<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:5120</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-16T10:01:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-08-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/123421-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5120">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5120</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-15T12:45:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:5120 Rechtbank Amsterdam , 09-08-2023 / 13/123421-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5120:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie EAB Italië, cumulatiebeslissing, derdelander met Marokkaanse nationaliteit, partiële weigering ogv art. 12 OLW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5120:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer:  13/123421-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 9 augustus 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 25 mei 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_6155850c-39d8-416f-bdb4-d345f2389121" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 13 januari 2022 door het parket bij de rechtbank van Ravenna, Italië, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>Volgens het EAB en de eigen opgave geboren te Marokko op [geboortedag] 1985, </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>	nu gedetineerd in [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 juli 2023, in aanwezigheid van mr. G.P. Sholeh, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.P.M. Balemans, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Arabisch-Marokkaanse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_1ffb7365-c462-43b3-b16a-0abe1c17fbc7" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Marokkaanse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een cumulatiebeslissing van de officier van justitie als bedoeld in artikel 663 van het (Italiaanse) wetboek van strafvordering van 29 oktober 2020 (Nr. SIEP 269/2020), inhoudende een beslissing tot samenvoeging van de vrijheidsstraffen die eerder aan de opgeëiste persoon zijn opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB en de aanvullende informatie van 24 juli 2023 volgt dat aan deze beslissing de volgende onherroepelijke vonnissen ten grondslag liggen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>vonnis van 22 maart 2018 van de rechtbank van Modena (nr. 547/2017), inhoudende een veroordeling tot een gevangenisstraf van 10 maanden; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnis van 28 oktober 2011 van de rechter belast met het vooronderzoek van de rechtbank van Ravenna (nr. 1463/2011), inhoudende een veroordeling tot een gevangenisstraf van 2 jaren;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnis van 11 maart 2015 van de rechtbank van Ravenna (nr. 398/2015), inhoudende een veroordeling tot een gevangenisstraf van 4 maanden en 10 dagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnis van 27 oktober 2015 van het Hof van Beroep van Bologna, gedeeltelijke herziening van het vonnis van 3 juli 2012 van de rechtbank van Modena (nr. 4454/2015), inhoudende een veroordeling tot een gevangenisstraf van 6 maanden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnis van 7 oktober 2016 van de rechtbank van Modena (nr. 1977/2016), inhoudende een veroordeling tot een gevangenisstraf van 8 maanden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnis van 15 december 2017 van de rechtbank van Verona (nr. 2485/2017), inhoudende een veroordeling tot een gevangenisstraf van 6 maanden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnis van 27 februari 2019 van de rechtbank van Verona (nr. 629/2019), inhoudende een veroordeling tot een gevangenisstraf van 8 maanden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnis van 21 januari 2013 van de gewone rechtbank van Bologna (nr. 264/2013), inhoudende een veroordeling tot een gevangenisstraf van 9 maanden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnis van 6 augustus 2019 van de gewone rechtbank van Bologna (nr. 3999/2019), inhoudende een veroordeling tot een gevangenisstraf 1 jaar en 8 maanden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vonnis van 4 juli 2019 van de gewone rechtbank van Ravenna (nr. 1554/2019), inhoudende een veroordeling tot een gevangenisstraf van 6 maanden.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 8 jaar, 5 maanden en 10 dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 6 jaren en 3 dagen. Deze samengevoegde vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde vonnissen 1 tot en met 10.