<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:4935</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-04T10:51:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/039078-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:4935">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:4935</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-04T10:37:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:4935 Rechtbank Amsterdam , 23-06-2023 / 13/039078-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:4935:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ISD-VRIS maatregel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:4935:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8418e560-00b3-4707-a164-19f86fa361b1" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/039078-23 (Promis) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum mondelinge uitspraak: 23 juni 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ), </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, </para>
      <para>nu gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [penitentiaire inrichting] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 juni 2023. Verdachte was bij de behandeling van zijn strafzaak aanwezig.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S.J. Wirken, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. G. Onnink, naar voren hebben gebracht. Ter terechtzitting is [reclasseringsmedewerker] , reclasseringsmedewerker, als deskundige gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Beschuldiging</title>
    <para>Aan verdachte is – kort gezegd – onder 1 tenlastegelegd dat hij zich op 6 februari 2023 bij de Albert Heijn aan het [straatnaam] in Amsterdam schuldig heeft gemaakt aan winkeldiefstal met geweld, gepleegd tegen winkelmedewerker [winkelmedewerker] . Het door verdachte gepleegde geweld tegen [winkelmedewerker] is daarnaast onder 2 als mishandeling tenlastegelegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tenlastelegging is opgenomen in <emphasis role="bold">bijlage I</emphasis> die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat verdachte de onder 1 tenlastegelegde diefstal heeft gepleegd en dat hij daarbij geweld heeft gebruikt tegen winkelmedewerker [winkelmedewerker] . Ook de onder 2 tenlastegelegde mishandeling van [winkelmedewerker] kan worden bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 2 tenlastegelegde mishandeling, nu het opzet op de mishandeling ontbreekt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de tenlastegelegde feiten zijn bewezen. Het bewijs vloeit voort uit de aangifte(s) van [winkelmedewerker] , de getuigenverklaring van [getuige] en de door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring. Deze bewijsmiddelen zijn opgenomen in <emphasis role="bold">bijlage II</emphasis>. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit de genoemde bewijsmiddelen volgt onder meer dat verdachte – na de diefstal – [winkelmedewerker] heeft vastgepakt en dat verdachte wild om zich heen heeft geslagen. Hoewel verdachte heeft verklaard dat hij zich wilde losmaken van personen die hem vasthielden en dat hij [winkelmedewerker] niet opzettelijk heeft geraakt, vindt de rechtbank bewezen dat verdachte, door zo te handelen, bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij iemand zou raken en dat deze persoon daardoor pijn of letsel zou oplopen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para>De rechtbank acht op grond van de in <emphasis role="bold">bijlage II</emphasis> uitgewerkte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:</para>
    <para />
    <para>1. op 6 februari 2023 te Amsterdam een hoeveelheid flessen en blikken drank ter waarde van 98,71 euro, die aan winkelbedrijf Albert Heijn filiaal [straatnaam] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen [winkelmedewerker] , werkzaam in voornoemde winkel, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, door, nadat hij, verdachte, door [winkelmedewerker] werd tegengehouden en werd vastgepakt</para>
    <para>- te trekken aan [winkelmedewerker] ;</para>
    <para>- zich proberen los te rukken uit de greep van [winkelmedewerker] ;</para>
    <para>- wild om zich heen te slaan;</para>
    <para>- met [winkelmedewerker] in worsteling te geraken en</para>
    <para>- het gezicht en nek van [winkelmedewerker] vast te pakken;</para>
    <para />
    <para>2. op 6 februari 2023 te Amsterdam [winkelmedewerker] heeft mishandeld door met [winkelmedewerker] in worsteling te geraken en het gezicht en de nek van [winkelmedewerker] vast te pakken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para>De bewezengeachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders</title>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie </emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een onvoorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) wordt opgelegd voor de duur van twee jaren, zonder aftrek van voorarrest.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft de rechtbank verzocht om aan de verdachte geen ISD-maatregel op te leggen. Volgens de raadsman is niet aan de zachte criteria voldaan, omdat verdachte nooit eerder een drangkader heeft doorlopen of aangeboden heeft gekregen. Hoewel de reclassering aangeeft geen aanknopingspunten voor reclasseringstoezicht te zien vanwege het onrechtmatige verblijf van verdachte in Nederland, is door de onmogelijkheid voor verdachte om terug te keren naar [land van herkomst] duidelijk dat hij – ondanks zijn status – in Nederland zal blijven. Het zou verdachte en de Nederlandse samenleving daarom ten goede komen als verdachte wordt begeleid naar een integratie in de Nederlandse samenleving, hetgeen nog niet eerder is gepoogd. Het opleggen van een ISD-VRIS<footnote-ref linkend="_4b81b8f5-8ca9-4836-a682-9f2873bff161" /> maatregel zou daarbij neerkomen op een kale detentie, nu de hulpverlening die in dit kader wordt aangeboden is gericht op repatriëring. De raadsman verzoekt daarom een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest, en aan het voorwaardelijk deel een aantal bijzondere voorwaarden te koppelen, zoals behandeling, toezicht en hulp bij huisvesting.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal gevolgd van geweld en mishandeling. Winkeldiefstallen zijn ergerlijke feiten, die naast schade veel hinder veroorzaken. Toen aangever verdachte voor de diefstal wilde aanhouden, heeft verdachte zich bovendien verzet. Als gevolg hiervan heeft aangever letsel opgelopen, hetgeen maakt dat sprake is van een ernstig strafbaar feit. Uit het strafblad van verdachte van 13 april 2023 blijkt dat hij meermalen is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten. Eerdere veroordelingen hebben hem er niet van weerhouden om opnieuw over te gaan tot het plegen van strafbare feiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van Leger des Heils Jeugdbescherming &amp; Reclassering (hierna: de Reclassering) van 25 april 2023, opgemaakt door [reclasseringsmedewerker] . Dit rapport houdt onder meer het volgende in.