bevat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:2457:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/068868-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 30 april 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 4 maart 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_e8e8c2df-5c21-4658-be38-72ef5a9511cb" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 29 augustus 2023 door <emphasis role="italic">the Circuit Court in Sieradz – II Criminal Division</emphasis> in Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] , </emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortedag] 1992, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [plaats detentie] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 16 april 2024, in aanwezigheid van mr. S.J. Wirken, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J. Klein Molekamp, advocaat te ’s-Gravenhage, en door een tolk in de Turkse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_5bf10504-fdae-45fe-8453-f530122bafec" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Bulgaarse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">judgment of the District Court in Łask of 17 September 2015, reference II K 1243/09. </emphasis>Dit vonnis is op 27 oktober 2015 onherroepelijk geworden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog een jaar, zeven maanden en veertien dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Blijkens door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte aanvullende informatie van 21 maart 2024 is de vrijheidsstraf aanvankelijk voorwaardelijk aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Bij beslissing van <emphasis role="italic">the District Court in Łask</emphasis> van 12 april 2016 is de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen, wegens schending van de voorwaarden: de opgeëiste persoon heeft geen contact onderhouden met zijn toezichthouder. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis van 17 september 2015 (II K 1243/09<emphasis role="italic">) </emphasis>betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_2091f8cb-f2e0-4d95-9e6b-a45160ef1979" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het vonnis van 17 september 2015 (II K 1243/09)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals uit het voorgaande volgt, was de opgeëiste persoon aanwezig bij het proces dat tot de veroordeling van 17 september 2015 (II K 1243/09) heeft geleid. Dit betekent dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW niet op die procedure van toepassing is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">De omzettingsbeslissing van </emphasis>
        <emphasis role="italic">12 april 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft erop gewezen dat de opgeëiste persoon niet aanwezig is geweest op de zitting die tot de beslissing van 12 april 2016 heeft geleid. Hoewel hij zich ervan bewust is dat de omzettingsprocedure niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW valt, stelt de raadsman dat wel moet kunnen worden nagegaan of de betekening van de oproep voor die zitting juist en volledig is geweest. Dit geldt temeer, zo stelt de raadsman, nu de opgeëiste persoon tijdens het plegen van de feiten minderjarig was. De raadsman concludeert primair dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 12 OLW, subsidiair dat de zaak moet worden aangehouden om te informeren of de oproeping voor de zitting van 12 april 2016 juist en volledig is betekend, alsmede of het feit dat de opgeëiste persoon minderjarig was tijdens het plegen van de feiten gevolgen heeft voor de omzetting van de voorwaardelijke gevangenisstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de omzettingsbeslissing van 12 april 2016 geen beslissing is waarbij de aard of de maat van de aanvankelijk opgelegde straf is gewijzigd en dat deze beslissing daarom al niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW valt.<footnote-ref linkend="_a7a9ae94-0900-44c7-bbc8-5cc8981fb4dd" /> De omstandigheid dat de omzettingsbeslissing ziet op een veroordeling van feiten die door een minderjarige zijn gepleegd, maakt dat niet anders. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding de zaak aan te houden ten behoeve van het verkrijgen van nadere informatie over de betekening van de oproeping voor de zitting in 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit 1 aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld. Het feit valt op deze lijst onder nummer 27, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	verkrachting.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van dit feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de overige feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">2. mensenhandel;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. diefstal;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">4. mishandeling. </emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Onschuldverweer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft verklaard niet schuldig te zijn aan de feiten 1 tot en met 3. Hij heeft dit, anders dan de OLW vereist, echter niet tijdens het verhoor ter zitting aangetoond. </para>
      <para>De onschuldbewering leidt alleen om die reden al niet tot weigering van de overlevering.<footnote-ref linkend="_4d755637-b818-4080-b73a-4a96f1b9209f" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De verplichting als bedoeld in artikel 21a OLW  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft gesteld dat de overlevering op grond van dit artikel dient te worden geweigerd. De verdediging heeft bij de voorgeleiding om een advocaat in de uitvaardigende lidstaat verzocht, bij voorkeur degene die hem heeft bijgestaan in de procedure die heeft geleid tot het vonnis van 17 september 2015. Tot op heden is de verdediging er niet in geslaagd contact te leggen met de uiteindelijk aan de opgeëiste persoon toegewezen Poolse advocaat. Dit heeft nadelige gevolgen voor de verdediging, die nu onvoldoende kan worden gevoerd. De opgeëiste persoon kan niet worden voorzien van advies en informatie en heeft zodoende geen eerlijke en reële mogelijkheid zich tegen het EAB te verdedigen. Dit heeft bijvoorbeeld gevolgen voor het verweer ex artikel 12 OLW, dat nu moeizaam kan worden onderbouwd.</para>
      <para>Subsidiair heeft de raadsman om aanhouding van de zaak verzocht om alsnog de mogelijkheid te krijgen effectief gebruik te maken van Poolse rechtsbijstand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft aangevoerd dat de uitvaardigende justitiële autoriteit van het verzoek ex artikel 21a OLW in kennis is gesteld en wijst hierbij op de reactie op dit verzoek van de uitvaardigende justitiële autoriteit op 21 maart 2024. Hiermee heeft het Openbaar Ministerie voldaan aan de in dit artikel bedoelde verplichting, aldus de officier van justitie, die er nog op wijst dat artikel 21a OLW geen weigerings- of uitstelgrond bevat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft geconstateerd dat de officier van justitie de uitvaardigende justitiële autoriteit in kennis heeft gesteld van het door de verdediging gedane verzoek ex artikel 21a OLW en daarmee heeft voldaan aan de in dit artikel bedoelde inspanningsverplichting. De rechtbank merkt in dit verband nog op dat, zoals ook door de officier van justitie is betoogd, het niet voldoen aan die inspanningsverplichting geen weigeringsgrond oplevert.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 273f, 300 en 310 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Circuit Court in Sieradz – II Criminal Division</emphasis> (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. A.J. Scheijde,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. P. Sloot en M.C. Danel,                         				   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van R. Rog,			                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 30 april 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_e8e8c2df-5c21-4658-be38-72ef5a9511cb" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5bf10504-fdae-45fe-8453-f530122bafec" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2091f8cb-f2e0-4d95-9e6b-a45160ef1979" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a7a9ae94-0900-44c7-bbc8-5cc8981fb4dd" label="4">
    <para> HvJ EU 23 maart 2023, C-514/21 en C-515/21, ECLI:EU:C:2023:235 (<emphasis role="italic">Minister for Justice and Equality (Herroeping van de opschorting)</emphasis>), punt 53.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4d755637-b818-4080-b73a-4a96f1b9209f" label="5">
    <para> Rechtbank Amsterdam, 19 augustus 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:4340.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>