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_03bd3f90-47b7-4820-af11-84ba6ef1e172" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de behandeling van de zaak moet worden aangehouden om aan de Italiaanse autoriteiten nogmaals vragen te stellen ten behoeve van de beoordeling van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW voor de onderliggende vonnissen 1, 3, 5, 7, 8 en 10. Subsidiair heeft de officier van justitie verzocht de overlevering voor de onderliggende vonnissen 2, 4, 6 en 9 toe te staan en voor het overige te weigeren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de raadsman</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering voor de onderliggende vonnissen 1, 3, 5, 7, 8 en 10 moet worden geweigerd, omdat niet kan worden vastgesteld dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de procedures die tot deze beslissingen hebben geleid. Het Openbaar Ministerie heeft de Italiaanse autoriteiten hierover vragen gesteld, maar deze vragen zijn onvoldoende beantwoord en het valt niet te verwachten dat deze vragen binnen de beslistermijn alsnog beantwoord zullen worden. Bovendien ontbreken bijlagen die zich bij de aanvullende informatie van 24 juli 2024 zouden moeten bevinden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De beslissing tot tenuitvoerlegging van 29 oktober 2020 is geen beslissing waarbij de aard of de maat van de aanvankelijk opgelegde straffen is gewijzigd. Deze beslissing valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW.<footnote-ref linkend="_4159469a-856d-4808-8511-584fad552632" /> Dit betekent dat de rechtbank slechts de vonnissen 1 tot en met 10 aan artikel 12 OLW zal toetsen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het EAB vermeldt ten aanzien van de vonnissen 2, 4, 6 en 9 dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de processen die tot de beslissingen hebben geleid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB, voor zover het ziet op de vonnissen 1, 3, 5, 7, 8 en 10, strekt tot de tenuitvoerlegging van vonnissen terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij de processen die tot deze vonnissen hebben geleid. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het dossier bevat onvoldoende gegevens om te kunnen beoordelen of zich ten aanzien van deze vonnissen één van de in artikel 12, sub a tot en met d OLW genoemde omstandigheden voordoet en, zo nee,  of aanleiding bestaat om af te zien van de bevoegdheid om de overlevering op grond van artikel 12 OLW te weigeren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het Internationaal Rechtshulpcentrum (IRC) van het Openbaar Ministerie heeft daarom vragen gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit over de vonnissen 1, 3, 5, 7, 8 en 10. De beantwoording van deze vragen is echter niet volledig: sommige vragen zijn slechts gedeeltelijk beantwoord, terwijl voor andere vragen wordt verwezen naar bijlagen die niet zijn verstrekt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank wijst het (primaire) verzoek van de officier van justitie om het onderzoek ter zitting te schorsen en nogmaals vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit, af. Het IRC heeft de ter zake doende vragen immers al gesteld en de beslistermijn ex artikel 22 OLW biedt onvoldoende ruimte om de uitvaardigende justitiële autoriteit in de gelegenheid te stellen om de gestelde vragen alsnog (volledig) te beantwoorden. Dit betekent dat de rechtbank de weigeringsgrond ex artikel 12 OLW ten aanzien van de vonnissen 1, 3, 5, 7, 8 en 10 zal beoordelen aan de hand van de informatie waarover zij beschikt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omdat ten aanzien van deze vonnissen niet kan worden vastgesteld dat zich één van de in artikel 12, onder a tot en met d, OLW genoemde omstandigheden voordoet en de voorhanden zijnde gegevens de rechtbank geen aanleiding geven om van haar bevoegdheid om de overlevering te weigeren af te zien, betekent dit dat de rechtbank de overlevering voor de vonnissen 1, 3, 5, 7, 8 en 10 op grond van artikel 12 OLW zal weigeren.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten die ten grondslag liggen aan de vonnissen 2, 4, 6 en 9 niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van vonnis 2 (nr. 1463/2011)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="italic">poging tot doodslag;</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van vonnis 4 (nr. 4454/2015)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>- <emphasis role="italic">door het bevoegd gezag naar identificerende persoonsgegevens gevraagd, een valse naam opgegeven, meermalen gepleegd;</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van vonnis 6 (nr. 2485/2017)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">medeplegen van wederspannigheid</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">medeplegen van mishandeling</emphasis>;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van vonnis 9 (nr. 3999/2019)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B gegeven verbod;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW: art. 