<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:2412</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-30T20:40:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/049887-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>Sdu Nieuws Insolventierecht 2024/188</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:2412">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:2412</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-05-02T11:31:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:2412 Rechtbank Amsterdam , 28-03-2024 / 13/049887-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:2412:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Faillissementsfraude. Verdachte heeft, als bestuurder, ten aanzien van twee rechtspersonen strafbare feiten gepleegd. Verdachte heeft voor en tijdens het faillissement van twee rechtspersonen geldbedragen van de bankrekeningen van de rechtspersonen onttrokken, terwijl schuldeisers onbetaald bleven. Daarnaast heeft verdachte niet voldaan aan zijn wettelijke verplichtingen een deugdelijke administratie te voeren en niet voldaan aan zijn verplichting een deugdelijke administratie aan de curator te verstrekken. Daarmee heeft verdachte de afwikkeling van de faillissementen bemoeilijkt. Taakstraf van 200 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, en een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:2412:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f8e33e5d-c56c-4afe-9b37-e479f8474fde" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 13/049887-23 (zaak A) en 13/049893-23 (zaak B)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 28 maart 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaken tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende op het adres [adres] . </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 maart 2024. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden aangeduid als respectievelijk zaak A en zaak B. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. A. Kerkhoff, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. D.A.W. Dekker, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Beschuldiging</title>
    <para>Verdachte wordt het verwijt gemaakt dat hij voor en/of tijdens het faillissement van de rechtspersonen [naam bedrijf BV 1] (zaak A) en [naam bedrijf BV 2] (zaak B) als bestuurder of commissaris van deze rechtspersonen strafbare feiten heeft gepleegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kort weergegeven is, zowel in zaak A als zaak B, aan verdachte ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>het (primair) opzettelijk dan wel (subsidiair) grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig niet voldoen aan de administratieplicht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het desgevraagd opzettelijk niet terstond verstrekken van gevoerde administratie aan de curator; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het onttrekken van geldbedragen aan de boedel, terwijl verdachte wist dat schuldeisers hierdoor in hun verhaalsmogelijkheden werden benadeeld. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in de <emphasis role="bold">bijlage</emphasis> die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van alle (primair) tenlastegelegde feiten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft bepleit dat verdachte van het primair tenlastegelegde onder feit 1 in zaken A en B moet worden vrijgesproken. Niet is bewezen dat verdachte opzettelijk niet aan zijn administratieve verplichtingen heeft voldaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vanwege de bekennende verklaring van verdachte heeft de raadsman ten aanzien van feit 2 in zaken A en B geen bewijsverweren gevoerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van feit 3 in zaken A en B heeft de raadsman verzocht verdachte vrij te spreken van de gedachtestreepjes die zien op geldbedragen die niet naar de privérekening van verdachte zijn overgemaakt. Voor deze bedragen geldt dat het opzet van verdachte op het benadelen van schuldeisers ontbreekt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht alle (primair) tenlastegelegde feiten bewezen. Zij overweegt daartoe het volgende. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtspersonen [naam bedrijf BV 1] (hierna: [naam bedrijf BV 1] ) en [naam bedrijf BV 2] (hierna: [naam bedrijf BV 2] ) zijn respectievelijk op 28 juli 2020 en op 1 september 2020 failliet verklaard. