<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:161</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-22T16:48:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-01-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13.137344-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:161">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:161</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-01-16T10:15:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:161 Rechtbank Amsterdam , 04-01-2024 / 13.137344-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:161:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Spanje, executie-EAB, ontvankelijkheid openbaar ministerie, art 12 OLW, art 11 OLW, overlevering toestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:161:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.137344-23 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 4 januari 2024 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 13 november 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_7af94489-f30c-4921-95e5-af1c3e09495e" /> Dit EAB is uitgevaardigd op 24 mei 2023 door de Rechtbank voor Strafzaken Nr. 2 te Manresa (Spanje) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Libië) op [geboortedag 2] 1988, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 21 december 2023, in aanwezigheid van mr. C.L.E. McGivern, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. J. Sietsma, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Arabische taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_d7a82641-3827-46ef-8187-130f2915d6aa" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Ontvankelijkheid van de officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat overlevering van de opgeëiste persoon in strijd is met artikel 22 OLW omdat bij de inhoudelijke behandeling de in dat artikel genoemde 60-dagen termijn overschreden is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat het verweer van de raadsman niet slaagt, omdat de OLW niet uitsluit dat de beslistermijn waarbinnen de rechtbank op grond van de OLW uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met terugwerkende kracht met 30 dagen verlengd kan worden.<footnote-ref linkend="_012b652e-3031-42fb-a5d9-dab085527769" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat zijn geboortedatum 14 februari 1987 is, en dat hij in het verleden per abuis [geboortedag 2] 1988 heeft opgegeven bij de Spaanse politie. De opgeëiste persoon heeft verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens verder juist zijn en dat hij de Libische nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB, gelezen in samenhang met de verkregen aanvullende informatie, vermeldt een vonnis van de Rechtbank voor Strafzaken Nr. 2 in Manresa van 12 juli 2016, met kenmerk 215/2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 18 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_ac523623-60e0-47bf-83e8-1db9e3d6efb9" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt verdediging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman bepleit dat de overlevering geweigerd dient te worden omdat meerdere dingen onduidelijk zijn ten aanzien van de beslissing tot tenuitvoerlegging van de straf. Ten eerste is niet duidelijk of het EAB een vervolgings- of executie-EAB is. Ook is onduidelijk of de tenuitvoerlegging van de straf bevolen is, of daarover een zitting heeft plaatsgevonden en of de opgeëiste persoon daarbij aanwezig is geweest. Er worden meerdere data genoemd in het EAB en het blijkt niet wanneer een dergelijke zitting heeft plaatsgevonden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie neemt het standpunt in dat de overlevering toegestaan kan worden, omdat de informatie uit het EAB en de aanvullende informatie voldoende duidelijk zijn. In 2016 is een zitting geweest waarbij de opgeëiste persoon veroordeeld is tot een voorwaardelijke gevangenisstraf. Hij was aanwezig bij deze zitting. Hierna heeft de opgeëiste persoon nieuwe strafbare feiten gepleegd, waarvoor hij in 2018 veroordeeld is. Bij deze procedure was hij ook aanwezig. Dit heeft geleid tot een beoordeling van de opschorting van de voorwaardelijk opgelegde straf. In 2019 is de voorwaardelijke straf omgezet in een onvoorwaardelijke straf.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De opgeëiste persoon is aanwezig geweest bij de procedures die onder de reikwijdte vallen van artikel 12 OLW. Hierom staat de weigeringsgrond in artikel 12 OLW niet in de weg aan overlevering. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In onderdeel d) van het EAB wordt vermeld dat de opgeëiste persoon is verschenen bij het proces dat heeft geleid tot het vonnis met kenmerk 215/2016. De weigeringsgrond in artikel 12 OLW is dan ook niet van toepassing ten aanzien van deze procedure. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vrijheidsstraf is aanvankelijk in voorwaardelijke vorm aan de opgeëiste persoon opgelegd. Blijkens aanvullende informatie is bij beslissing van <emphasis role="italic">the Criminal Court No. 2 of Manresa</emphasis> van 7 februari 2019 de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke vrijheidsstraf bevolen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 23 maart 2023<footnote-ref linkend="_6fd83b39-7ae9-4db1-ab8c-1db4eb3dda81" /> volgt dat de procedure die heeft geleid tot de veroordeling voor een nieuw strafbaar feit die ten grondslag ligt aan de beslissing tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf, ook onderworpen dient te worden aan de toets van artikel 12 OLW.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit voormelde aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit volgt dat is besloten tot tenuitvoerlegging van de oorspronkelijk voorwaardelijk opgelegde straf omdat de opgeëiste persoon nieuwe strafbare feiten had gepleegd en als gevolg hiervan op 5 december 2018 door <emphasis role="italic">the Criminal Court no. 3 of Manresa </emphasis>(met kenmerk 74/2018) onherroepelijk is veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van deze procedure vermeldt de aanvullende informatie van 1 december 2023 dat de opgeëiste persoon aanwezig was bij deze procedure. Hierom staat de weigeringsgrond in artikel 12 OLW niet in de weg aan overlevering.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De beslissing tot tenuitvoerlegging van 7 februari 2019 zelf is geen beslissing waarbij de aard of de hoogte van de aanvankelijk opgelegde straf is gewijzigd. Deze beslissing valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW.<footnote-ref linkend="_bd243a06-33bf-486d-b2b2-632f504cfade" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld. Het feit valt op deze lijst onder nummer 18, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	georganiseerde of gewapende diefstal</emphasis>
        </para>
        <para>Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de overlevering geweigerd dient te worden om humanitaire redenen. De opgeëiste persoon heeft namelijk een asielprocedure lopen in Nederland en wil in afwachting daarvan in Nederland blijven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat dit verweer niet kan slagen. De omstandigheid dat de opgeëiste persoon in Nederland asiel heeft aangevraagd, levert namelijk  geen grond op voor weigering van de overlevering .<footnote-ref linkend="_0bf1a0de-fa29-45b5-9ef2-abed65d4210e" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan de Rechtbank voor Strafzaken Nr. 2 in Manresa (Spanje) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M.C.M. Hamer,  				           	              			voorzitter,</para>
      <para>mrs. B. van Galen en H.P. Kijlstra,            				   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van L.E. Poel,		                        		   		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 januari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_7af94489-f30c-4921-95e5-af1c3e09495e" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d7a82641-3827-46ef-8187-130f2915d6aa" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_012b652e-3031-42fb-a5d9-dab085527769" label="3">
    <para> Vergelijk Rb. Amsterdam 20 september 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:8113.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ac523623-60e0-47bf-83e8-1db9e3d6efb9" label="4">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6fd83b39-7ae9-4db1-ab8c-1db4eb3dda81" label="5">
    <para> HvJ EU 23 maart 2023, C-514/21 en C-515/21, ECLI:EU:C:2023 (<emphasis role="italic">Minister for Justice and Equality (Herroeping van de opschorting)</emphasis>). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bd243a06-33bf-486d-b2b2-632f504cfade" label="6">
    <para> HvJ EU 23 maart 2023, C-514/21 en C-515/21, ECLI:EU:C:2023 (<emphasis role="italic">Minister for Justice and Equality (Herroeping van de opschorting)</emphasis>), punt 53.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0bf1a0de-fa29-45b5-9ef2-abed65d4210e" label="7">
    <para> Zie artikel 9, eerste lid en tweede lid, Richtlijn 2013/32/EU betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (herschikking), 26 juni 2013, PbEU L 180/60, en de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 oktober 2010, zaak C-306/09, ECLI:EU:C:2010:626 (I.B.), punt 43</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>