<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:4327</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-13T12:30:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/083009-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:4327">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:4327</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-11T12:36:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:4327 Rechtbank Amsterdam , 13-07-2023 / 13/083009-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:4327:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De rechtbank moet in deze zaak beslissen over overname en tenuitvoerlegging van een in Canada opgelegde gevangenisstraf van dertien jaar. </para>
        <para>Op de zitting van 29 juni 2023 heeft de officier van justitie gevorderd dat de tenuitvoerlegging aldus dient plaats te vinden dat een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar en zes maanden wordt opgelegd. </para>
        <para>De raadsman heeft de rechtbank primair verzocht artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toe te passen en op basis daarvan de in Canada opgelegde gevangenisstraf om te zetten naar 0 dagen. Subsidiair heeft hij de rechtbank verzocht een gevangenisstraf van één jaar, waarvan zes maanden voorwaardelijk, op te leggen. De rechtbank moet rekening houden met de datum waarop veroordeelde in Canada in het meest gunstige geval (vervroegd of voorwaardelijk) in vrijheid zou kunnen worden gesteld. In raadkamer is de rechtbank tot de conclusie gekomen daarover meer informatie nodig te hebben. Daarover moeten aan Canada nadere vragen worden gesteld. Daarom heropent de rechtbank het onderzoek.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:4327:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/083009-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 13 juli 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN- </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 18 van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen, ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van </para>
      <para>2 mei 2023 en strekt onder meer tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van een rechterlijke beslissing van <emphasis role="italic">the Supreme Court of British Columbia</emphasis> (Canada) van </para>
      <para>14 oktober 2022. Deze rechterlijke beslissing houdt onder meer in de veroordeling tot een </para>
      <para>vrijheidsbenemende straf van dertien jaren van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] , </emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,</para>
      <para>thans uit anderen hoofde gedetineerd in [naam PI] , </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verder te noemen: veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 29 juni 2023. Daarbij zijn de raadsman van veroordeelde, mr. R. Malewicz, advocaat te Amsterdam – bijgestaan door mr. S.J. Linck – en de officier van justitie, mr. K. van der Schaft, gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals blijkt uit een formulier “afstand verhoor” heeft veroordeelde op 26 juni 2023 afstand gedaan van zijn recht ter zitting te verschijnen. De raadsman, die heeft verklaard dat hij is gemachtigd door veroordeelde om zijn verdediging te voeren, heeft geen bezwaar gemaakt tegen voortzetting van de zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit veroordeelde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van veroordeelde onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Heropening van het onderzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Canadese autoriteiten hebben de overdracht en tenuitvoerlegging verzocht van de rechterlijke beslissing van <emphasis role="italic">the Supreme Court of British Columbia</emphasis> van 14 oktober 2022, nr. R.v. [veroordeelde] , 2022 BCSC 1810.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft – kort samengevat – gevorderd dat de tenuitvoerlegging aldus  dient plaats te vinden dat een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar en zes maanden wordt opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft – kort samengevat – de rechtbank primair verzocht artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toe te passen en op basis daarvan de in Canada opgelegde gevangenisstraf om te zetten naar 0 dagen. Subsidiair heeft hij de rechtbank verzocht een gevangenisstraf van één jaar, waarvan zes maanden voorwaardelijk, op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie en het standpunt van de raadsman zijn volledig (zakelijk) weergegeven in het bij deze tussenuitspraak opgemaakte proces-verbaal van de zitting van 29 juni 2023. De officier van justitie en de raadsman hebben verschillende punten naar voren gebracht, waarover de rechtbank zal moeten oordelen. Eén van die punten betreft de datum waarop veroordeelde in Canada in het meest gunstige geval (vervroegd of voorwaardelijk) in vrijheid zou kunnen worden gesteld. De rechtbank is in raadkamer tot de conclusie gekomen op dit punt meer informatie van de Canadese autoriteiten nodig te hebben en zal daartoe het onderzoek heropenen. De rechtbank ligt dit als volgt toe.