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Onvolledige administratie voeren en verstrekken </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat verdachte in zijn hoedanigheid als bestuurder van [naam bedrijf BV 1] en [naam bedrijf BV 2] , niet heeft voldaan aan zijn wettelijke administratieve verplichtingen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft bekend dat hij in zowel [naam bedrijf BV 1] als [naam bedrijf BV 2] een onvolledige administratie heeft gevoerd en deze onvolledige administratie niet terstond – nadat de curator daarom had gevraagd – aan de curator heeft verstrekt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het verweer dat verdachte dit niet opzettelijk heeft gedaan, wordt verworpen. Verdachte heeft namelijk op 18 augustus 2021 tegenover medewerkers van de Belastingdienst verklaard dat hij gezien zijn opleiding weet hoe hij een administratie moet bijhouden. Ter terechtzitting van 28 maart 2024 heeft verdachte verder verklaard dat hij een basisopleiding boekhouden heeft gevolgd. Verdachte was dus bekend met de basisbeginselen van het voeren van een deugdelijke administratie. Naar het oordeel van de rechtbank moet een ondernemer, ook zonder opleiding, maar zeker een ondernemer mét opleiding, weten dat het voeren van een onderneming als verplichting met zich brengt dat een correcte administratie moet worden gevoerd. Daarom was naar het oordeel van de rechtbank voor verdachte duidelijk dat en op welke wijze hij administratie moest voeren. Door dat niet te doen heeft verdachte opzettelijk gehandeld in strijd met zijn wettelijke administratieplicht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Onttrekken van geldbedragen aan de boedels en benadelen van schuldeisers</emphasis>
        </para>
        <para>Ook acht de rechtbank bewezen dat verdachte in zijn hoedanigheid als bestuurder van [naam bedrijf BV 1] en [naam bedrijf BV 2] geldbedragen heeft onttrokken aan de boedels en hierdoor schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden heeft benadeeld. Daarvoor is het volgende redengevend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft geldbedragen vanaf de bankrekeningen van [naam bedrijf BV 1] en [naam bedrijf BV 2] overgemaakt naar zijn privébankrekening en naar de bankrekeningen van aan [naam bedrijf BV 1] en [naam bedrijf BV 2] gelieerde rechtspersonen. Daarnaast heeft verdachte vanaf de bankrekening van [naam bedrijf BV 2] contante geldbedragen opgenomen en geld uitgegeven aan zogenaamde ‘bedrijfsactiviteiten’, zoals relatiegeschenken en hotelovernachtingen. Verdachte heeft in totaal ruim € 53.000,- aan de boedel van [naam bedrijf BV 1] en ruim € 17.000,- aan de boedel van [naam bedrijf BV 2] onttrokken, terwijl schuldeisers ondertussen niet werden betaald. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het verweer dat verdachte niet wist dat schuldeisers hierdoor in hun verhaalsmogelijkheden zijn benadeeld, wordt verworpen. Geldbedragen die op de bankrekeningen van [naam bedrijf BV 1] en [naam bedrijf BV 2] terechtkwamen, heeft verdachte steeds – vrijwel direct – contant opgenomen of overgeboekt naar bankrekeningen van gelieerde rechtspersonen in plaats van naar de bankrekeningen van schuldeisers. Door dit handelen bleef er geen geld op de bankrekeningen staan om schuldeisers te betalen. Dit alles terwijl verdachte, zoals hij op zitting verklaarde, wist dat hij schuldeisers moest betalen. Verdachte heeft dan ook doelbewust gehandeld. De verklaring van verdachte, dat hij slechts het geld op andere bankrekeningen wilde bewaren ten behoeve van het afbetalen van schuldeisers, is ongeloofwaardig aangezien het geld weg is en door verdachte bewust buiten het vermogen van de betreffende ondernemingen en dus buiten het bereik van de schuldeisers en/of de curator is gebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht bewezen dat verdachte: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van zaak A:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1 primair</emphasis>
      </para>
      <para>als bestuurder van de rechtspersoon [naam bedrijf BV 1] , tijdens of voor het faillissement van de rechtspersoon, te weten in de periode van 2 januari 2019 tot en met 9 maart 2021, in Nederland, opzettelijk niet heeft voldaan aan en heeft bewerkstelligd dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling werd bemoeilijkt;</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>als bestuurder van de rechtspersoon [naam bedrijf BV 1] , tijdens het faillissement van de rechtspersoon, te weten in de periode van 28 juli 2020 tot en met 9 maart 2021, in Nederland, desgevraagd opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende wettelijke verplichtingen ter zake, een ingevolge de wettelijke verplichtingen gevoerde en bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in ongeschonden vorm, zo nodig met de hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de curator heeft verstrekt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>als bestuurder van de rechtspersoon, te weten [naam bedrijf BV 1] , voor of tijdens het faillissement, te weten in de periode van 2 januari 2019 tot en met 22 juli 2020, in Nederland, aan [naam bedrijf BV 1] toebehorende activa, te weten geldbedragen van in totaal ongeveer € 53.287,54 aan de boedel heeft onttrokken, bestaande uit:</para>
