<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:2299</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-29T15:18:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-04-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-039825-24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:2299">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:2299</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-25T11:09:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:2299 Rechtbank Amsterdam , 10-04-2024 / 13-039825-24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:2299:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overlevering. EAB t.b.v. de tenuitvoerlegging van een in Roemenië opgelegde straf. De rechtbank ziet af van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren o.g.v. art. 12 OLW. Garantie m.b.t. detentieomstandigheden. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:2299:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-039825-24</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 10 april 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 9 februari 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_a85f79ec-3804-4357-8568-e729f684d83c" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 14 juli 2022 door <emphasis role="italic">the Sibiu Court</emphasis>, Roemenië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1991, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de [detentieadres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 27 maart 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.D. Popescu, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_458a645a-3546-4965-bf28-f362855185be" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een vonnis van 1 april 2022 (no. 128/01.04.2022) van <emphasis role="italic">the Sibiu Court</emphasis>, met daaropvolgend als beslissing in hoger beroep het arrest van 20 juni 2022 (no. 480/2022) van <emphasis role="italic">the Alba Iulia Court of Appeal</emphasis>. </para>
      <para>Uit het EAB volgt dat bij het vonnis van 1 april 2022 van <emphasis role="italic">the Sibiu Court</emphasis> ook de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde – voorwaardelijke – straf is bevolen. Deze voorwaardelijke gevangenisstraf (van 2 jaar) was eerder opgelegd bij vonnis van 25 september 2015 (no. 354/25.09.2015) van <emphasis role="italic">the Roman Court</emphasis>. De tenuitvoerlegging is bevolen omdat de opgeëiste persoon in de proeftijd (van 3 jaar en 6 maanden) de feiten waarvoor hij bij vonnis van 1 april 2022 werd veroordeeld, had begaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB en de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit volgt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de processen die tot de beslissingen hebben geleid van 25 september 2015 (no. 354/25.09.2015) van <emphasis role="italic">the Roman Court</emphasis> en van 1 april 2022 (no. 128/01.04.2022) van <emphasis role="italic">the Sibiu Court</emphasis>.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaar, 10 maanden en 20 dagen. Deze straf moet volgens het EAB nog geheel worden ondergaan. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_98eebb3b-2f02-4d1a-b556-86abc50271ff" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan.<footnote-ref linkend="_7a2756f3-0e12-48e8-9afd-dcdff1608448" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal gelet op het bovenstaande alleen de procedure in hoger beroep toetsen aan artikel 12 OLW.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft betoogd dat de gang van zaken met betrekking tot de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon in de procedure in hoger beroep onduidelijk is. De overlevering dient daarom te worden geweigerd, dan wel moet nadere informatie worden opgevraagd bij de Roemeense autoriteiten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest, terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid, en dat - kort gezegd - is gewezen zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet daarop kan de overlevering ex artikel 12 OLW worden geweigerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet echter aanleiding om af te zien van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren. Zij acht daarbij het volgende van belang. Uit het EAB en de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 22 februari 2024 en 7 maart 2024 volgt dat de opgeëiste persoon aanwezig was bij de procedures voor <emphasis role="italic">the Roman Court</emphasis> in 2015 en <emphasis role="italic">the Sibiu Court </emphasis>in 2022 en dat hij na dit laatste vonnis op 18 april 2022 zelf hoger beroep heeft laten instellen via zijn advocaat. Deze gang van zaken is overigens bevestigd door de opgeëiste persoon ter zitting. De opgeëiste persoon heeft ter zitting tevens verklaard dat hij na het instellen van hoger beroep uit Roemenië is vertrokken en geen contact meer heeft onderhouden met zijn advocaat. Enkele maanden later is het arrest gewezen. Naar het oordeel van de rechtbank kan daarom worden vastgesteld dat overlevering geen schending van de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon impliceert, omdat hij uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij het proces in hoger beroep. Het had op zijn weg gelegen contact te houden met deze advocaat en te informeren naar de datum van de zitting. De rechtbank verwerpt het primaire verweer en wijst het subsidiaire aanhoudingsverzoek daarom af. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">overtreding van artikel 8, vierde lid, juncto artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	overtreding van artikel 163, zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW, detentieomstandigheden  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat uit de algemene detentieomstandigheden in Roemenië een reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) voortvloeit voor personen die in een Roemeense penitentiaire instelling worden gedetineerd, met name vanwege de overbevolking in de penitentiaire instellingen.<footnote-ref linkend="_7cee1780-5198-4688-a882-26330863e22d" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het licht van het wederzijdse vertrouwen dat tussen de lidstaten moet bestaan en gelet op met name de termijnen die de uitvoerende rechterlijke autoriteiten krachtens artikel 17 van het Kaderbesluit zijn opgelegd voor de vaststelling van de definitieve beslissing tot uitvoering van een EAB, is de uitvoerende rechterlijke autoriteit enkel verplicht de detentieomstandigheden te onderzoeken in de penitentiaire inrichtingen waar, volgens de informatie waarover zij beschikt, deze persoon volgens een concreet voornemen zal worden gedetineerd, mede op tijdelijke of </para>
