<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:440</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-06T09:42:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-02-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/266108-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:440">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:440</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-03T08:13:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:440 Rechtbank Amsterdam , 01-02-2023 / 13/266108-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:440:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak poging doodslag (primair), poging zware mishandeling (subsidiair) en mishandeling (meer subsidiair) door schoppen tegen hoofd; veroordeling opzettelijk aanwezig hebben cocaïne</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:440:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="efb3bb52-9406-4dcd-9a3d-be89d5c92ad3" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/266108-22 <?linebreak?>Parketnummers vorderingen: 13/004724-20 en 13/741065-17</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 1 februari 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,</para>
      <para>wonende op het adres [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 januari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S.J. Wirken, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. B. Hartman, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 15 oktober 2022 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Poging doodslag (primair), dan wel poging zware mishandeling (subsidiair), dan wel mishandeling (meer subsidiair) van [slachtoffer] door met kracht tegen het hoofd van die [slachtoffer] te schoppen;</para>
    <para />
    <para>2. Opzettelijk aanwezig hebben van 8,87 gram cocaïne.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in <emphasis role="bold">bijlage I</emphasis> die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde feiten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van feit 1 heeft verdachte ter terechtzitting bekend dat hij [slachtoffer] heeft geschopt, terwijl die [slachtoffer] op de grond lag. Het bewijs dat die schop tegen het hoofd van [slachtoffer] was, ontleent de officier van justitie met name aan de waarneming van getuige [naam] . Zij heeft verklaard dat de jongen met de bontkraag die was weggelopen met het blonde meisje en de andere jongen, de jongen is geweest die het slachtoffer drie keer tegen zijn hoofd heeft geschopt. Uit de camerabeelden blijkt daarnaast dat een persoon die aan het signalement van verdachte voldoet krachtig uithaalt met zijn rechtervoet om [slachtoffer] hierna op zijn hoofd te trappen. Uit de camerabeelden blijkt volgens de officier van justitie ook dat op het moment dat de trap van verdachte [slachtoffer] heeft geraakt, de benen van [slachtoffer] naar beneden vallen en hij zijn bewustzijn lijkt te verliezen. Concluderend heeft de schop van verdachte tegen het hoofd van [slachtoffer] het letsel aan de rechterzijde van zijn hoofd veroorzaakt. De officier van justitie heeft gesteld dat deze gedraging van verdachte gekwalificeerd kan worden als poging tot doodslag. In de eerste plaats is sprake van een algemene ervaringsregel dat schoppen tegen het hoofd een aanmerkelijk kans op de dood oplevert. In de tweede plaats, indien de rechtbank de algemene ervaringsregel in twijfel trekt, is er in dit specifieke geval sprake van aanvullende omstandigheden die de aanmerkelijke kans op de dood teweegbrengen. Er wordt namelijk met kracht met geschoeide voet vol tegen het hoofd van [slachtoffer] geschopt, terwijl het slachtoffer weerloos op de grond ligt en waarna [slachtoffer] buitenbewustzijn raakt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft verzocht om verdachte van feit 1 primair en subsidiair vrij te spreken. De raadsman heeft daartoe het volgende bepleit. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vastgesteld kan worden dat verdachte ogenschijnlijk [slachtoffer] éénmaal met kracht tegen zijn arm heeft geschopt. Verdachte droeg op dat moment lichte sneakers (sportschoenen). Op grond van het dossier kan echter niet bewezen worden dat die schop tegen het hoofd van [slachtoffer] was. Uit de camerabeelden kan ook niet afgeleid worden dat [slachtoffer] na de schop van verdachte buitenbewustzijn is geraakt, omdat kort na de schop van verdachte een ander [slachtoffer] heeft geschopt. Gelet op bovengenoemde omstandigheden kan niet vastgesteld worden dat verdachte opzet had – al dan niet in voorwaardelijke vorm – op de dood van [slachtoffer] dan wel op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft ten aanzien van feit 1 meer subsidiair en feit 2 geen bewijsverweer gevoerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Vrijspraak van het onder feit 1 ten laste gelegde </emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht het onder feit 1 primair, subsidiair  en meer subsidiair ten laste gelegde niet bewezen, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt vast dat de geweldshandeling die aan verdachte onder feit 1 in de drie varianten ten laste is gelegd, telkens en enkel en alleen bestaat uit het schoppen/trappen tegen het hoofd van [slachtoffer] . Verdachte heeft ter zitting bekend dat hij [slachtoffer] een schop heeft gegeven, terwijl die [slachtoffer] op de grond lag. De rechtbank is echter van oordeel dat er onvoldoende bewijs voorhanden is waaruit volgt dat dit een schop tegen het hoofd van [slachtoffer] was. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij gericht tegen de arm van [slachtoffer] heeft geschopt. Getuige [naam] verklaart weliswaar dat verdachte drie keer tegen het hoofd van [slachtoffer] heeft geschopt, maar haar verklaring wordt niet door andere bewijsmiddelen in het dossier ondersteund. Op de camerabeelden is slechts één schop door verdachte zichtbaar en het is niet duidelijk te zien welk lichaamsdeel van [slachtoffer] verdachte raakt. Bovendien is op de camerabeelden te zien dat er meerdere personen tegen [slachtoffer] schoppen. Van het letsel dat [slachtoffer] aan zijn hoofd heeft opgelopen, kan daarom niet worden vastgesteld dat dit door verdachte zou zijn veroorzaakt. Verdachte zal gelet op bovengenoemde omstandigheden van dit feit worden vrijgesproken.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel over het onder feit 2 ten laste gelegde </emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat het ten laste gelegde opzettelijk aanwezig hebben van 8,87 gram cocaïne bewezen kan worden op grond van de bekennende verklaring van verdachte, het proces-verbaal van bevindingen waarin het aantreffen van ponypacks wordt beschreven en het laboratoriumrapport van 31 oktober 2022 dat uitwijst dat de inhoud van de ponypacks 8,87 gram cocaïne betreft.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de hiervoor besproken en in <emphasis role="bold">bijlage II</emphasis> vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 15 oktober 2022 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 8,87 gram cocaïne.