<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:1248</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-08T12:58:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-03-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/331595-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_internationaalStrafrecht">Strafrecht; Internationaal strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:1248">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:1248</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-03-07T13:42:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-03-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:1248 Rechtbank Amsterdam , 07-03-2024 / 13/331595-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:1248:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB Roemenië, overlevering toegestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:1248:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/331595-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 7 maart 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 18 december 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_1dd1c463-787f-460b-ad2e-a465b6f386cc" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 6 november 2023 door <emphasis role="italic">Judecatoria Cluj-Napoca</emphasis> (Roemenië, hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1987, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in het [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting op 1 februari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 1 februari 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat in Haarlem, en door een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_43287fe4-0e44-4f72-8fa7-bbe19d1afc00" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tussenuitspraak op 15 februari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 15 februari 2024 het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie nadere informatie op te laten vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit met het oog op de toetsing aan artikel 12 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting op 22 februari 2024</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 22 februari 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de door de uitvaardigende justitiële autoriteit in het EAB en aanvullende brieven verstrekte informatie blijkt het volgende. </para>
      <para>De opgeëiste persoon is bij vonnis van 25 november 2022 van <emphasis role="italic">the Cluj-Napoca Court of First Instance</emphasis> (dossiernummer: 13737/211/2022) veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar met een proeftijd. Bij vonnis van 23 februari 2023 van the Cluj-Napoca Court of First Instance (dossiernummer: 196/23) is de opgeëiste persoon veroordeeld tot een gevangenisstraf van één jaar en zes maanden voor een verkeersdelict, begaan op 30 december 2022. Tegen dit vonnis is beroep ingesteld. <emphasis role="italic">The Cluj Appellate Court</emphasis> heeft bij arrest van 27 oktober 2023 (dossiernummer: 102/211/2023) op dit beroep beslist. Bij dit arrest is de in de eerste aanleg opgelegde straf gehandhaafd én is de tenuitvoerlegging van de hiervoor genoemde voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar bevolen vanwege het plegen van het nieuwe strafbare feit op 30 december 2022, dus gedurende de proeftijd. Dit betrof het strafbare feit waarvoor de opgeëiste persoon bij het vonnis van 23 februari 2023 in eerste aanleg is veroordeeld. Bij het arrest van 27 oktober 2023 is vervolgens de straf waarvan de tenuitvoerlegging is bevolen (één jaar), samengevoegd met de vrijheidsstraf van één jaar en zes maanden tot een vrijheidsstraf van één jaar en tien maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en tien maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf zal volgens het EAB </para>
      <para>de periode die de opgeëiste persoon in voorarrest heeft doorgebracht in de periode van </para>
      <para>30 december 2022 tot 23 februari 2023 worden afgetrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_186440c1-45cc-4096-9ecf-3a4beabe8c5c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie blijkt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de processen die hebben geleid tot de hiervoor genoemde vonnissen van 25 november 2022 en 23 februari 2023 en het hiervoor genoemde arrest van </para>
        <para>27 oktober 2023. Reeds hierom is van weigering van de overlevering op grond van artikel 12 van de OLW geen sprake. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- <emphasis role="italic">overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;</emphasis></para>
      <para>- <emphasis role="italic">diefstal.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat uit de algemene detentieomstandigheden in Roemenië een reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest) voortvloeit voor personen die in een Roemeense penitentiaire instelling worden gedetineerd, met name vanwege de overbevolking in de penitentiaire instellingen.<footnote-ref linkend="_eda7c5d6-7d5e-4cb3-84c0-ee182fdf612f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de brief van 12 januari 2024 van/namens <emphasis role="italic">the Chief of Penitentiary Police</emphasis> staat het volgende vermeld:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“We, hereby communicate you, in consideration of your communication drawn</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">up based on file reference number 102/211/2023 of 09th of January 2024 in relation</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">to The Netherlands authorities’ request referring to prison conditions from which</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [opgeëiste persoon] (born on [geboortedag] 1987, with permanent residence in [plaats]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic"> , sentenced to a penalty of 1 year and 10 months of prison) shall benefit from,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">if he is to be transferred to Romanian authorities, the following:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">If the liberty deprived person shall be transferred to Romanian Authorities on</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Henri Coanda Airport of Bucharest, he shall be initially sent to Bucharest-Rahova</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Penitentiary for 21-day quarantine, in a room ensuring a space of minimum 3 square</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">metres.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Considering the time of the penalty, he most probably shall serve custodial</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">penalty according to the semi open regime. At the same time, considering his</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">permanent residence, he most probably would serve the penalty in Penitenciarul Baia</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mare (Baia Mare Penitentiari).</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Considering the perspective of implementing the measures comprised in the “Action Plan for 2020-2025 drafted as to execute the pilot — decision Rezmives and others versus Romania, as well as the decisions delivered in cases Bragadireanu versus Romania”, as well as the number of inmates under National Administration of Penitentiaries’ custody, following the criminal policies adopted by the Romanian State, the National Administration of Penitentiaries guarantees to ensure a minimum individual space of 3 square metres during all the time of penalty serving, including the bed and the corresponding furniture, without the space intended as restroom.”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie.<footnote-ref linkend="_ecb5fe87-c37d-44bb-874e-039def04db83" /> De rechtbank is, gelet op deze toezegging van de Roemeense autoriteiten, van oordeel dat voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van het Handvest. Het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in Roemeense penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen, wordt door de garantie immers uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon. Daarom vormen de detentieomstandigheden geen beletsel voor overlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 310 van het Wetboek van Strafrecht, 107 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994 en 2, 5, en 7 van de OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">Judecatoria Cluj-Napoca</emphasis> (Roemenië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. O.P.M. Fruytier,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. W.M.C. van den Berg en B.M. Vroom-Cramer,			   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten,		                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 7 maart 2024.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_1dd1c463-787f-460b-ad2e-a465b6f386cc" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_43287fe4-0e44-4f72-8fa7-bbe19d1afc00" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_186440c1-45cc-4096-9ecf-3a4beabe8c5c" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_eda7c5d6-7d5e-4cb3-84c0-ee182fdf612f" label="4">
    <para>Zie onder andere: rechtbank Amsterdam, 2 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2629 en rechtbank Amsterdam, 27 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:463.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ecb5fe87-c37d-44bb-874e-039def04db83" label="5">
    <para>HvJ EU, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>