      <para>voorlopige basis.<footnote-ref linkend="_d0b73a55-0638-49e5-9c83-42edfaaa645c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 20 februari 2024 is namens <emphasis role="italic">the National Administration of Penitentiaries</emphasis> de volgende garantie verstrekt: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In view of your letter (…) regarding the conditions of detention to be enjoyed by [opgeëiste persoon] (…) in the event of his transfer to the Romanian authorities, we inform you of the following:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">If the person deprived of liberty shall be surrendered (…) he shall be initially imprisoned in the Bucharest-Rahova Prison for the quarantine (induction unit), for 21 days, in a room which will guarantee him a minimum of 3 m 2  of personal space. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In  view  of  the duration  of  the  sentence and  the  residence of  the sentenced </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">person,  he  will  most  likely  serve  his  custodial  sentence  initially  in  </emphasis>
        <emphasis role="bold underline italic">the  semi-open </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline italic">regime at the Botoșani Prison</emphasis>
        <emphasis role="italic">.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Detainees have access to walking courts (daily), clubs, sports grounds, gym, church, classrooms and other facilities for exercising their rights. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In the semi-open regime, the doors of the rooms are open throughout the day. The  prisoners  have  access,  throughout  the  day,  in  compliance  with  a  program </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">approved  by  the  prison  management,  to  the  walking  yards. </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">In view of the prospect of implementing the measures contained in the "Action </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Plan  2020  -  2025  for  the  execution  of  the  Rezmives  and  others  v.  Romania  pilot </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">judgment and the judgments handed down in the Bragadireanu v. Romania group of </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">cases,  and  the  current  trend  in  the  number  of  inmates  held  by  the  National </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Administration  of  Penitentiaries,  as  a  result  of  the  criminal  policies  adopted  by  the Romanian  State,  the  National  Administration  of  Penitentiaries  guarantees  to </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">provide  a  minimum  individual  space  of  3  square  meters  throughout  the </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">execution of the sentence, including the bed and related furniture, without including </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">the space for the restroom. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garanties.<footnote-ref linkend="_abf29408-a6bb-4a55-92c7-3295ddc9d878" /> De rechtbank is, gelet op deze toezeggingen van de Roemeense autoriteiten, van oordeel dat voor de opgeëiste persoon in de detentie-instellingen waar hij na overlevering naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest. Het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in Roemeense penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen, wordt door deze garantie ten aanzien van de opgeëiste persoon in deze detentie-instellingen immers weggenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 8, 107, 163 en 176 Wegenverkeerswet 1994 en 2, 5, 7 en 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Sibiu Court</emphasis>, Roemenië, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. B. Vroom-Cramer,  				                        	                          voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.W.T. Klappe en H.P. Kijlstra,                         			            	                rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. Munster en A. Gabriëlse,		                griffiers,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 10 april 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_a85f79ec-3804-4357-8568-e729f684d83c" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_458a645a-3546-4965-bf28-f362855185be" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. (of eerste, derde en vierde lid OLW)</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_98eebb3b-2f02-4d1a-b556-86abc50271ff" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7a2756f3-0e12-48e8-9afd-dcdff1608448" label="4">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1030, punt 47 en C-398/22, RQ (<emphasis role="italic">Generalstaatsanwaltschaft Berlin (Condamnation par défaut)</emphasis>), ECLI:EU:C:2023:1031, punt 32.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7cee1780-5198-4688-a882-26330863e22d" label="5">
    <para> Zie onder andere: rb Amsterdam, 2 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2629; rb Amsterdam, 27 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:463 en rb Amsterdam 4 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2513.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d0b73a55-0638-49e5-9c83-42edfaaa645c" label="6">
    <para> HvJ EU, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 87.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_abf29408-a6bb-4a55-92c7-3295ddc9d878" label="7">
    <para> HvJ EU, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>