<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:5268</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-23T15:06:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">23-007901 en 23-007902</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5268">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5268</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-23T14:09:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:5268 Rechtbank Amsterdam , 05-07-2023 / 23-007901 en 23-007902</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5268:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek tot schadevergoeding ex artikel 67 OLW - verzoek niet ondertekend door verzoeker en om die reden niet ontvankelijk verklaard.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5268:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/335718-22</para>
      <para>RK nummers: 23-007901 en 23-007902</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">BESCHIKKING</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de verzoeken tot schadevergoeding en de daarmee samenhangende vergoeding van kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 67 van de Overleveringswet (hierna: OLW) in samenhang met de artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1987</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij schriftelijke verzoeken, bij de rechtbank ingediend op 24 maart 2023, heeft de raadsvrouw van verzoeker vergoeding verzocht van de schade geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming en van de kosten van rechtsbijstand in de overleveringsprocedure, die is geëindigd met de uitspraak van de Internationale Rechtshulpkamer van de rechtbank te Amsterdam (hierna: IRK) van 21 februari 2023 tot weigering van de overlevering van verzoeker op grond van artikel 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft bij e-mail van 4 juli 2023 verzocht om aanhouding van de behandeling van de verzoekschriften aangezien verzoeker deze nog moest ondertekenen en de raadsvrouw geen contact met verzoeker heeft kunnen krijgen. De rechtbank heeft, mede gezien het feit dat de zittingsdatum in overleg met de raadsvrouw is bepaald, op voorhand geen reden gezien voor aanhouding van de verzoeken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 5 juli 2023 de officier van justitie, mr. K. van der Schaft, in openbare raadkamer gehoord. De verzoeker en zijn raadsvrouw mr. A. Redzić-Huseinović, advocaat in Tilburg, zijn niet ter zitting verschenen, hoewel zij daartoe behoorlijk zijn opgeroepen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verzoeken zijn tijdig ingediend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Voorgeschiedenis</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gaat uit van de volgende feiten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- Bij vonnis van 3 maart 2021van <emphasis role="italic">the District Court in Swidnik</emphasis> (Polen), met zaaknummer </para>
    <para>II K 899/19 is verzoeker veroordeeld tot een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaar;</para>
    <para />
    <para>- Op 29 november 2022 is door <emphasis role="italic">the Circuit Court in Lublin</emphasis> (Polen) een Europees aanhoudingsbevel (hierna: EAB) uitgevaardigd, strekkende tot de aanhouding en overlevering van verzoeker aan Polen, in verband met de tenuitvoerlegging van voornoemde straf;</para>
    <para />
    <para>- Op 25 december 2022 is verzoeker voorlopig aangehouden in Nederland en gedetineerd op grond van de OLW gelet op voormeld EAB;</para>
    <para />
    <para>- De overleveringsdetentie is met ingang van 5 januari 2023 opgeschort ten behoeve van executie van een Nederlandse gevangenisstraf van 18 dagen;</para>
    <para />
    <para>- De overleveringsdetentie is van 2 februari tot en met 6 februari 2023 opgeschort ten behoeve van executie van een Nederlandse gevangenisstraf van 4 dagen.</para>
    <para />
    <para>- Op vordering van de officier van justitie van 27 december 2022 is het overleveringsverzoek behandeld op de zitting van 7 februari 2023;</para>
    <para />
    <para>- Bij uitspraak van deze rechtbank 21 februari 2023 is de overlevering geweigerd op grond van artikel 12 OLW. Daarbij is de overleveringsdetentie opgeheven.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Verzoeken</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verzoeken strekken tot het toekennen van een vergoeding door de Nederlandse Staat van </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- € 5.900,- <emphasis role="bold">€ 5.900,-</emphasis> voor de ondergane vrijheidsbeneming van verzoeker in Nederland in de overleveringsprocedure, nader gespecificeerd:	</para>
    <para>59 dagen Huis van Bewaring: 59 x € 100,- = € 5.900,-</para>
    <para />
    <para>- € 340,- <emphasis role="bold">€ 340,- </emphasis> voor de kosten die in verband met het opstellen en indienen van het verzoek zijn gemaakt. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Standpunt raadsvrouw</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft in de verzoekschriften, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat verzoeker schadevergoeding op grond van artikel 67 van de OLW toekomt, omdat zijn overlevering is geweigerd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Standpunt van het openbaar ministerie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoeken omdat hij de verzoekschriften niet heeft ondertekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Oordeel van de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoeken nu de verzoekschriften niet door hem zijn ondertekend (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 1 september 1987, ECLI:NL:HR:1987:AB7723, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 1988/194).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart de verzoeken tot schadevergoeding en vergoeding van kosten van rechtsbijstand <emphasis role="bold">NIET-ONTVANKELIJK</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven op 5 juli 2023 en in het openbaar uitgesproken door</para>
      <para>mr. M.E.M. James-Pater,	  				                         	voorzitter,</para>
      <para>mrs. B.M. Vroom-Cramer en L. Sanders,			   		               rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon,		                         	    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 5 juli 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tegen deze beslissing staat voor verzoeker hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen een maand na betekening van deze beschikking.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>