<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:5098</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-18T15:36:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/014566-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5098">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5098</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-18T12:55:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:5098 Rechtbank Amsterdam , 06-06-2023 / 13/014566-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5098:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Roemeens EAB t.b.v. de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf. Detentieomstandigheden. Overlevering toegestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5098:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold"> RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/014566-23</para>
      <para>RK nummer: 23/165</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 6 juni 2023 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 18 januari 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_1619cc4b-8381-4a36-9b33-21ecdb5902dd" /> Dit EAB is uitgevaardigd op <?linebreak?>8 juni 2021 door <emphasis role="italic">Tribunalul Bucureşti – Sectia I Penala </emphasis>(Roemenië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1976, </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te [plaats], </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 9 maart 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.P. Sholeh, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.D. Popescu, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_dbe878da-dd70-452f-ae22-b0274a61efb8" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij tussenuitspraak van 23 maart 2023<footnote-ref linkend="_a54d8886-a2cf-4411-84aa-ec4611224333" /> heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend onder gelijktijdige schorsing voor het stellen van vragen met betrekking tot de detentieomstandigheden in <emphasis role="italic">Giurgiu Prison</emphasis>. In haar tussenuitspraak heeft de rechtbank de beslistermijn met 60 dagen verlengd onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding met 60 dagen.<footnote-ref linkend="_ba87fc42-aa76-4614-981f-bed74f0e2e61" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB is hervat op de zitting van 23 mei 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.P. Sholeh, officier van justitie. De opgeëiste persoon is wederom verschenen en bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tussenuitspraak van 23 maart 2023</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In haar tussenuitspraak heeft de rechtbank de identiteit van de opgeëiste persoon en de grondslag en inhoud van het EAB vastgesteld. Tevens heeft de rechtbank geoordeeld over de weigeringsgronden als bedoeld in de artikelen 7 en 12 OLW. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden  </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>De rechtbank verwijst naar wat zij in haar tussenuitspraak heeft opgenomen onder 6.1 tot en met 6.7, hetgeen hier - voor zover relevant - als herhaald en ingelast moet worden beschouwd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 8 mei 2023 gegarandeerd dat de opgeëiste persoon na overlevering aan Roemenië niet in <emphasis role="italic">Giurgiu Prison</emphasis> zal worden geplaatst, maar dat hij in plaats daarvan eerst in <emphasis role="italic">Bucharest-Rahova Prison</emphasis> zal worden geplaatst. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tevens heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit met betrekking tot het aantal vierkante meters dat de opgeëiste persoon ter beschikking zal staan nogmaals aangegeven dat: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">The National Prison Administration can now guarantee the provision of a minimum personal space of 3 square meters for the entire period of detention, including the bed and related furniture, and excluding the space for the sanitary facilities.  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft betoogd dat overlevering tot een schending van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest) zal leiden, nu ook in <emphasis role="italic">Bucharest-Rahova Prison </emphasis>de detentieomstandigheden zwaar onder de maat zijn. Dit blijkt onder meer uit het feit dat in 2018 acht medewerkers van <emphasis role="italic">Bucharest-Rahova Prison</emphasis> zijn aangehouden en vervolgd wegens agressie jegens gedetineerden en dat een arts letselverklaringen heeft vervalst na geweld door bewaarders jegens gedetineerden. In 2019 zijn er meerdere gedetineerden gefolterd en in 2022 en 2023 is een gedetineerde overleden omdat hem (langdurig) medische behandeling is onthouden. Een medische behandeling in het buitenland bood geen soelaas meer. Over <emphasis role="italic">Bucharest-Rahova Prison </emphasis>wordt in Engelstalige rapportages, waarvan andere EU-landen kennis kunnen nemen, niets gezegd. Om die reden deelt de uitvaardigende justitiële autoriteit mee dat opgeëiste personen in die inrichting zullen worden geplaatst. </para>
