<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:1470</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-21T15:51:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/031370-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:1470">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:1470</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-21T15:15:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:1470 Rechtbank Amsterdam , 22-02-2024 / 13/031370-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:1470:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Dagvaarding nietig. Uit de stukken blijkt niet dat de oproep óók was voorzien van een vertaalde dagvaarding (artikel 36e lid 3 Sv). Een enkele oproeping na een – vanwege de ongeldigheid van de dagvaarding onterechte – schorsing van het onderzoek ter terechtzitting voldoet niet aan de met het uitbrengen van een dagvaarding beoogde doel dat duidelijk en ondubbelzinnig moet zijn voor welke feiten verdachte terecht moet staan (HR 11 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL4349).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:1470:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d86e41b9-6f28-4f55-bced-d8a05862d7f2" depth="16" width="550" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/031370-20 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 22 februari 2024</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteland] op [geboortedag] 1993,</para>
      <para>als woon- en verblijfplaats opgegeven het adres:</para>
      <para>
        [adres], [plaats].</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 oktober 2023 en 22 februari 2024. Verdachte was op beide zittingen niet aanwezig. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. D.A. Alsemgeest en van wat de raadsvrouw van verdachte mr. S.M. Hof, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is <emphasis role="underline">primair</emphasis> ten laste gelegd dat hij</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op of omstreeks 3 februari 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [persoon] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet, meerdere malen, althans eenmaal, terwijl hij bovenop voornoemde [persoon] zat en/of hem vasthield en/of tegen de grond drukte,</para>
    </parablock>
    <para>- met (gebalde) vuist en/of elleboog (met kracht) op/tegen het hoofd, in elk geval het lichaam, van voornoemde [persoon] te slaan en/of stompen en/of</para>
    <para>- met geschoeide voet op/tegen het hoofd, in elk geval het lichaam, van voornoemde [persoon] te schoppen en/of trappen en/of</para>
    <para>- een knietje op/tegen het hoofd, in elk geval het lichaam, van voornoemde [persoon] te geven,</para>
    <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Indien dat niet tot bewezenverklaring kan leiden is <emphasis role="underline">subsidiair </emphasis>ten laste gelegd dat hij</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op of omstreeks 3 februari 2020 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [persoon] heeft mishandeld door voornoemde [persoon] meerdere malen, althans eenmaal, terwijl hij bovenop voornoemde [persoon] zat en/of hem vasthield en/of tegen de grond drukte,</para>
    </parablock>
    <para>- met (gebalde) vuist en/of elleboog (met kracht) op/tegen het hoofd, in elk geval het lichaam, van voornoemde [persoon] te slaan en/of stompen en/of</para>
    <para>- met geschoeide voet op/tegen het hoofd, in elk geval het lichaam, van voornoemde [persoon] te schoppen en/of trappen en/of</para>
    <para>- een knietje op/tegen het hoofd, in elk geval het lichaam, van voornoemde [persoon] te geven.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Geldigheid van de dagvaarding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt op basis van de SKDB-gegevens van verdachte van 22 september 2023 en 22 februari 2024 vast dat hij staat ingeschreven op een adres in [geboorteland] en dat sinds 1 april 2021 het adres [adres] in [plaats] als laatst opgegeven woon- of verblijfplaats is geregistreerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder stelt de rechtbank vast dat voor de zitting van 26 oktober 2023 aan verdachte een dagvaarding, met bijbehorende vertaling, is toegezonden naar het van hem bekende adres in [geboorteland]. Voor deze zitting is geen vertaalde dagvaarding uitgereikt op het adres [adres] in [plaats]. Volgens de wettelijke betekeningsvoorschriften (artikel 36b in combinatie met 36e van het Wetboek van Strafvordering) had de dagvaarding eerst moeten worden uitgereikt op de van verdachte bekende woon- of verblijfsplaats in Nederland. Alleen als de dagvaarding op dat adres niet had kunnen worden uitgereikt, omdat is gebleken dat verdachte daar niet (meer) woont/verblijft of dat geen andere bewoners aanwezig zijn om de dagvaarding voor hem in ontvangst te nemen, had (ook) toezending van de vertaalde dagvaarding naar het buitenland moeten plaatsvinden. Nu de vertaalde dagvaarding niet is uitgereikt op de [adres] in [plaats], was de dagvaarding voor de zitting van 26 oktober 2023 op grond van artikel 36n Sv nietig. Dat de rechtbank op die zitting niet tot nietigheid van de dagvaarding heeft beslist en de behandeling van de zaak heeft geschorst om het Openbaar Ministerie in de gelegenheid te stellen nog eventueel ontbrekende documenten aan te leveren die het gebrek in de betekening zouden kunnen herstellen, maakt dat niet anders nu die documenten er kennelijk niet zijn, althans niet zijn aangeleverd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vertaalde dagvaarding is voor de zitting van 22 februari 2024 niet (alsnog) op de bij wet voorgeschreven wijze aan verdachte betekend. De rechtbank stelt vast dat voor de zitting van 22 februari 2024 is gepoogd een oproep met vertaling uit te reiken op het van verdachte bekende woon- of verblijfsplaats aan de [adres], maar dat is gebleken dat hij daar niet meer verblijft. Ook is een vertaalde oproep toegezonden naar het van verdachte bekende adres in [geboorteland]. Uit de stukken blijkt echter niet dat deze oproep óók was voorzien van een vertaalde dagvaarding (artikel 36e lid 3 Sv). Een enkele oproeping na een – vanwege de ongeldigheid van de dagvaarding onterechte – schorsing van het onderzoek ter terechtzitting voldoet niet aan de met het uitbrengen van een dagvaarding beoogde doel dat duidelijk en ondubbelzinnig moet zijn voor welke feiten verdachte terecht moet staan (HR 11 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL4349). </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de dagvaarding nietig.</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. G.P.C. Janssen, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. M. Nieuwenhuijs en D.M.S. Gribling,	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden en V.C. Samsom, 	griffiers,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 februari 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>