<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:5660</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-07T13:18:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/148196-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5660">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5660</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-06T14:29:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:5660 Rechtbank Amsterdam , 30-08-2023 / 13/148196-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5660:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Italiaans vervolgings-EAB. Toestaan. De opgeëiste persoon voldoet aan de eerste twee voorwaarden voor gelijkstelling, maar niet aan de derde voorwaarde: de opgeëiste persoon zal zijn verblijfsrecht naar verwachting verliezen als gevolg van een eventuele aan hem door Italië op te leggen straf voor de in het EAB genoemde feiten. De opgeëiste persoon komt daarmee niet in aanmerking voor gelijkstelling. Het verweer van de raadsman dat hierop ziet slaagt dan ook niet. Ambtshalve overwegingen ten aanzien van artikel 11 OLW: Italiaanse detentieomstandigheden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5660:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/148196-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 30 augustus 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 23 juni 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_d5fb04c3-4c23-4c4a-90de-d0c8b35292d3" /> Dit EAB is uitgevaardigd op 15 mei 2023 door <emphasis role="italic">the Office of the Preliminary Investigation Judge of the Bologna Tribunal </emphasis>(Italië) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] (Albanië) op [geboortedag] 1976, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: </para>
      <para>
        [adres opgeëiste persoon] ,</para>
      <para>gedetineerd in [detentieplaats] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 16 augustus 2023, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. T.P.A.M. Wouters, advocaat in Amsterdam, die waarnam voor zijn kantoorgenoot, mr. R.I. Takens. De opgeëiste persoon werd daarnaast bijgestaan door een tolk in de Albanese taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_8a7ec7f9-ec5d-469b-8d1d-ceb6256bff1e" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Albanese nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">order of application of the precautionary detention in prison by the GIP (Preliminary Investigation Judge) attached to the Bologna Tribunal</emphasis> van 28 april 2023, met referenties <emphasis role="italic">No. 10332/20 R.G.N.R.</emphasis> en <emphasis role="italic">7621/21 R.G.G.I.P</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Italiaans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_5300b44f-a12e-4cf0-820f-c60796bd007a" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB houdt verder een verzoek in om inbeslagname en afgifte van de voorwerpen die zijn aangetroffen in het bezit van de opgeëiste persoon. Ter zitting heeft de officier van justitie daarom gevorderd om de onder de opgeëiste persoon inbeslaggenomen Apple iPhone 12 met goednummer 6357875 over te dragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid: feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder de nummers 1 en 5, te weten (respectievelijk):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">deelneming aan een criminele organisatie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Italië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon gelijkgesteld kan worden met een Nederlander, nu hij voldoet aan alle drie de vereisten die daarvoor gelden. Het bericht van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: de IND) bij brief van 6 juli 2023, waaruit volgt dat verblijfsbeëindiging na een eventuele veroordeling in Italië ‘in beginsel mogelijk is’, is niet concreet genoeg om te concluderen dat de opgeëiste persoon niet aan het derde vereiste voldoet. Gelet hierop verzoekt de raadsman primair om de overlevering te weigeren. Subsidiair verzoekt hij de behandeling aan te houden voor het alsnog opvragen van een zogeheten terugkeergarantie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vindt dat de opgeëiste persoon niet gelijkgesteld kan worden met een Nederlander. De IND heeft in de brief van 6 juli 2023 een zogeheten ‘verklaring verlies verblijfsrecht’ afgegeven, inhoudende dat een veroordeling voor de feiten waarvoor de overlevering wordt gevraagd, zou betekenen dat het in de lijn der verwachting ligt dat het verblijfsrecht van de opgeëiste persoon zal worden ingetrokken. Deze verklaring is voldoende concreet. De opgeëiste persoon heeft daarom geen recht op een terugkeergarantie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Om in aanmerking te komen voor gelijkstelling met een Nederlander moet op basis van artikel 6, derde lid, van de OLW zijn voldaan aan de volgende vereisten:</para>
