<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:4694</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-03T14:20:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/095838-23 (zaak A); 13/130431-23 (zaak B) (ttz. gev.)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:4694">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:4694</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-03T14:19:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-08-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:4694 Rechtbank Amsterdam , 21-07-2023 / 13/095838-23 (zaak A); 13/130431-23 (zaak B) (ttz. gev.)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:4694:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling diefstal met braak en inklimming (zaak A); voorhanden hebben vuurwapen van categorie III (zaak B). Oplegging ISD-maatregel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:4694:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c2bc7980-71b4-4586-a9c2-3baccbb79a89" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/095838-23 (zaak A); 13/130431-23 (zaak B) (ttz. gev.) </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 21 juli 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1980,</para>
      <para>wonende op het adres [adres] , </para>
      <para>thans gedetineerd te: [detentieplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 juli 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie. mr. M.D. Braber, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.L. van Gaalen, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlasteleggingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Zaak A</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Diefstal van (een) pakje(s) sigaretten uit een personenauto door middel van braak, verbreking en/of inklimming in de periode van 9 april 2023 tot en met 10 april 2023 te Amsterdam;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Zaak B</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het voorhanden hebben van een gaspistool op 4 april 2023 te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenlastelegging is opgenomen in <emphasis role="bold">bijlage I</emphasis> die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de aan verdachte ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft inzake zaak A geen bewijsverweer gevoerd. Inzake zaak B heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het opzet op het voorhanden hebben van het gaspistool niet bewezen kan worden. Verdachte was namelijk met het wapen onderweg naar het politiebureau om het daar in te leveren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat de in zaak A en zaak B ten laste gelegde feiten zijn bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Zaak B</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 4 april 2023 een gaspistool bij zich had. Hij heeft verklaard dat hij dit wapen heeft gevonden onder een geparkeerde auto en dat hij hiermee op het moment van zijn aanhouding onderweg was naar het politiebureau om het in te leveren. Hij had het wapen ongeveer 30 tot 40 minuten bij zich. In die tijd heeft hij het aan verschillende mensen laten zien. Hieruit volgt dat dat hij wetenschap heeft gehad van en beschikkingsmacht heeft gehad over het wapen. De rechtbank begrijpt in het door de verdachte geschetste scenario niet waarom hij het door hem gevonden wapen aan verschillende mensen heeft laten zien en de politie niet direct op de hoogte heeft gesteld van het wapen. De rechtbank vindt de verklaring van verdachte dat hij met het door hem gevonden wapen onderweg was naar de politie niet aannemelijk. De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat bij verdachte het opzet op het voorhanden hebben van het wapen niet kan worden bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in <emphasis role="bold">bijlage II </emphasis>vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Zaak A</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 10 april 2023 te Amsterdam uit een personenauto pakjes sigaretten die aan [aangever] toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Zaak B</emphasis>
      </para>
      <para>
        <?linebreak?>op 4 april 2023 te Amsterdam een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een gaspistool, van het merk Röhm, type Mauser HSc model 90, kaliber 9mm P.A.K. zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) zal worden opgelegd voor de duur van twee jaren zonder aftrek van voorarrest.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft verzocht de vordering tot het opleggen van de ISD-maatregel af te wijzen en een straf op te leggen. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat oplegging van de ISD-maatregel onder de huidige omstandigheden niet zinvol en doelmatig is. Verdachte heeft al drie keer de ISD-maatregel opgelegd gekregen. Het voor de vierde keer opleggen van de ISD-maatregel zal niet bijdragen aan vermindering dan wel beëindiging van het recidiverisico. Verdachte heeft reeds stappen ondernomen om te werken aan zijn verslavingsproblematiek. Daarnaast heeft hij stabiliteit, omdat hij bij zijn vriendin in [plaats] zijn woonadres heeft. Als verdachte de ISD-maatregel opgelegd krijgt, zal deze stabiliteit wegvallen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen maatregel gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van de feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft ten eerste zich schuldig gemaakt aan diefstal uit een personenauto door middel van braak en inklimming. Hij heeft hiermee inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van [aangever] . Diefstal is een ergerlijk feit dat schade en hinder veroorzaakt voor de gedupeerde. Verdachte heeft hiermee laten zien geen respect te hebben voor andermans eigendom. Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een gaspistool. Het gevaar van het voorhanden hebben van zo’n gaspistool bestaat erin dat dit wapen een zeer grote gelijkenis vertoont met een echt vuurwapen en daarom gemakkelijk en met veel dreigingseffect kan worden gebruikt voor afdreiging. De rechtbank vindt het kwalijk dat verdachte het gaspistool op de openbare weg aan verschillende personen heeft laten zien. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Persoon van verdachte </emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 19 juni 2023. Hieruit blijkt dat verdachte veelvuldig is veroordeeld voor onder meer vermogensdelicten. Dit heeft hem er niet van weerhouden om de bewezenverklaarde feiten te plegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van de reclassering (Inforsa) van 21 juni 2023, opgemaakt door mevrouw [naam 1] , reclasseringswerker.  De reclassering heeft bij een veroordeling oplegging van de onvoorwaardelijke ISD-maatregel voor de duur van twee jaren geadviseerd. Dit rapport houdt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende in:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij verdachte is sprake van onstabiliteit op diverse leefgebieden. Het ontbreekt verdachte aan dagbesteding, hij heeft schulden en er is sprake van verslavingsproblematiek. Hij behoort al ruim elf jaar tot de top600 aanpak van de gemeente Amsterdam.