    </parablock>
    <para>- overschrijvingen van ongeveer € 31.327,50 naar [naam bedrijf BV 3] en</para>
    <para>- overschrijvingen van ongeveer € 5.989,50 naar [naam bedrijf BV 4] en</para>
    <para>- overschrijvingen van ongeveer € 8.104,00 naar de privérekening van verdachte (“ [verdachte] ”),</para>
    <para>terwijl hij, verdachte, wist dat hierdoor schuldeisers van voornoemde rechtspersoon in hun verhaalsmogelijkheden werden benadeeld;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van zaak B:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 1 primair:</emphasis>
      </para>
      <para>als bestuurder van de rechtspersoon [naam bedrijf BV 2] , tijdens of voor het faillissement van de rechtspersoon, te weten in de periode van 29 mei 2019 tot en met 17 februari 2021, in Nederland, opzettelijk niet heeft voldaan aan en heeft bewerkstelligd dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling werd bemoeilijkt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>als bestuurder van de rechtspersoon [naam bedrijf BV 2] , tijdens het faillissement van de rechtspersoon, te weten in de periode van 1 september 2020 tot en met 17 februari 2021, in Nederland, desgevraagd opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende wettelijke verplichtingen ter zake, een ingevolge de wettelijke verplichtingen gevoerde en bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in ongeschonden vorm, zo nodig met de hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de curator heeft verstrekt;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>als bestuurder van de rechtspersoon [naam bedrijf BV 2]. voor of tijdens het faillissement, te weten in de periode van 29 mei 2019 tot en met 4 augustus 2020, in Nederland, aan [naam bedrijf BV 2] toebehorende activa, te weten geldbedragen van in totaal ongeveer € 17.201,84 aan de boedel heeft onttrokken, bestaande uit:</para>
    </parablock>
    <para>- overschrijvingen van ongeveer € 7.028,54 naar [naam bedrijf BV 3] en</para>
    <para>- overschrijvingen van ongeveer € 4.559,00 naar de bankrekening van [verdachte] en</para>
    <para>- ongeveer € 1.000,00 aan contante opnames en</para>
    <para>- ongeveer € 4.614,30 aan “bedrijfskosten”,</para>
    <para>terwijl hij, verdachte, wist dat hierdoor een of meer schuldeisers van voornoemde rechtspersoon in hun verhaalsmogelijkheden werden benadeeld.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid van de feiten en van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar en verdachte is daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering van de straffen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Strafeis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van tweehonderd uren. Daarnaast heeft zij gevorderd verdachte te veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, met een proeftijd van 2 jaren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Strafmaatverweer van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij een bewezenverklaring van meerdere feiten heeft de raadsman verzocht om met oplegging van een taakstraf, in combinatie met een geheel voorwaardelijk gevangenisstraf, te volstaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezengeachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft, als bestuurder, ten aanzien van twee rechtspersonen strafbare feiten gepleegd. Verdachte heeft voor en tijdens het faillissement van twee rechtspersonen geldbedragen van de bankrekeningen van de rechtspersonen onttrokken, terwijl schuldeisers onbetaald bleven. In beide zaken hebben schuldeisers vervolgens het faillissement moeten aanvragen. Doordat op de bankrekeningen onvoldoende geld was overgebleven om schuldeisers te betalen, heeft verdachte de schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden benadeeld. De rechtbank vindt het handelen van verdachte extra kwalijk, omdat verdachte ook zelf heeft ondervonden hoe groot de gevolgen voor een ondernemer kunnen zijn als openstaande rekeningen niet worden betaald. Daarnaast heeft verdachte niet voldaan aan zijn wettelijke verplichtingen een deugdelijke administratie te voeren en niet voldaan aan zijn verplichting een deugdelijke administratie aan de curator te verstrekken. Daarmee heeft verdachte de afwikkeling van de faillissementen bemoeilijkt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De straffen</emphasis>
        </para>