        <para>Dat wil echter niet zeggen dat de detentieomstandigheden in <emphasis role="italic">Bucharest-Rahova Prison</emphasis> in orde zijn. De Roemeense ombudsman heeft in een rapport uit 2023 namelijk wel het een en ander gezegd over deze inrichting. Er is een gebrek aan medisch personeel en bij meldingen van geweld door bewaarders jegens gedetineerden worden geen letselverklaringen opgemaakt. Geconcludeerd kan worden dat detentieomstandigheden in alle Roemeense penitentiaire inrichtingen structureel slecht zijn. Gelet hierop is de verstrekte garantie ontoereikend. Daarbij is verder van belang dat de opgeëiste persoon eerder gedetineerd is geweest in <emphasis role="italic">Bucharest-Rahova Prison</emphasis>. Toen heeft hij ondervonden dat bewaarders geld verlangen, of bijvoorbeeld sigaretten, alvorens gedetineerden toegang tot medische zorg kunnen krijgen. Ook is de opgeëiste persoon toen met een mes gestoken. In zijn medisch dossier is hierover opgenomen dat een vetbultje is verwijderd. Gelet op het vorenstaande verzoekt de raadsman om het onderzoek aan te houden om specifieke garanties te vragen over (onder meer) de opleiding van het personeel in <emphasis role="italic">Bucharest-Rahova Prison</emphasis> op het gebied van mensenrechten en hoeveel bewaarders er werken in relatie tot het aantal gedetineerden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>De officier van justitie heeft, kort weergegeven, geconcludeerd dat de detentieomstandigheden in <emphasis role="italic">Bucharest-Rahova Prison </emphasis>niet aan overlevering in de weg staan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat uit de algemene detentieomstandigheden in Roemenië een reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest voortvloeit voor personen die in een Roemeense penitentiaire instelling worden gedetineerd, met name vanwege de overbevolking in de penitentiaire instellingen.<footnote-ref linkend="_731d86df-fca9-4d45-baf8-654f947bcd54" /> Zoals de rechtbank in haar tussenuitspraak onder 6.7 heeft geoordeeld, gaat zij uit van de door de uitvaardigende justitiële autoriteit (bij herhaling) gegeven garantie dat de opgeëiste persoon over 3 m² <emphasis role="italic">personal space </emphasis>(exclusief sanitair) zal beschikken. Hiermee is het vastgestelde reële gevaar dat de opgeëiste persoon vanwege overbevolking over te weinig <emphasis role="italic">personal space</emphasis> zal beschikken, weggenomen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank zijn er geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens voorhanden die tot de conclusie leiden dat er in <emphasis role="italic">Bucharest-Rahova Prison</emphasis> sprake is van een reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest omdat gedetineerden daar worden mishandeld en/of gemarteld en hiertegen niet worden beschermd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het beroep op het (niet-vertaalde) rapport van de Roemeense ombudsman uit 2023 betreffende de medische zorg in <emphasis role="italic">Bucharest-Rahova Prison </emphasis>is onvoldoende om een algemeen gevaar aan te nemen ten aanzien van (de medische verzorging in) deze penitentiaire inrichting. Een rapport van een nationale ombudsman kan in zijn algemeenheid objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens bevatten op basis waarvan een algemeen gevaar zou kunnen worden aangenomen voor <emphasis role="italic">Bucharest-Rahova Prison</emphasis>. Uit deze rapportage van de Roemeense ombudsman kan echter niet worden afgeleid dat gedetineerden in <emphasis role="italic">Bucharest-Rahova Prison</emphasis> worden mishandeld en gemarteld. Zonder afbreuk te willen doen aan hetgeen de opgeëiste persoon over zijn eerdere ervaringen in deze penitentiaire inrichting heeft verklaard, kan de rechtbank op basis van wat de raadsman en de opgeëiste persoon hebben aangevoerd niet vaststellen dat op basis van objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens sprake is van een reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest vanwege martelingen in deze penitentiaire inrichting, alsmede dat hiertegen geen bescherming wordt geboden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank geen aanleiding om de zaak aan te houden en staan de detentieomstandigheden niet aan overlevering in de weg.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het </para>
      <para>EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">5.	Toepasselijke wetsbepalingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 68 en 69 Algemene wet inzake rijksbelastingen, 47 en 177 Wetboek van </para>
      <para>Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">Tribunalul Bucureşti – Sectia I Penala </emphasis>(Roemenië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. J.P.W. Helmonds,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. R.A. Sipkens en A. Pahladsingh,           				   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens,	                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 6 juni 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoonrechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_1619cc4b-8381-4a36-9b33-21ecdb5902dd" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dbe878da-dd70-452f-ae22-b0274a61efb8" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a54d8886-a2cf-4411-84aa-ec4611224333" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2023:1712</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ba87fc42-aa76-4614-981f-bed74f0e2e61" label="4">
    <para> Zie artikel 22, zesde lid, OLW en artikel 27, derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_731d86df-fca9-4d45-baf8-654f947bcd54" label="5">
    <para> Zie onder andere: rechtbank Amsterdam, 2 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2629 en rechtbank Amsterdam, 27 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:463.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>