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in eerdere uitspraken overwogen dat op basis van de algemene omstandigheden in zestien Italiaanse detentiecentra sprake is van een reëel gevaar dat gedetineerden daar onmenselijk of vernederend worden behandeld.<footnote-ref linkend="_6776d783-d949-485e-9b9d-d5e43c0530f9" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brieven van 2 en 4 maart 2020 hebben de Italiaanse autoriteiten gegarandeerd dat door Nederland overgeleverde personen niet zullen worden gedetineerd in de zestien detentiecentra waarvoor de rechtbank eerder een algemeen gevaar heeft aangenomen. Deze brieven zijn in elke overleveringszaak geldig, zoals de Italiaanse autoriteiten in bedoelde brieven hebben bevestigd.<footnote-ref linkend="_9978384b-9485-4e9d-96eb-a9941c030d02" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het meest recente rapport van de <emphasis role="italic">European Committee for the prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment</emphasis> van 24 maart 2023 en de actuele gegevens van non-gouvernementele organisatie Antigone, geldt naar het oordeel van de rechtbank ten aanzien van vijf, voor zover van belang, van voornoemde zestien detentiecentra (Centro Penitenziario Napoli Secondigliano, Campobasso, Civitavecchia Nuovo Complesso, Turi en Nuoro) op dit moment geen algemeen gevaar meer.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het vorenstaande, voor de opgeëiste persoon het gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling in Italiaanse detentie-instellingen is weggenomen. De detentieomstandigheden vormen daarom geen beletsel voor de overlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Omdat de rechtbank ten aanzien van de vonnissen 2, 4, 6 en 9 vaststelt dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook verder geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, moet de overlevering voor die feiten worden toegestaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de vonnissen 1, 3, 5, 7, 8, en 10 stelt vast de rechtbank vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om van toepassing van die weigeringsgrond af te zien en weigert om die reden de overlevering voor deze vonnissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank merkt op dat het aan de Italiaanse autoriteiten is, met inachtneming van het specialiteitsbeginsel, te beslissen over eventuele aanpassing van de cumulatiebeslissing met inachtneming van deze uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 45, 47, 180, 285, 287, 300 en 435 van het Wetboek van Strafrecht, 2 en 10 van de Opiumwet en 2, 5, 7 en 12 OLW.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan het parket van de rechtbank van Ravenna (Italië) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van het gedeelte van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, dat betrekking heeft op de veroordelingen in het onderliggend <emphasis role="bold">vonnis 2 (nr. 1463/2011), vonnis 4 (nr. 4454/2015), vonnis 6 (nr. 2485/2017) en vonnis 9 (nr. 3999/2019).</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT </emphasis>de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> voor zover het EAB betrekking heeft op het gedeelte van de vrijheidsstraf dat betrekking heeft op de veroordelingen in het onderliggend <emphasis role="bold">vonnis 1 (nr. 547/2017), vonnis 3 (nr. 398/2015), vonnis 5 (nr. 1977/2016), vonnis 7 (nr. 629/2019), vonnis 8 (nr. 264/2013) en vonnis 10 (nr. 1554/2019). </emphasis></para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. C. Klomp,  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.M.L.A.T. Doll en J. van Zijl,                      				   	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden,		                         		griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 9 augustus 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_6155850c-39d8-416f-bdb4-d345f2389121" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1ffb7365-c462-43b3-b16a-0abe1c17fbc7" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_03bd3f90-47b7-4820-af11-84ba6ef1e172" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4159469a-856d-4808-8511-584fad552632" label="4">
    <para>HvJ EU 10 augustus 2017, C-271/17 PPU, ECLI:EU:C:2017:629 ( [...] ), punten 83-93 en Rechtbank Amsterdam 26 oktober 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:7856.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6776d783-d949-485e-9b9d-d5e43c0530f9" label="5">
    <para>O.a. rechtbank Amsterdam, 24 december 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:10053.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9978384b-9485-4e9d-96eb-a9941c030d02" label="6">
    <para>Rechtbank Amsterdam, 30 maart 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:1804.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>