<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:581</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-15T10:16:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-247032-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:581">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:581</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-15T10:10:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:581 Rechtbank Amsterdam , 06-01-2023 / 13-247032-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:581:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak medeplegen diefstal met geweld en afpersing. Benadeelde partijen niet-ontvankelijk. Teruggave inbeslaggenomen goed.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:581:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-247032-22</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 6 januari 2023 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:</para>
      <para>
        [BRP-adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 december 2022.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. N. Levinsohn en van wat verdachte en zijn raadsman mr. M. Rasterhoff naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is primair ten laste gelegd – kort gezegd – dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van een diefstal met geweld en/of afpersing op 31 augustus 2022 te Amstelveen. Subsidiair is de medeplichtigheid hieraan ten laste gelegd. </para>
      <para>De tekst van de gehele tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Vrijspraak</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het aan verdachte ten laste gelegde. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte met zijn auto op de plaats delict is geweest. Ook blijkt uit het dossier niet dat verdachte van de overval op de hoogte was. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging </emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft de rechtbank verzocht verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde omdat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich hieraan schuldig heeft gemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank oordeelt dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde diefstal met geweld en/of afpersing.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdenking houdt in dat verdachte twee andere personen, waaronder de medeverdachte [medeverdachte] , met zijn auto naar en van de plaats van de beroving heeft gebracht en dat hij financieel zou hebben geprofiteerd van de beroving. Er is echter onvoldoende bewijs dat verdachte en/of zijn auto ten tijde van het feit op de plaats delict is geweest. Weliswaar maakt de telefoon van verdachte na de overval dezelfde reisbewegingen als de telefoon van de medeverdachte (die wel veroordeeld wordt voor betrokkenheid bij de beroving), maar dit is onvoldoende. Daarnaast kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte opzet had op de beroving. Daarom is de rechtbank met de officier van justitie en verdediging van oordeel dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Vordering van de benadeelde partijen</title>
    <para>De benadeelde partij [benadeelde partij 1] vordert € 32.707,48 aan vergoeding van materiële schade en € 3.000,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [benadeelde partij 2] vordert € 1.880,11 aan vergoeding van materiële schade en € 3.000,-  aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partijen zullen in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard omdat verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de benadeelde partij als de overwegend in het ongelijk gestelde partij moet worden beschouwd, zal de benadeelde partij in de kosten van verdachte worden veroordeeld. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verdachte is een Audi A3 in beslag genomen. De officier van justitie heeft zich, net als de verdediging, op het standpunt gesteld dat deze auto kan worden teruggegeven aan verdachte. De rechtbank deelt dit standpunt en zal de teruggave van de auto gelasten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de teruggave aan verdachte van de Audi A3 (1 STK Personenauto, [kenteken] , omschrijving: PL1300-2022183682-6152573, Audi A3 Sportback G, chassisnr: [chassisnummer] , bouwjaar 2014).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. E. Slager,							 	voorzitter,</para>
      <para>mr. P.L.C.M. Ficq en mr. P.B. Spaargaren,					rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.S.J.H. Spronk					griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 januari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [(...)] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>