<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:5479</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-31T09:42:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/080554-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5479">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5479</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-30T16:10:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:5479 Rechtbank Amsterdam , 05-07-2023 / 13/080554-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5479:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewezenverklaring van twee feitelijke aanrandingen van de eerbaarheid. Verminderd toerekeningsvatbaar. Recentelijke (onherroepelijke) veroordeling tot een tbs-maatregel, daarom in onderhavige zaak toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5479:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7ab9d49f-3d75-4386-bac1-4a6deb65579f" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/080554-23 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 5 juli 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1998,</para>
      <para>wonende op het adres [adres] , </para>
      <para>nu gedetineerd in [detentieplaats 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 juni 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is niet verschenen. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. W.J. Nijkerk en van wat de gemachtigde raadsvrouw van verdachte mr. M.P. Lettinga naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 8 februari 2023 te Den Haag, in elk geval in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer 1] (psycholoog bij het [kliniek 1] van de [detentieplaats 2] ) heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft hij, verdachte, een of meermalen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- de heup(en) van die [slachtoffer 1] (onverhoeds) vastgepakt en/of vastgegrepen en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- die [slachtoffer 1] naar zich toe getrokken en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- zijn (onder)lichaam tegen de bil(len), in elk geval het (onder)lichaam, van die [slachtoffer 1] gedrukt, in elk geval gehouden en/of</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- rijdende beweging(en) tegen het (onder)lichaam, van die [slachtoffer 1] gemaakt;</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 23 februari 2023 te Den Haag, in elk geval in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 2] (laborant bij [kliniek 2] ) heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, immers heeft hij, verdachte, een of meermalen over de bil(len) van die [slachtoffer 2] gestreken, in elk geval de bil(len) van die [slachtoffer 2] betast</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen en heeft de daarvoor relevante bewijsmiddelen opgesomd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft zich ten aanzien van de bewijsvraag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen acht de rechtbank de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten bewezen. Gezien het standpunt van de officier van justitie en de raadsvrouw behoeft dit oordeel geen verdere motivering.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in de <emphasis role="bold">bijlage</emphasis> vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 8 februari 2023 te Den Haag door een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] (psycholoog bij het [kliniek 1] van de [detentieplaats 2] ) heeft gedwongen tot het dulden van ontuchtige handelingen, immers heeft hij, verdachte, </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>
      <emphasis role="italic">- de heupen van die [slachtoffer 1] (onverhoeds) vastgepakt en</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- die [slachtoffer 1] naar zich toe getrokken en</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- zijn onderlichaam tegen de billen van die [slachtoffer 1] gedrukt en</emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="italic">- rijdende bewegingen tegen het onderlichaam, van die [slachtoffer 1] gemaakt;</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Op 23 februari 2023 te Den Haag door een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] (laborant bij [kliniek 2] ) heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, immers heeft hij, verdachte, over de billen van die [slachtoffer 2] gestreken.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het dossier is een Pro Justitia rapportage van 21 februari 2023 gevoegd, dat is opgemaakt voor een andere zaak van verdachte die in april 2023 op zitting stond. Dit dubbelrapport heeft betrekking op een vijftal feiten uit 2021 en 2022. Drie van de vijf feiten zijn soortgelijk aan de feiten die in deze zaak voorliggen. Bij verdachte is een autismespectrumstoornis vastgesteld die ten tijde van alle feiten aanwezig was. Tevens is vastgesteld dat ten tijde van een van de feiten, in 2022, sprake was van een psychose. Vervolgens hebben de psychiater en de psycholoog geconcludeerd dat de autismespectrumstoornis de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte heeft beïnvloed ten tijde van het ten laste gelegde. Deze stoornis laat zich volgens de deskundigen kenmerken door beperkingen in sociale interactie, rigiditeit en beperkte coping. De psycholoog heeft geadviseerd om twee van de feiten verminderd aan verdachte toe te rekenen, het feit dat verdachte tijdens de psychose heeft begaan niet toe rekenen en heeft zich ten aanzien van het andere feit onthouden van een advies. Door de deskundigen is geadviseerd om een maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) op te leggen. De rechtbank heeft dit advies bij vonnis van 2 mei 2023 overgenomen en gevolgd en heeft aan verdachte  de tbs-maatregel met dwangverpleging opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op dit recente deskundigenrapport, de onherroepelijke veroordeling waarbij verdachte is veroordeeld tot de tbs-maatregel en de aard van de onderhavige feiten, komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte ook ten aanzien van de feiten in deze zaak verminderd toerekeningsvatbaar dient te worden geacht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Geen straf of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat aan verdachte geen straf of maatregel moet worden opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In verband met de persoonlijkheid van verdachte en de omstandigheden die zich nadien hebben voorgedaan zal geen straf of maatregel aan verdachte worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt daartoe het volgende. Verdachte wordt ten aanzien van de tenlastegelegde feiten verminderd toerekeningsvatbaar geacht. Daarnaast is verdachte recentelijk  veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden en is aan hem een tbs-maatregel met dwangverpleging opgelegd. Deze veroordeling is inmiddels onherroepelijk. Ingevolge artikel 63 Wetboek van Strafrecht dient de rechtbank met die veroordeling in de straftoemeting rekening te houden. Dat wil zeggen dat er gekeken moet worden naar welke straf of maatregel zou zijn opgelegd als de onderhavige feiten gelijktijdig met de eerdere feiten zouden zijn berecht. Naar het oordeel van de rechtbank zou in dat geval geen langere gevangenisstraf aan verdachte zijn opgelegd. Daarom volstaat de rechtbank in dit geval met het vaststellen van de schuld van verdachte.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in <emphasis role="bold">rubriek 5</emphasis> is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van feit 1 en 2:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">telkens: feitelijke aanranding van de eerbaarheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. J. Thomas, 	voorzitter,</para>
      <para>mr. J.G. Vegter en mr. S.I.E. de Graaff, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. E. Willeboer, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 juli 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [...]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [...] </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [...]
    </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [...] </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [...] </bridgehead>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>