        <para>Bij het bepalen van het benadelingsbedrag neemt de rechtbank het totaalbedrag dat verdachte vanaf de bankrekeningen van de rechtspersonen heeft onttrokken als uitgangspunt. Zoals vastgesteld in paragraaf 3.3 gaat het om een totaalbedrag van ruim € 70.000,-. De rechtbanken hebben landelijke oriëntatiepunten vastgesteld. Bij een benadelingsbedrag van ruim € 70.000,- geldt als uitgangspunt dat een gevangenisstraf van vijf maanden dan wel een taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal de officier van justitie in haar strafeis volgen. </para>
        <para>Bij het bepalen van de straf zal de rechtbank ten gunste van verdachte meewegen dat de redelijke termijn is overschreden en dat met betrekking tot het niet voeren en verstrekken van administratie sprake is van eendaadse samenloop. Daarom vindt de rechtbank oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf een passendere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende zal de rechtbank overgaan tot oplegging van een taakstraf van 200 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden, en een proeftijd van 2 jaren. Met oplegging van deze straf wordt de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking wordt gebracht. De voorwaardelijke straf dient tevens als stok achter de deur voor verdachte om niet opnieuw in de fout te gaan. Doet hij dat toch, dan weet hij dat daaraan direct consequenties verbonden kunnen worden en hij de gevangenisstraf mogelijk alsnog moet uitzitten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 55, 57, 344a, en 343 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">zaak A feiten 1 primair en 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">eendaadse samenloop van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">als bestuurder van een rechtspersoon, tijdens het faillissement van de rechtspersoon en voor het faillissement van de rechtspersoon, terwijl dit is gevolgd, opzettelijk niet voldoen en bewerkstelligen dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">en</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">als bestuurder van een rechtspersoon, tijdens het faillissement van de rechtspersoon, desgevraagd opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende wettelijke verplichtingen ter zake, een ingevolge de wettelijke verplichtingen gevoerde en bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in ongeschonden vorm, zo nodig met de hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de curator verstrekken;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">zaak B feiten 1 primair en 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">eendaadse samenloop van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">als bestuurder van een rechtspersoon, tijdens het faillissement van de rechtspersoon en voor het faillissement van de rechtspersoon, terwijl dit is gevolgd, opzettelijk niet voldoen en bewerkstelligen dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het voeren van een administratie en het bewaren van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">en</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">als bestuurder van een rechtspersoon, tijdens het faillissement van de rechtspersoon, desgevraagd opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende wettelijke verplichtingen ter zake, een ingevolge de wettelijke verplichtingen gevoerde en bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in ongeschonden vorm, zo nodig met de hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de curator verstrekken;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">zaak A feit 3, zaak B feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">telkens: als bestuurder van een rechtspersoon, wetende dat hierdoor een of meer schuldeisers van de rechtspersoon in hun verhaalsmogelijkheden werden benadeeld, voor de intreding van het faillissement, terwijl dit is gevolgd, en tijdens het faillissement enig goed aan de boedel onttrekken.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf </emphasis>van <emphasis role="bold">200 (tweehonderd) uren</emphasis>, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 (honderd) dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> van <emphasis role="bold">2 (twee) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat deze straf <emphasis role="bold">niet ten uitvoer gelegd zal worden</emphasis>, tenzij later anders wordt gelast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een <emphasis role="bold">proeftijd</emphasis> van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. van Dijk,				voorzitter,</para>
      <para>mrs. C.A.E. Wijnker en M. Smit,						    rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. K.P.M. Smeets,				      griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 maart 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [...]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>