      <para>1. de opgeëiste persoon verblijft ten minste vijf jaar ononderbroken rechtmatig in Nederland als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vreemdelingenwet 2000;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2. de opgeëiste persoon kan in Nederland worden vervolgd voor de feiten genoemd in het EAB;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3. ten aanzien van de opgeëiste persoon bestaat de verwachting dat hij niet zijn recht van verblijf in Nederland verliest als gevolg van een hem na overlevering opgelegde straf of maatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de eerste voorwaarde is naar het oordeel van de rechtbank voldaan als de opgeëiste persoon een duurzaam verblijfsrecht heeft verworven. Uit de stukken blijkt dat dit het geval is: het verblijfsrecht van de opgeëiste persoon is sinds 22 maart 2019 duurzaam. De opgeëiste persoon voldoet daarmee aan de eerste voorwaarde.<footnote-ref linkend="_45fb9c65-4e3e-455a-b46c-7ae1f559ba43" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon voldoet daarnaast aan de tweede voorwaarde. Hij zou in Nederland vervolgd kunnen worden voor de feiten die aan het EAB ten grondslag liggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het antwoord op de vraag over de verwachting of de opgeëiste persoon al dan niet zijn recht op verblijf in Nederland verliest als gevolg van een eventueel op te leggen straf of maatregel, beoordeelt de rechtbank aan de hand van informatie van de IND. Uit het bericht van de IND van 6 juli 2023 volgt dat de opgeëiste persoon zijn verblijfsrecht naar verwachting zal verliezen als gevolg van een eventuele aan hem door Italië op te leggen straf voor de feiten die worden genoemd in het EAB. De IND stelt vast dat vooralsnog geen omstandigheden bekend zijn die zich tegen verblijfsbeëindiging verzetten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de IND zich bij het uitspreken van deze verwachting gebaseerd op een volledig beeld van de situatie, waaronder de persoonlijke omstandigheden van de opgeëiste persoon. De verwachting is daarnaast duidelijk onderbouwd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande voldoet de opgeëiste persoon niet aan de derde voorwaarde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verweer slaagt niet. De opgeëiste persoon komt niet in aanmerking voor gelijkstelling.</para>
      <para>In het verlengde daarvan ziet de rechtbank geen aanleiding om de behandeling aan te houden om een terugkeergarantie op te vragen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in eerdere uitspraken overwogen dat er momenteel nog ten aanzien van een elftal detentiecentra in Italië een algemeen reëel gevaar bestaat dat gedetineerden daar onmenselijk of vernederend worden behandeld.<footnote-ref linkend="_8f7b04e1-7463-4b56-a67f-2cf1f179f611" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brieven van 2 en 4 maart 2020 hebben de Italiaanse autoriteiten gegarandeerd dat door Nederland overgeleverde personen niet zullen worden gedetineerd in de toen nog zestien detentiecentra waarvoor de rechtbank een algemeen gevaar heeft aangenomen.<footnote-ref linkend="_59a243eb-ee51-4a7a-9723-c1a6b85b79c7" /> Deze brieven zijn in elke overleveringszaak geldig, zoals de Italiaanse autoriteiten in de bedoelde brieven hebben bevestigd.<footnote-ref linkend="_61c8f100-bfd9-4b5c-a8fc-4533f7b186b8" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het voorgaande, voor de opgeëiste persoon het gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling in Italiaanse detentiecentra is weggenomen. De detentieomstandigheden vormen daarom geen beletsel voor de overlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hieruit volgt daarnaast dat de afgifte van het in beslag genomen voorwerp aan de uitvaardigende justitiële autoriteit kan worden bevolen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5, 7, 49 en 50 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Office of the Preliminary Investigation Judge of the Bologna Tribunal </emphasis>(Italië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de afgifte van de in beslag genomen Apple iPhone 12 met goednummer 6357875 aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. J.P.W. Helmonds,			  				                         voorzitter,</para>
      <para>mrs. B.M. Vroom-Cramer en L. Sanders,                         				   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie,				                              griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 30 augustus 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_d5fb04c3-4c23-4c4a-90de-d0c8b35292d3" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8a7ec7f9-ec5d-469b-8d1d-ceb6256bff1e" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5300b44f-a12e-4cf0-820f-c60796bd007a" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_45fb9c65-4e3e-455a-b46c-7ae1f559ba43" label="4">
    <para> Dit is in het geval van de opgeëiste persoon door deze rechtbank ook eerder vastgesteld bij uitspraak van <?linebreak?>3 maart 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2464.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8f7b04e1-7463-4b56-a67f-2cf1f179f611" label="5">
    <para> Zie bijvoorbeeld rechtbank Amsterdam 9 augustus 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:5120.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_59a243eb-ee51-4a7a-9723-c1a6b85b79c7" label="6">
    <para> Zoals blijkt uit de in voetnoot 5 genoemde uitspraak is het algemeen gevaar ten aanzien van vijf van deze detentiecentra inmiddels komen te vervallen.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_61c8f100-bfd9-4b5c-a8fc-4533f7b186b8" label="7">
    <para> Zie rechtbank Amsterdam, 30 maart 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:1804.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>