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Kader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank moet onderzoeken of een eventuele vervroegde of voorwaardelijke invrijheidstelling waartoe in de verzoekende staat bij voortgezette tenuitvoerlegging zeker of met grote mate van waarschijnlijkheid zou zijn overgegaan, van dien aard zou zijn geweest dat de veroordeelde door de in Nederland opgelegde straf in een nadeliger positie zou zijn komen te verkeren wat de daadwerkelijke duur van zijn detentie betreft (vgl. HR 31 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:770, <emphasis role="italic">NJ</emphasis> 2016/37, ten aanzien van artikel 44, eerste lid, van het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Verstrekte informatie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij e-mail van 27 juni 2023 is door tussenkomst van het Ministerie van Justitie en Veiligheid de volgende vraag gesteld aan de Canadese autoriteiten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">If the Canadian sentence would have been executed in Canada, would Mr. [veroordeelde] have been eligible for early or conditional release and, if so, when?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij e-mail van dezelfde datum hebben de Canadese autoriteiten de volgende informatie verstrekt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Had Mr. [veroordeelde] ’s sentence been executed in Canada, he would have been eligible for the following conditional releases:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Unescorted Temporary Absence: 	2024/12/13</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Day Parole Eligibility Date: 		2026/08/12</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Full Parole Eligibility Date: 		2027/02/12</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Statutory Release Date: 		2031/06/14**</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Warrant Expiry Date: 		2035/10/13**</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">**The only mandatory release dates, for this sentence, are the statutory release and warrant expiry dates.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie over de verstrekte informatie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de officier van justitie blijkt uit de verstrekte informatie dat de eerste mogelijkheid voor gehele vervroegde invrijheidstelling (VI) bestaat per 12 februari 2027. Daarbij heeft hij het volgende opgemerkt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="italic">Hoewel het intreden van deze VI niet waarschijnlijk lijkt, gelet op de zaak en het verleden van andere procedures omtrent VI, kan er wel op de volgende manier rekening mee worden gehouden. De tijd gerekend vanaf de ‘sentencing date’ van </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">14 oktober 2022 tot 12 februari 2027 is een duur van 4 jaar en 4 maanden. Als de VI van de Canadese straf mogelijk ook in NL eerst ingaat op 12 februari 2027, dan is er geen reden tot verdere aanpassing van de straf wegens de VI bepalingen. Dat staat gelijk aan een mogelijke strafoplegging van totaal 6 jaar en 4 maanden gevangenisstraf. Deze straf kan dan maximaal opgelegd worden, zonder enig risico van verzwaring van de Canadese straf</emphasis>.”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Geen standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft geen (subsidiair) standpunt ingenomen over de verstrekte informatie en VI-datum in Canada.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overwegingen van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank vindt dat in het licht van het bij het kader weergegeven criterium de verstrekte informatie onvoldoende duidelijkheid biedt. Daarom verzoekt de rechtbank de officier van justitie door tussenkomst van het Ministerie van Justitie en Veiligheid bij de Canadese autoriteiten na te vragen per wanneer de verzoekende staat bij voortgezette tenuitvoerlegging in Canada zeker of met grote mate van waarschijnlijkheid de veroordeelde vervroegd of voorwaardelijk in vrijheid zou hebben gesteld. De rechtbank verzoekt de officier van justitie daartoe zo nodig dan wel indien gewenst door de Canadese autoriteiten nadere informatie te verstrekken aan de Canadese autoriteiten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT EN SCHORST </emphasis>het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen door tussenkomst van het Ministerie van Justitie en Veiligheid nadere informatie bij de Canadese autoriteiten op te vragen, zoals in rubriek 3 bij de overwegingen van de rechtbank toegelicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van veroordeelde tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door:</para>
      <para>mr. P. van Kesteren,		  				         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.J.R.M. Vermolen en J.H. Beestman,						   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten,		  			    	     griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juli 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>