<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:5375</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-29T15:26:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/088145-23  (EAB II)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5375">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5375</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-29T13:55:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:5375 Rechtbank Amsterdam , 14-06-2023 / 13/088145-23  (EAB II)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5375:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Pools EAB ter tenuitvoerlegging vonnis - tussenuitspraak - heropening van het onderzoek in verband met artikel 12 OLW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5375:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/088145-23  (EAB II)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 14 juni 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 6 april 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_b06e73e5-067c-46bd-897f-a9b5b801bbe7" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 15 december 2020 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Tarnów </emphasis>(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1974</para>
      <para>	ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>             [adres]</para>
      <para>	gedetineerd in de [PI]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 31 mei 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_ffffce6e-ac9c-4770-8c8f-0c907f411c0b" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">enforceable judgment of the District Court in Tarnów dated: 25th May 2016 amended by a judgement of the Regional Court in Tarnów dated 12th April 2019. This judgment has been enforceable since 12th April 2019</emphasis>. <emphasis role="italic">Reference II K 832/15.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_831e382e-ea11-45ab-8b13-d9c261482fad" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW; heropening onderzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt raadsman</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman merkt op dat opgeëiste persoon niet op de hoogte was van de procedure in hoger beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon is zowel tijdens de procedure in eerste aanleg als in hoger beroep niet verschenen, maar is in beide instanties vertegenwoordigd door een gemachtigd raadsman.</para>
      <para>De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is gelet hierop niet van toepassing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de informatie van het EAB onder d) is de opgeëiste persoon niet verschenen op de zitting in eerste aanleg die tot het vonnis heeft geleid. Wel is hij ter zitting verdedigd door een door hem gemachtigde raadsman. Bovendien is het vonnis van 26 mei 2016 in de detentie-instelling waar hij op dat moment verbleef op 3 juni 2016 aan hem uitgereikt. Daarbij is de opgeëiste persoon gewezen op de mogelijkheid van het instellen van hoger beroep. </para>
      <para>In de procedure in hoger beroep is de opgeëiste persoon niet verschenen, maar een door hem  <emphasis role="italic">appointed legal counsel</emphasis> is verschenen in de procedure in hoger beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- In het EAB onder f) staat vermeld dat bij beslissing van <emphasis role="italic">the Appellate Court</emphasis> van </para>
    <para>13 oktober 2016 het vonnis in eerste aanleg is bevestigd. Daarna heeft een cassatieprocedure plaatsgevonden bij het <emphasis role="italic">Supreme Court, </emphasis>waarin de beslissing in hoger beroep ongedaan is gemaakt. De zaak is terugverwezen naar <emphasis role="italic">The Regional Court in Tarnów for re-examination. </emphasis>In deze procedure werd acht geslagen op de recidive van de opgeëiste persoon. Op grond daarvan is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in plaats van een geldboete is opgelegd. De opgeëiste persoon is opgeroepen voor de <emphasis role="italic">re-trial</emphasis> en is in <emphasis role="italic">a proper way</emphasis> opgeroepen, maar is niet ter zitting verschenen. Hij is op deze zitting vertegenwoordigd door <emphasis role="italic">a legal counsel appointend by him</emphasis>. </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Als de strafprocedure meer instanties heeft omvat en tot opeenvolgende beslissingen heeft geleid, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 van de OLW, voor zover bij die laatste beslissing definitief uitspraak is gedaan over de schuld van de betrokkene en aan hem een straf is opgelegd, nadat de zaak in feite en in rechte ten gronde is behandeld.1</para>
      <para>Uit voormelde informatie leidt de rechtbank af   dat in hoger beroep voor het laatst (en onherroepelijk) is geoordeeld over de schuldvraag en dat bij de genoemde re-trial procedure na terug verwijzing in cassatie is voor het laatst (en onherroepelijk) is geoordeeld over de straf zodat deze beide procedures (hoger beroep en re-trial proces na cassatie) onder het bereik van artikel 12 OLW vallen en moet worden getoetst of de weigeringsgrond van artikel 12 OLW zich ten aanzien van deze procedures  voordoet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de hiervoor genoemde informatie uit het dossier  beschikt de rechtbank echter over onvoldoende informatie om vast te kunnen stellen of zich een van de omstandigheden als bedoeld in artikel 12 OLW zich heeft voorgedaan en in het bijzonder of de opgeëiste persoon op de hoogte was van de  voorgenomen re-trial na terugverwijzing na cassatie  en daarbij door een door hem gemachtigd raadsman ter zitting  is verdedigd. </para>
      <para>Bovendien beschikt de rechtbank over onvoldoende informatie om te kunnen vaststellen of de opgeëiste persoon klaarblijkelijk op de hoogte was van het strafproces in hoger beroep en, hij al dan niet uit eigen beweging stilzwijgend afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen bij dat proces of dat hij op zijn minst kennelijk onzorgvuldig is geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hiertoe dienen de volgende vragen te worden beantwoord door de Poolse autoriteiten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- Op welke datum heeft de re-trial procedure na verwijzing na cassatie plaatsgevonden?</para>
    <para />
    <para />
    <para>- Is opgeëiste persoon ter zitting in hoger beroep en bij de re-trial procedure </para>
    <parablock>
      <para>            verschenen?</para>
      <para>      Zo nee</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- Is de opgeëiste persoon in persoon gedagvaard voor de zitting in hoger beroep en gedagvaard voor de re-trial procedure en ervan in kennis gesteld dat een beslissing kan worden genomen wanneer hij niet op het proces verschijnt?</para>
    <parablock>
      <para>Zo nee<?linebreak?></para>
      <para>- Was de opgeëiste persoon op de hoogte van het voorgenomen proces in hoger beroep en de re-trial procedure en had hij een gemachtigd raadsman tijdens deze procedures</para>
      <para>            die hem heeft verdedigd?</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>     -      Is de oproeping voor het proces in hoger beroep en het re-trial proces verzonden aan </para>
      <para>            een door de opgeëiste persoon opgegeven adres?</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- Heeft de opgeëiste persoon een adresinstructie gehad en wanneer en is hij daarbij op de hoogte gesteld van de consequenties als hij daar niet aan zou voldoen, gold die adresinstructie uitdrukkelijk <emphasis role="italic">ook voor het hoger beroep</emphasis> en daarop volgende procedures en is dat ook aan de opgeëiste persoon medegedeeld?</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>     -     Heeft de opgeëiste persoon zelf hoger beroep laten instellen? </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">SCHORST </emphasis>het onderzoek ter zitting <emphasis role="bold">voor onbepaalde tijd</emphasis> om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 4. geformuleerde vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEPAALT </emphasis>dat de zaak vóór 4 juli 2023 op zitting wordt aangebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen voornoemde nader te bepalen datum en tijdstip.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. J. G. Vegter,  						                         	voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.T.C. de Vries en L. Sanders,                         				               rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon,		                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 juni 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b06e73e5-067c-46bd-897f-a9b5b801bbe7" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ffffce6e-ac9c-4770-8c8f-0c907f411c0b" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_831e382e-ea11-45ab-8b13-d9c261482fad" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>