<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:5016</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-21T10:56:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-08-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/733791 / HA ZA 23-472</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5016">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:5016</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-21T10:56:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:5016 Rechtbank Amsterdam , 09-08-2023 / C/13/733791 / HA ZA 23-472</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5016:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijwaring afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:5016:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Amsterdam</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/13/733791 / HA ZA 23-472</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 9 augustus 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partij (hierna: [eiser] ),</para>
      <para>advocaat: mr. J.L.W. Nillesen te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partij (hierna: [gedaagde] ),</para>
      <para>advocaat: mr. K. Boukema te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 2 mei 2023 met producties,</para>
      <para>- de incidentele conclusie tot vrijwaring,</para>
      <para>- de conclusie van antwoord in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten voor zover van belang in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] kwam in 2014 in contact met [gedaagde] en zijn zakenpartner de heer [naam] (hierna: [naam] ).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft geld uitgeleend voor de bedrijfsvoering van For Sure Insure B.V., het bedrijf van [gedaagde] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Tot op heden is het uitgeleende geld nog niet volledig terugbetaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering in de hoofdzaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>In de hoofdzaak vordert [eiser] dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis [gedaagde] veroordeelt tot betaling van:</para>
        <para>I	€ 32.000,= als hoofdsom,</para>
        <para>II	de wettelijke rente over € 6.000,= van 31 mei 2014 tot 1 juli 2015,</para>
        <para>III	de wettelijke rente over € 42.000,= van 31 mei 2014 tot 1 maart 2019,</para>
        <para>IV	de wettelijke rente over € 32.000,= van 1 maart 2019 tot de dag van algehele betaling,</para>
        <para>V	€ 8.790,36 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf twee weken na dagtekening van dit vonnis,</para>
        <para>VI	de beslagkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf twee weken na dagtekening van dit vonnis,</para>
        <para>VII	de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf twee weken na dagtekening van dit vonnis.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Hoofdzakelijk legt [eiser] daaraan ten grondslag dat [gedaagde] in totaal nog € 32.000,= aan uitgeleend geld moet terugbetalen met rente en bijkomende kosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft nog niet geconcludeerd in de hoofdzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het geschil in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft vóór alle weren in dit incident gevorderd haar toe te staan om [naam] , woonachtig in [plaats] , in vrijwaring op te roepen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Kort gezegd voert [gedaagde] het volgende aan. [naam] heeft de schuld van [gedaagde] aan [eiser] overgenomen, zoals blijkt uit een schuldbekentenis van [naam] . [eiser] is daarmee akkoord gegaan en daarmee is [gedaagde] ertussenuit gevallen. Vervolgens heeft [eiser] opnieuw geld uitgeleend, maar dit keer alleen aan [naam] . [gedaagde] is dus voor geen enkele lening aan te spreken, aldus steeds [gedaagde] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [eiser] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vrijwaringsvordering. [eiser] betwist dat zij aan [naam] heeft geleend en voert aan dat zij slechts akkoord ging met [naam] als extra debiteur. Volgens [eiser] is [gedaagde] gehouden om het geleende geld terug te betalen. Bovendien verblijft [naam] vermoedelijk in Nigeria en leidt toewijzing van de vrijwaringsvordering daardoor tot een aanzienlijke en onacceptabele vertraging van de procedure, aldus steeds [eiser] .</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Voor de vrijwaringsvordering is bepalend of [naam] als waarborg krachtens haar rechtsverhouding tot [gedaagde] is verplicht om de nadelige gevolgen van een verlies door [gedaagde] van de hoofdzaak te dragen.<footnote-ref linkend="_52ab0483-e9dd-45a7-98e5-db161453e749" /> Dat betekent dat getoetst moet worden aan de hypothetische situatie waarbij in de hoofdzaak wordt geoordeeld dat [gedaagde] het geleende geld aan [eiser] moet terugbetalen. De vraag ligt voor of er dan (volgens zijn stellingen) voor [gedaagde] grond bestaat om [naam] als waarborg aan te spreken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>Anders dan waar partijen vanuit lijken te gaan, is in dit incident dus niet van belang of [gedaagde] als partij bij de leningsovereenkomst heeft te gelden. Dat [gedaagde] zijn rechten en verplichtingen onder die overeenkomst heeft overgedragen aan [naam] , is een betwisting van de betalingsplicht van [gedaagde] en zal aan de orde komen in de hoofdzaak. In dit incident gaat het dus slechts om de rechtsverhouding tussen [gedaagde] en [naam] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>Als het om die rechtsverhouding gaat, heeft [gedaagde] niet gemotiveerd waarom [naam] als waarborg op grond van voornoemde contractsovername verplicht is om de nadelige gevolgen van het verlies van [gedaagde] van de hoofdzaak te dragen. [gedaagde] heeft verder gesteld dat zij zakenpartners zijn. De rechtbank kan ook daaruit niet afleiden dat [naam] als waarborg van [gedaagde] moet worden aangemerkt. Van een vrijwaringsgrond is niet gebleken. De vrijwaringsvordering is daarmee onvoldoende onderbouwd en wordt daarom afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>Partijen hebben in het incident geen proceskostenveroordeling gevorderd, waardoor ieder zijn of haar eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal gelegenheid krijgen om te concluderen in de hoofdzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>wijst de vordering om de heer [naam] in vrijwaring te dagvaarden af,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>compenseert partijen in de proceskosten, in die zin dat ieder zijn of haar eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">20 september 2023 </emphasis>voor conclusie van antwoord, en,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.F. de Groot, rechter, bijgestaan door mr. M.A.A. van Achterberg, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2023.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_52ab0483-e9dd-45a7-98e5-db161453e749" label="1">
    <para> Hoge Raad 10 april 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0567, r.o. 3.2.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>