<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2024:1104</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-11T08:07:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2024-02-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 23/2213 V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:1104">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2024:1104</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-11T08:07:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2024-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2024:1104 Rechtbank Amsterdam , 29-02-2024 / AMS 23/2213 V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2024:1104:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzet (8:55, 6:2 Awb). Onbevoegdverklaring bestuursrechter beroep niet tijdig in Wahv-zaak. Het antwoord op de bevoegdheidsvraag is dwingend recht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2024:1104:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 23/2213 V</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opposant] , h.o.d.n. Whitecourt, rechtsopvolger van The Divi Group B.V.</emphasis>, te Amsterdam, opposant, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de officier van justitie, verweerder.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposant heeft beroep ingesteld tegen het niet op tijd beslissen door verweerder op een administratief beroep van eiser.<footnote-ref linkend="_e79fec90-1312-4a24-ba67-a31648a11088" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de uitspraak van 7 juli 2023 (de bestreden uitspraak) heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om van het beroep kennis te nemen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opposant heeft tegen deze uitspraak een verzetschrift ingediend. De rechtbank heeft het verzet ter zitting behandeld op 16 januari 2024. Partijen zijn niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechter heeft de mogelijkheid om zonder zitting uitspraak te doen. Een voorwaarde is dat er niet getwijfeld kan worden aan het eindoordeel. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. De bestuursrechter heeft zich kennelijk onbevoegd verklaard omdat het beroep van opposant betrekking heeft op het – volgens opposant – niet tijdig nemen van een besluit in een administratiefrechtelijk geschil terzake een verkeersboete.<footnote-ref linkend="_9e5d9d3e-5135-48ab-8125-b12dcf006a03" /></para>
    <para />
    <para>2. In geval van verzet tegen een uitspraak buiten zitting moet de rechtbank beoordelen of zij in de beroepszaak terecht heeft geoordeeld dat het eindoordeel buiten redelijke twijfel stond. Het gaat er in deze verzetzaak dus om of buiten redelijke twijfel is dat de bestuursrechter onbevoegd is. </para>
    <para />
    <para>3. Opposant heeft zich in het verzetschrift op het standpunt gesteld dat hij door de rechtbank op het verkeerde been is gezet omdat verweerder in de gelegenheid is gesteld om verweer te voeren. 8Opposant beroept zich daarbij op een uitspraak van deze rechtbank waarbij het verzet gegrond is verklaard.<footnote-ref linkend="_cc23a69a-d1a7-4c99-8baa-efcd893927c3" /> Opposant heeft ook gevraagd het door hem (of zijn rechtsvoorganger) betaalde griffierecht terug te storten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Beoordeling van het verzet</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. De bevoegdheid van de rechtbank moet de bestuursrechter beoordelen op basis van het beroepschrift en de ingediende stukken, voordat ontvankelijkheid en gegrondheid van het beroep aan de orde kunnen komen. De bevoegdheid is wettelijk geregeld en dit betreft dwingend recht. </para>
    <para />
    <para>5. Opposant heeft een rechtsmiddel (administratief beroep) aangewend tegen een aan hem opgelegde verkeersboete wegens het als bestuurder vasthouden van een elektronisch apparaat tijdens het rijden. Dit is een beschikking op grond van de Wahv.<footnote-ref linkend="_3cc5cc31-4bb1-4f71-a331-5ca6cabcde9e" /> Het materiële geschil heeft betrekking op een zaak waarin de kantonrechter bevoegd is. De bestuursrechter is niet bevoegd. Dat maakt dat de bestuursrechter ook niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep tegen het niet op tijd nemen van een besluit. De bestuursrechter heeft in de bestreden uitspraak reeds gewezen op vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, waaruit het voorgaande blijkt.<footnote-ref linkend="_182155c9-b071-4a5d-85e3-0c0cf46aa0e7" /> Dat het beroep niet ziet op het materiële geschil maakt het voorgaande dus niet anders. </para>
    <para />
    <para>6. De omstandigheid dat verweerder met het toezenden van het beroepschrift is gevraagd een verweerschrift in te dienen, vloeit voort uit de Awb<footnote-ref linkend="_a926b763-ebe1-42cc-9175-16817ad98922" /> en vormt een onderdeel van het administratieve proces waarbij ook de op de zaak betrekking hebbende stukken worden opgevraagd. Op basis van die stukken wordt onder meer de bevoegdheid van de rechtbank beoordeeld. De stelling van opposant dat daarmee de verwachting is gewekt dat de bestuursrechter bevoegd is volgt de verzetrechter niet. Pas met de bestreden uitspraak heeft de rechtbank beslist over de bevoegdheid en zich onbevoegd verklaard. </para>
    <para />
    <para>7. Dat de rechtbank in een andere zaak blijkens het door opposant overgelegde proces-verbaal van mondelinge uitspraak om pragmatische redenen het verzet gegrond heeft verklaard en een oordeel heeft gegeven over vergoeding van proceskosten, kan aan het voorgaande niet afdoen. De bestuursrechter laat in die uitspraak uitdrukkelijk in het midden of hij wel bevoegd is om op het beroep en het verzoek om proceskostenvergoeding te beslissen. Die uitspraak vormt dan ook geen aanleiding om af te wijken van de dwingendrechtelijke regels omtrent bevoegdheid zoals die in de bestreden uitspraak correct zijn weergegeven en toegepast. </para>
    <para />
    <para>8. Het verzet is ongegrond. De bestreden uitspraak van 7 juli 2023 blijft in stand. Aan de inhoud van de beroepsgronden - de beoordeling of verweerder niet tijdig heeft beslist - komt de verzetrechter niet toe. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Terugstorten betaalde griffierecht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>9. Als de bestuursrechter niet bevoegd is om van een beroep kennis te nemen wordt het eventueel betaalde griffierecht door de griffier teruggestort zodra de uitspraak in rechte vaststaat. Dat is met deze verzetuitspraak het geval. De griffier zal daarom het door opposant betaalde griffierecht van € 365,- terugstorten. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>29 februari 2024 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier			</para>
      <para>				rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Dit betekent dat de zaak tot een definitief einde is gekomen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Coll: M.P.O.</para>
      <para>D: B</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_e79fec90-1312-4a24-ba67-a31648a11088" label="1">
    <para> 	artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9e5d9d3e-5135-48ab-8125-b12dcf006a03" label="2">
    <para> 	artikel 8:54 van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cc23a69a-d1a7-4c99-8baa-efcd893927c3" label="3">
    <para> 	uitspraak van 23 juni 2022 in zaaknummer AMS 21/3659 V</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3cc5cc31-4bb1-4f71-a331-5ca6cabcde9e" label="4">
    <para> 	de afkorting Wahv staat voor Wet administratieve handhaving verkeersverkeersvoorschriften </para>
  </footnote>
  <footnote id="_182155c9-b071-4a5d-85e3-0c0cf46aa0e7" label="5">
    <para> 	ECLI:NL:CRVB:2013:CA0325 en ECLI:NL:RVS:2014:1951 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_a926b763-ebe1-42cc-9175-16817ad98922" label="6">
    <para> 	artikel 8:42 van de Awb </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>