<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:4404</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-26T10:02:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/060488-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:4404">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:4404</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-13T10:52:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:4404 Rechtbank Amsterdam , 25-05-2023 / 13/060488-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:4404:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Italië, executie, onduidelijk of er sprake is van verjaring naar Italiaans recht, overlevering geweigerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:4404:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/060488-23 (EAB V)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 25 mei 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 14 maart 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_99fa2637-7f7d-4bdb-ae65-7cdd85ac50b4" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 30 juli 2015 door<emphasis role="italic"> the Office of the Prosecutor of the Republic of Forli </emphasis>(Italië) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in onbekend (Roemenië) op [geboortedag] 1960,</para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>thans uit andere hoofde gedetineerd in [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 9 mei 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 9 mei 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.L.E. McGivern, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. T. Mustafazade, advocaat te Amsterdam, die heeft waargenomen voor haar collega, M.A.C. de Vilder-van Overmeire, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_29682fde-d9d3-46ff-9383-aafedc1c6d97" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tussenuitspraak 11 mei 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 11 mei 2023 heeft de rechtbank een tussenuitspraak gewezen. Daarbij is het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om aanvullende vragen in het kader van de mogelijke tenuitvoerleggingsverjaring en in het kader van de toets aan artikel 12 OLW aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 25 mei 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft, met instemming van partijen, in gewijzigde samenstelling plaatsgevonden op de zitting van 25 mei 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw, mr. T. Mustafazade, advocaat te Amsterdam, die heeft waargenomen voor haar collega, M.A.C. de Vilder-van Overmeire, advocaat te Amsterdam. De opgeëiste persoon heeft op 25 mei 2023 afstand gedaan van zijn recht ter terechtzitting aanwezig te zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Roemeense nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraak 11 mei 2023 </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 11 mei 2023. Hierin heeft de rechtbank in overweging 3. de grondslag en de inhoud van het EAB al beoordeeld. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Verjaring van het recht tot tenuitvoerlegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het recht tot tenuitvoerlegging van de straf in Italië zeer waarschijnlijk is verjaard. De Italiaanse autoriteiten hebben niet geantwoord op de in de tussenuitspraak gestelde vragen en geen uitsluitsel gegeven of sprake is van verjaring. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals de rechtbank al in de tussenuitspraak heeft overwogen, is verjaring naar het recht van de uitvaardigende lidstaat geen weigeringsgrond. Het toesturen van het EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit impliceert <emphasis role="italic">in beginsel </emphasis>dat deze autoriteit bij haar beoordeling of de overlevering nog steeds gewenst is ook de verjaring naar het recht van haar lidstaat heeft beoordeeld.<footnote-ref linkend="_323000a2-2fda-4464-aadf-b1210596d93e" /> Niettemin moet overlevering achterwege blijven, indien na de uitvaardiging van het EAB de aan dat EAB ten grondslag liggende nationale rechterlijke beslissing niet meer voor tenuitvoerlegging vatbaar is vanwege verjaring.<footnote-ref linkend="_bb321ab9-817e-4d8c-ae18-12a646851498" /> In een dergelijk geval voldoet het EAB immers niet aan de in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder c, OLW bedoelde eis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB dat hier voorligt gaat het om een vonnis van 1999 terwijl in onderdeel F van het EAB niet is opgenomen wanneer de tenuitvoerlegging van dat vonnis verjaart. Daarbij is het EAB op 30 juli 2015 – reeds bijna acht jaar geleden - uitgevaardigd. Deze omstandigheden maken dat de rechtbank niet zonder meer van de hiervoor geformuleerde hoofdregel kan uitgaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het vorenstaande heeft de rechtbank bij tussenuitspraak van 11 mei 2023 het onderzoek heropend om de officier van justitie de gelegenheid te bieden bij de uitvaardigende justitiële autoriteit na te gaan wanneer de verjaringstermijn van de tenuitvoerlegging van het vonnis naar Italiaans recht verloopt. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 25 mei 2023 heeft de officier van justitie laten weten dat hij geen antwoorden heeft gekregen op de voorgelegde vragen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding in het kader van de beoordeling van het EAB de gevraagde nadere informatie af te wachten. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de gelegenheid gekregen die alsnog te verschaffen. Daarbij komt dat de beslistermijn op dusdanig korte termijn verstrijkt dat niet verwacht kan worden dat de (vertaalde) antwoorden op de vragen (alsnog) tijdig ontvangen zullen worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu niet duidelijk is of de nationale rechterlijke beslissing, die aan het EAB ten grondslag ligt, voor tenuitvoerlegging vatbaar is vanwege verjaring, kan de rechtbank niet vaststellen of aan de eis van artikel 2, tweede lid, aanhef en onder c, OLW is voldaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het bovenstaande weigert de rechtbank de overlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT </emphasis>de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Office of the Public Prosecutor </emphasis>in Rome (Italië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STELT VAST </emphasis>dat de overleveringsdetentie is geëindigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. A.J. Scheijde,  				       		                  		voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.K. Glerum en M.C.M. Hamer,                         		   			   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters,		                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 25 mei 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_99fa2637-7f7d-4bdb-ae65-7cdd85ac50b4" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_29682fde-d9d3-46ff-9383-aafedc1c6d97" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_323000a2-2fda-4464-aadf-b1210596d93e" label="3">
    <para>Rechtbank Amsterdam 5 oktober 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:7307.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bb321ab9-817e-4d8c-ae18-12a646851498" label="4">
    <para> Vergelijk: rechtbank Amsterdam 9 februari 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:668.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>