<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:5377</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-30T11:25:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751571-20 (EAB II)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5377">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5377</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-30T08:36:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:5377 Rechtbank Amsterdam , 14-06-2023 / 13/751571-20 (EAB II)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5377:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Pools EAB ter tenuitvoerlegging vonnis - weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing op het strafbare triggerende feit - weigering van de overlevering</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5377:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751571-20 (EAB II)</para>
      <para>RK nummer: 23/814</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 14 juni 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 7 april 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_f6680983-4e8e-457f-89bd-62893496b01b" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 14 oktober 2016 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Piotrków</emphasis> (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1990  </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>
        [BRP-adres]
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 19 april 2023</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 19 april 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. </para>
      <para>De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. E. Boksma, advocaat in Alkmaar en door een tolk in de Poolse taal. Het onderzoek ter zitting is geschorst om de </para>
      <para>officier van justitie in de gelegenheid te stellen het antwoord af te wachten op de aan de Poolse autoriteiten gestelde vragen in verband met vragen over artikel 12 OLW inzake EAB I.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 31 mei 2023</emphasis>
      </para>
      <para>Met toestemming van de opgeëiste persoon en de officier van justitie is de behandeling van het EAB voortgezet in de stand van de zitting van 19 april 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. van der Schaft, officier van justitie. </para>
      <para>De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. E. Boksma, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de wettelijke termijn waarbinnen de rechtbank op basis van de OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, is verstreken.<footnote-ref linkend="_8da67559-2661-40e1-8a07-b5dd726740ce" /> Dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om op het overleveringsverzoek te beslissen. Het betekent echter wel dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor gevangenhouding.<footnote-ref linkend="_1ee4a1f6-575d-4f86-9719-e7e3a0494a3d" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic"> default judgment issued by the District Court in Tomaszów Mazowicki of 19 March 2014 in the case II K 1154/13.  The judgment became final and valid on 9 April 2014.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vijf maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. </para>
      <para>De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_271959c7-94b1-4e00-b004-9d9bedfdf453" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens informatie van het EAB is de opgeëiste persoon niet verschenen op de zitting die tot het op 19 maart 2014 gewezen vonnis II K 1154/13 heeft geleid. Voorts staat in het EAB vermeld dat de oproeping voor de zitting niet is uitgereikt aan de opgeëiste persoon maar aan <emphasis role="italic">an adult household member</emphasis> en dat vervolgens het gewezen vonnis met appelinstructie op dezelfde wijze is uitgereikt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte staat in het EAB vermeld dat bij een <emphasis role="italic">decision </emphasis>van 20 mei 2015 de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf is omgezet in een onvoorwaarlijke straf. In de aanvullende informatie van 10 mei 2023 van de Poolse autoriteiten is over de reden tot omzetting het volgende vermeld:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“that in case II K 1154/13 the reason the custodial sentence was ordered to be enforced was that [opgeëiste persoon] had failed to pay a cash compensation amount of PLN 100 (One Hundred) for the benefit of the Victim Assistance and Post­ Penitentiary Support Fund. As </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">regards the order to enforce the custodial sentence in case II K”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunten </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de overlevering kan worden toegestaan aangezien de omzetting is bevolen omdat de opgeëiste persoon een schadevergoeding niet heeft betaald. Er is dus geen sprake van een nieuwe veroordeling die aan artikel 12 OLW moet worden getoetst. De officier van justitie heeft zich niet uitgelaten over de vraag of de weigeringsgrond van artikel 12 OLW zich voordoet ten aanzien van de procedure in eerste aanleg. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich niet uitgelaten over de weigeringsgrond van artikel 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 23 maart 2023 in de zaak LU (C514/21) en PH (C515/21), (ECLI:EU:C:2023:235), valt een veroordeling voor het <emphasis role="italic">triggerende strafbare feit,</emphasis> dat wil zeggen een veroordeling die de reden vormt voor de beslissing tot de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf, onder de reikwijdte van artikel 4 bis Kaderbesluit 2002/584/JBZ, voor zover deze veroordeling bij verstek is gewezen.<footnote-ref linkend="_63b8e805-5660-4847-bcb3-bc0e6e8e2ef7" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank leidt uit de aanvullende informatie af dat er geen sprake is geweest van een  veroordeling voor een nieuw strafbaar feit. De beslissing tot omzetting van de voorwaardelijk opgelegde straf door  de Poolse rechtbank valt niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW.<footnote-ref linkend="_12a3703a-460e-4246-8165-870e79d8b12c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de hiervoor opgenomen beschikbare informatie over de onderliggende strafprocedure in eerste aanleg stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon niet is verschenen bij het proces dat tot vonnis II K 1154/13 heeft geleid zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en evenmin een garantie als bedoeld in artikel 12, sub d, OLW is verstrekt. Dat betekent dat de rechtbank de overlevering op grond van artikel 12 OLW kan weigeren. </para>
      <para>De rechtbank kan niet vaststellen of overlevering van de opgeëiste persoon geen schending van zijn verdedigingsrechten inhoudt. Uit de stukken volgt niet of de opgeëiste persoon daadwerkelijk bekend was met de procedure en daarom ook niet of hij al dan niet stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn verdedigingsrechten. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om hierover nadere vragen te stellen, omdat de beslistermijn is verstreken. De rechtbank ziet, gelet op het voorgaande, geen reden om van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren af te zien en zal de overlevering daarom weigeren.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">5.	Slotsom</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. </para>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Regional Court in Piotrków</emphasis> (Polen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. J. G. Vegter,  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.T.C. de Vries en L. Sanders,                         			  	   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon,		                         	    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 juni 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_f6680983-4e8e-457f-89bd-62893496b01b" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8da67559-2661-40e1-8a07-b5dd726740ce" label="2">
    <para> Zie artikel 22 OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1ee4a1f6-575d-4f86-9719-e7e3a0494a3d" label="3">
    <para> De termijn van vrijheidsbeneming (en mogelijkheden tot verlenging daarvan) moeten in samenhang worden bezien met de wettelijke beslistermijn.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_271959c7-94b1-4e00-b004-9d9bedfdf453" label="4">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_63b8e805-5660-4847-bcb3-bc0e6e8e2ef7" label="5">
    <para> Zie ro. 62-63, ECLI:EU:C:2023:235.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_12a3703a-460e-4246-8165-870e79d8b12c" label="6">
    <para> Zie uitspraak van HVJ EU van 22 december 2017 in de zaak Ardic, ECLI:EU:C:2017:1026</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>