<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:5060</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-18T15:31:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/122772-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5060">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5060</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-18T12:24:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:5060 Rechtbank Amsterdam , 26-07-2023 / 13/122772-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5060:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie EAB Duitsland, o.p. met de Duitse nationaliteit, verweer genoegzaamheid verworpen, overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5060:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/122772-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 26 juli 2023 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 25 mei 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_7686e6e9-4de8-46da-a696-feb279d43673" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 28 april 2022 door het <emphasis role="italic">Landgericht Würzburg</emphasis> (Duitsland) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedag] 1993,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>	[detentieadres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 12 juli 2023, in aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.L. Fieret, advocaat in Almere en door een tolk in de Duitse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_565251c6-df25-4fac-9791-b6f11d17ea0b" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Duitse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een onherroepelijk vonnis van het <emphasis role="italic">Landgericht Würzburg</emphasis> van 11 november 2020 (kenmerk: 6 KLs 822 Js 6039/20). Uit onderdeel d) van het EAB blijkt dat de opgeëiste persoon in persoon aanwezig was bij het proces dat tot deze beslissing heeft geleid.</para>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering van de opgeëiste persoon voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vijf jaar en plaatsing in een ontwenningsinrichting, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze vrijheidsbenemende sancties resteren volgens het EAB respectievelijk nog 1102 dagen en 1245 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrijheidsbenemende sancties zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft een veroordeling voor de naar Duits recht strafbare feiten zoals deze zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_f9efa326-223e-4825-bb72-aba7825f3c67" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Genoegzaamheid  </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat overlevering moet worden geweigerd, omdat het EAB niet voldoet aan de vereisten van artikel 2 OLW. Het is immers onduidelijk welke straf ten grondslag ligt aan het overleveringsverzoek van de Duitse autoriteiten. Uit het EAB volgt dat aan de opgeëiste persoon een gevangenisstraf van vijf jaar en plaatsing in een ontwenningskliniek is opgelegd. Daarbij is ook vermeld welke delen van deze sancties nog resteren. Als het resterend aantal dagen bij elkaar wordt opgeteld, leidt dat tot een resterende straf van ruim zes jaren terwijl in het EAB een straf van vijf jaren staat vermeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie vindt dat uit het EAB voldoende duidelijk volgt waarvoor de overlevering wordt verzocht. De vraag welk deel van de opgelegde straf feitelijk nog resteert zal door de Duitse autoriteiten moeten worden beantwoord. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In deze zaak is het volgende van belang. In het EAB is omschreven dat overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van vijf jaar en de plaatsing in een ontwenningskliniek. Voor zover onduidelijkheid bestaat over de resterende straf, betekent dit niet dat het EAB ongenoegzaam is in de zin van artikel 2 OLW. Immers is niet gebleken dat de straf al volledig ten uitvoer is gelegd. De berekening van het strafrestant is een executiekwestie die voorligt bij de Duitse autoriteiten en staat daarmee niet aan overlevering in de weg. Het verweer van de raadsvrouw wordt dan ook om die reden verworpen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank begrijpt het EAB aldus dat de uitvaardigende justitiële autoriteit één van de in het EAB vermelde feiten aanwijst als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Dit feit valt op deze lijst onder nummer 5, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van dit feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de overige in het EAB vermelde strafbare feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op de feiten naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie</emphasis>;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994</emphasis>;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, de artikelen 8, 107, 176 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 2, 5, en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan het <emphasis role="italic">Landgericht Würzburg</emphasis> (Duitsland)  voor de feiten zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. J.G. Vegter,  				            	             		voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.C. Eggink en L. Sanders,							   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden,	                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 juli 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_7686e6e9-4de8-46da-a696-feb279d43673" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_565251c6-df25-4fac-9791-b6f11d17ea0b" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9efa326-223e-4825-bb72-aba7825f3c67" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>