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verdachte heeft tijdens het adviesgesprek aangegeven dat hij gemotiveerd is om aan klinische en/of ambulante behandeltrajecten, met reclasseringstoezicht, mee te werken. In het verleden zijn er meermaals klinische en ambulante behandeltrajecten opgestart gericht op verdachtes middelengebruik. Deze hebben niet geleid tot gedragsverandering dan wel tot langdurige abstinentie van middelen. Daarnaast heeft verdachte in verleden geen enkel reclasseringstoezicht positief afgerond. Hij onttrok zich immers aan de bijzondere voorwaarden. De reclassering acht daarom zowel een ambulant als klinisch behandeltraject binnen een reclasseringstoezicht onvoldoende toereikend om gedragsverandering te kunnen bewerkstelligen en de kans op recidive te kunnen verminderen. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Doordat verdachte al drie keer eerder de ISD-maatregel opgelegd heeft gekregen en hij tijdens het adviesgesprek heeft aangegeven dat hij niet zal meewerken aan interventies binnen dit traject, wordt ingeschat dat deze maatregel geen gedragsverandering zal bewerkstelligen. Het is onduidelijk in hoeverre verdachtes laagbegaafdheid een rol speelt in zijn delictgedrag en/of het niet lukken van interventies. De oplegging van een ISD-maatregel zal in dat geval als primaire doel bescherming van de maatschappij hebben.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder heeft de rechtbank ter terechtzitting reclasseringswerker mevrouw [naam 2] , werkzaam als reclasseringswerkster bij Inforsa, als deskundige gehoord. Zij nam waar voor mevrouw [naam 1] . Zij heeft de informatie uit het reclasseringsrapport bevestigd en toegelicht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voldaan aan ‘harde’ ISD-criteria</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt vast dat ten aanzien van de bewezen geachte feiten aan alle voorwaarden is voldaan die artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht aan het opleggen van de ISD-maatregel stelt. Hiervoor is bewezen verklaard dat verdachte misdrijven heeft begaan waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het strafblad van 19 juni 2023 blijkt dat verdachte gedurende de vijf jaren voorafgaand aan 10 april 2023 ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, terwijl de in dit vonnis bewezen verklaarde feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging hiervan en er, zoals blijkt uit de hiervoor genoemde rapportage, ernstig rekening mede moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan. Blijkens het strafblad is ook voldaan aan de eisen die de “Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers” van het Openbaar Ministerie stelt: verdachte is een zeer actieve veelpleger, die over een periode van vijf jaren processen-verbaal tegen zich zag opgemaakt worden voor meer dan tien misdrijven, waarvan ten minste één in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde feit. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voldaan aan ‘zachte’ ISD-criteria</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte is veelvuldig veroordeeld wegens vermogensdelicten waarvoor hij gevangenisstraffen en drie keer de ISD-maatregel heeft opgelegd gekregen. Dit heeft hem er kennelijk niet van kunnen weerhouden op opnieuw strafbare feiten te plegen. Het opleggen van een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden is naar het oordeel van de rechtbank geen reëel alternatief voor de ISD-maatregel, omdat de kans dat verdachte zicht onttrekt aan de voorwaarden gelet op eerder niet-afgeronde reclasseringstrajecten hoog is. Dat het opleggen van de ISD-maatregel onder de huidige omstandigheden niet zinvol en doelmatig is nu het niet zal bijdragen aan vermindering dan wel beëindiging van het recidiverisico van verdachte, is afhankelijk van de medewerking van verdachte aan behandeling. Als verdachte niet meewerkt, dient de maatregel slechts ter beveiliging van de maatschappij. Opmerking verdient nog dat ter zitting weliswaar is aangevoerd dat de situatie van verdachte thans anders is dan in het nabije verleden, omdat hij stabiliteit bij zijn vriendin in [plaats] vindt, maar daar gaat de rechtbank niet in mee. Die vermeende stabiliteit heeft immers niet voorkomen dat verdachte toch weer in korte tijd twee keer in de fout is gegaan. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel eist. De rechtbank ziet geen reden om deze maatregel niet op te leggen en zal daarom de officier van justitie op dit punt van de vordering volgen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Om de beëindiging van de recidive van verdachte en, indien verdachte meewerkt aan behandeling, het leveren van een bijdrage aan de oplossing van zijn problematiek alle kansen te geven en voorts ter optimale bescherming van de maatschappij, is het van groot belang dat voldoende tijd wordt genomen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de maatregel voor de maximale termijn van twee jaren opleggen en de tijd die door verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Beslag </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verdachte is in zaak B het volgende voorwerp in beslag genomen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1 STK Wapen (omschrijving: PL1300-2023073989-6323138, Gaspistool ROHM).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het in beslag genomen voorwerp moet worden onttrokken aan het verkeer. De raadsman heeft ten aanzien van het in beslag genomen voorwerp geen standpunt ingenomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Onttrekking aan het verkeer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu met betrekking tot dit voorwerp het in zaak B bewezen geachte is begaan en het van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, wordt dit voorwerp onttrokken aan het verkeer. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 36b, 36c, 38m, 38n en 311 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 26 en 55 van de Wet Wapens en Munitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Zaak A</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Zaak B</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt op <emphasis role="bold">de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verklaart onttrokken aan het verkeer</emphasis> (zaak B): 1 STK Wapen (omschrijving: PL1300-2023073989-6323138, Gaspistool ROHM).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. J. Thomas, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. D. Bode en K.M.A. van der Heijden, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. F.L. Scheeren, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 juli 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>