<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:5358</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-09-05T15:32:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-08-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">10412170 CV EXPL 23-4399</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5358">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5358</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-24T16:33:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:5358 Rechtbank Amsterdam , 18-08-2023 / 10412170 CV EXPL 23-4399</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5358:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vordering tot betaling factuur afgewezen, verkeerde partij gedagvaard</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5358:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">AMSTERDAM</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 10412170 \ CV EXPL 23-4399</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 18 augustus 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] (H.O.D.N. [handelsnaam] )</emphasis>, </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: Van Twuijver Incasso B.V.,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">OTENTICA B.V.</emphasis>, </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: Otentica,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.I. van Vlijmen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het vonnis in incident van 27 juni 2023 en de daarin genoemde processtukken,</para>
      <para>- de e-mail namens Otentica van 3 juli 2023 met het verzoek om vonnis te wijzen,</para>
      <para>- de vaststelling door de griffier dat [eiser] geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid uiterlijk op de rol van 4 juli 2023 te reageren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Daarna is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De zaak in het kort</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [eiser] vordert, samengevat, dat de kantonrechter Otentica bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeelt tot betaling van: </para>
        <para>I. € 8.151,03, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van dagvaarding,</para>
        <para>II. de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vordering van [eiser] ziet op de betaling van een factuur van 8 september 2022 van een bedrag van € 7.139,00, plus een bedrag aan wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. In de dagvaarding heeft [eiser] aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat partijen in april 2022 een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan [eiser] Otentica heeft begeleid bij het opzetten en uitvoeren van een herstructurering van haar bedrijfsstructuur.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Otentica heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat zij in april en september 2022 nog niet bestond en dat [eiser] de verkeerde partij heeft gedagvaard. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft vervolgens met een incidentele conclusie verzocht de naam van de gedaagde partij te wijzigen naar Otentica Holding B.V. (hierna: Holding), dan wel om toestemming gevraagd om Holding in vrijwaring op te roepen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Met het vonnis in incident van 27 juni 2023 heeft de kantonrechter het verzoek om naamswijziging en het verzoek tot oproeping in vrijwaring afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Uit de processtukken volgt dat [eiser] de verkeerde procespartij heeft gedagvaard. Niet Otentica, maar Holding was de door [eiser] beoogde procespartij. De incidentele vorderingen zijn afgewezen en Holding is dus niet alsnog procespartij geworden in deze procedure. Partijen zijn het erover eens dat [eiser] geen vordering op Otentica heeft op grond van een overeenkomst uit april 2022. De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] daarom af. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Omdat de vordering van [eiser] wordt afgewezen, wordt hij als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kantonrechter begroot de kosten van Otentica tot op heden op € 330,00 (1 punt van het tarief voor vorderingen tot en met € 10.000,00) aan salaris advocaat. De nakosten worden ambtshalve toegewezen op de wijze zoals onder 4.3 in de beslissing is vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Otentica tot dit vonnis vastgesteld op € 330,00; </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt [eiser] in de kosten die na dit vonnis ontstaan, begroot op € 132,00, te vermeerderen met de explootkosten van betekening als [eiser] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan en het vonnis vervolgens wordt betekend;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.H. Broesterhuizen en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2023.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>