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder feit 1 primair en feit 2 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft bij strafoplegging verzocht om een straf op te leggen die – ongeveer – gelijk is aan het voorarrest. Hierbij heeft de verdediging verwezen naar jurisprudentie in soortgelijke zaken. Gelet daarop is een voorwaardelijk strafdeel met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd niet meer aan de orde.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van de Opiumwet door 8,87 gram cocaïne aanwezig te hebben. Drugs zijn schadelijk voor de gezondheid van personen en daarom verboden bij de Opiumwet. De bij verdachte aangetroffen hoeveelheid is zodanig groot dat de rechtbank ervan uit gaat dat het niet voor eigen gebruik was bedoeld, maar voor verdere verspreiding/verkoop aan gebruikers. Dat verdachte heeft verklaard dat hij de hoeveelheid cocaïne in bewaring heeft genomen voor een ander, doet hier niet aan af. De handel in drugs heeft veel gerelateerde vermogensdelicten en andere criminaliteit tot gevolg.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf neemt de rechtbank voorts in aanmerking de straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd alsmede de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Voor het aanwezig hebben van harddrugs wordt uitgegaan van een geldboete van € 750,00.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is verder van oordeel dat aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank komt namelijk (anders dan de officier van justitie) niet tot een bewezenverklaring van het onder feit 1 ten laste gelegde, het zwaartepunt van de beschuldiging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal verdachte dan ook veroordelen tot een geldboete van € 750,00.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] (feit 1)</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] vordert € 12.406,74 aan vergoeding van materiële schade voor medische kosten en gederfde inkomsten uit arbeid, € 10.000,00 aan vergoeding van immateriële schade en € 3.000,00 aan vergoeding van affectieschade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de materiële schade kan worden toegewezen. Ten aanzien van de immateriële schade dient het schadebedrag te worden gematigd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering. Primair omdat de vordering in de Duitse taal is opgesteld en de wet de verplichting kent in de Nederlandse taal te communiceren, en subsidiair omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat aan verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht niet is toegepast. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordelingen </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>10.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd om beide vordering geheel toe te wijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft verzocht om beide vorderingen af te wijzen. Ten aanzien van de vordering met parketnummer 13/004724-20 omdat verdachte onvoldoende heeft kunnen profiteren van de bijzondere voorwaarden (zoals ambulante behandeling bij de Waag) en ten aanzien van de vordering met parketnummer 13/741065-17 vanwege het tijdsverloop. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>10.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van 13/004724-20</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de stukken bevindt zich de op 3 januari 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam, in de zaak met parketnummer 13/004724-20, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 10 juni 2020 van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam. Bij dit vonnis is verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 40 maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 10 maanden, niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tevens bevindt zich bij de stukken een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte in persoon is uitgereikt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding van een gedeelte, groot 4 maanden, van de hiervoor genoemde voorwaardelijk opgelegde straf, de tenuitvoerlegging te gelasten. De rechtbank verlengt voor het overige voorwaardelijke strafdeel de proeftijd met 1 jaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van 13/741065-17</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij de stukken bevindt zich de op 21 december 2022 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam, in de zaak met parketnummer 13//741065-17, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis d.d. 5 april 2018 van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, waarbij verdachte is veroordeeld tot jeugddetentie van 2 weken, met bevel dat deze straf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tevens bevindt zich bij de stukken een geschrift waaruit blijkt dat de mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering aan verdachte in persoon is uitgereikt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijke straf te gelasten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder <emphasis role="bold">feit 1</emphasis> ten laste gelegde niet bewezen en <emphasis role="bold">spreekt verdachte daarvan vrij</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het onder <emphasis role="bold">feit 2</emphasis> ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis> daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een geldboete van <emphasis role="bold">€ 750,00</emphasis> (zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 15 (vijftien) dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van 18 januari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart <emphasis role="bold">[slachtoffer]</emphasis> (feit 1) <emphasis role="bold">niet-ontvankelijk</emphasis> in zijn vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gelast de gedeeltelijke tenuitvoerlegging</emphasis> van de straf, voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij voornoemd vonnis van 10 juni 2020 in de zaak met parketnummer <emphasis role="bold">13/004724-20</emphasis>, zijnde een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 4 (vier) maanden</emphasis>. Verlengt de proeftijd voor het overige voorwaardelijke strafdeel met 1 (één) jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Gelast de tenuitvoerlegging</emphasis> van de bij genoemd vonnis van 5 april 2018 in de zaak met parketnummer <emphasis role="bold">13/741065-17</emphasis> opgelegde voorwaardelijke straf, namelijk <emphasis role="bold">jeugddetentie voor de duur van 2 (twee) weken</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. R.A. Overbosch, voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.W.H.G. Loyson en S.J. Mees-Bolle, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. F.L. Scheeren, griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 1 februari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>