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">De heer [verdachte] is een [leeftijd] man met de [nationaliteit] die wordt verdacht van een eenvoudige mishandeling en winkeldiefstal met geweldpleging. (…) Kijkend naar zijn justitiële documentatie, blijkt er sinds 2022 sprake te zijn van een delictpatroon aangaande vermogensdelicten (winkeldiefstal). Betrokkene staat inmiddels geregistreerd als veelpleger en voldoet aan de harde criteria van de ISD-maatregel.  </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De heer [verdachte] zou sinds 2015 in Nederland verblijven. Hij zou blijkens de informatie vanuit de IND sindsdien meerdere asielaanvragen hebben ingediend en inmiddels uitgeprocedeerd zijn.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betrokkene was niet eerder bekend bij de reclassering. Uitgangspunt voor een reclasseringstraject is dat dit gericht moet zijn op re-integratie binnen de Nederlandse samenleving. In onderhavige casus zien wij hiertoe geen aanknopingspunten daar betrokkene onrechtmatig in Nederland verblijft. In uitzonderlijke situaties kunnen interventies worden uitgezet gericht op terugkeer naar het land van herkomst. Echter in onderhavige casus, waarbij betrokkene niet wil terugkeren naar [land van herkomst] , is uitvoering geven aan een dergelijke interventie niet mogelijk. De heer [verdachte] kan ook geen aanspraak maken op de sociale voorzieningen en een adequaat hulpverleningsaanbod in Nederland. Vanuit de reclassering kunnen wij betrokkene, gelet op het voorgaande, geen aanbod doen ter voorkoming van recidive, derhalve voldoet hij ook aan de zachte ISD-criteria. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Leger des Heils Jeugdbescherming &amp; Reclassering ziet geen andere mogelijkheid dan het adviseren van de onvoorwaardelijke ISD-maatregel.   </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betrokkene kan in de ISD-VRIS gebruik maken van het intramurale zorgaanbod en er kunnen in het land van herkomst mogelijk de nodige sociaal-maatschappelijke en/of medische zaken worden georganiseerd ten behoeve van een geslaagde terugkeer (de zogenaamde repatriëring met zachte landing). (…)Indien betrokkene niet meewerkt aan repartiering binnen de ISD-maatregel, dan heeft de ISD-maatregel de functie van het tijdelijk beschermen van de samenleving. Na de ISD-maatregel zou hij dan weer op straat terecht komen</emphasis>.”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ter terechtzitting heeft reclasseringsmedewerker [reclasseringsmedewerker] de inhoud van het rapport bevestigd. In aanvulling hierop heeft zij verklaard dat, binnen de ISD-VRIS maatregel niet alleen hulpverlening wordt aangeboden gericht op repatriëring naar het eigen land, maar ook wordt gekeken naar gedragsproblematiek en dat hier interventies op kunnen worden ingezet. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voldaan aan ‘harde’ ISD-criteria</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de voorwaarden die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt, immers:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de bewezenverklaarde feiten betreffen misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de verdachte is in de vijf jaren voorafgaand aan het bewezenverklaarde feit ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk veroordeeld tot vrijheidsbenemende straffen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het onderhavige feit is begaan na de tenuitvoerlegging van deze straffen;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gelet op het advies van de reclassering en het strafblad van de verdachte moet er ernstig rekening mee gehouden worden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de veiligheid van goederen en personen eist het opleggen van de ISD-maatregel.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook aan de voorwaarden uit de ‘Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers’ van het openbaar ministerie is voldaan. Verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit op 6 februari 2023.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voldaan aan ‘zachte’ ISD-criteria</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank concludeert, anders dan de raadsman, dat ook is voldaan aan de zachte ISDcriteria. Vanwege de verblijfstatus van verdachte is een drangkader door middel van een reclasseringstoezicht geen optie. Verdachte heeft geen recht op sociale voorzieningen en er kan om deze reden geen invulling worden gegeven aan een reclasseringstoezicht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oplegging van de maatregel</emphasis>
        </para>
        <para>In het licht van voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van personen en goederen de oplegging van de ISD-maatregel eist. Het belang van de samenleving, dat verdachte geen overlast en schade meer zal veroorzaken, staat nu voorop. Daarbij speelt dat de ISD-maatregel, vanwege de verblijfstatus van verdachte, feitelijk de enige mogelijkheid is om verdachte hulpverlening aan te bieden. Verdachte heeft onder andere vanwege zijn vermoedelijke verslavingsproblematiek hulp en begeleiding nodig. Zoals uit de toelichting van de reclassering volgt, bestaat op deze problematiek gericht hulpaanbod ook binnen de ISD-VRIS maatregel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Meewegende dat verdachte tot nu toe geen hulpverlening aangeboden heeft gekregen, vindt de rechtbank de oplegging van de ISD-maatregel voor de duur van één jaar het meest passend. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht zal niet in mindering op de duur van de ISD-maatregel worden gebracht.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para>De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n, 55, 300 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1 en 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">de eendaadse samenloop van </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">en </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mishandeling.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt op de <emphasis role="bold">maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">1 (één) jaar</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. E.G.C. Groenendaal,                                                                                            voorzitter,</para>
      <para>mrs. M. Wiewel en G.H. Marcus,                                                                                 rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L. Bergsma,                                                                     griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 juli 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [...]  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [...]
    </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [...]
    </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [...]
    </bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [...]
    </bridgehead>
  </section>
  <footnote id="_4b81b8f5-8ca9-4836-a682-9f2873bff161" label="1">
    <para> [...]</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>