<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:4206</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-13T15:07:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/085818-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_internationaalStrafrecht">Strafrecht; Internationaal strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:4206">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:4206</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-13T09:37:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:4206 Rechtbank Amsterdam , 22-06-2023 / 13/085818-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:4206:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overlevering. Roemeens executie-EAB. verweer m.b.t. detentieomstandigheden Roemenië verworpen. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:4206:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/085818-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 22 juni 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 12 april 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_785967ad-4b8b-42df-812a-bdf1ca709154" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 15 september 2020 door <emphasis role="italic">the Galati District Court</emphasis>, Roemenië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon]
        </emphasis>, </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats] (Roemenië),</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats,</para>
      <para>gedetineerd in de [detentieadres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 juni 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. B. Tijkotte, advocaat in Koog aan de Zaan, en door een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_b97d365d-be69-420a-8ba2-479036654565" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">criminal sentence</emphasis> (kenmerk 1567) van 16 oktober 2019 van <emphasis role="italic">the Galati District Court</emphasis>. Deze is op 18 maart 2020 onherroepelijk geworden door middel van de <emphasis role="italic">decision</emphasis> (kenmerk 264) van 18 maart 2020 van <emphasis role="italic">the Galati Court of Appeal</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB en de aanvullende informatie van 6 juni 2023 blijkt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij zowel de procedure in eerste aanleg als in hoger beroep. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog één jaar en zes maanden, waarvan het voorarrest van ongeveer twee dagen nog wordt afgetrokken. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis en arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis en arrest betreffen het feit zoals dat is omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_5ebd64b1-7fd2-4e52-b830-4a1b66ad63e0" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit levert naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verweer van de raadsman, inhoudende dat op grond van het vereiste van de dubbele strafbaarheid het feit ook in Nederland een strafbedreiging van ten minste twaalf maanden dient te hebben, slaagt niet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 30 oktober 2015 heeft de rechtbank artikel 7, eerste lid, OLW ter zake van niet-lijstfeiten zo uitgelegd dat in geval van executieoverlevering niet een voorwaarde inzake de hoogte van de strafbedreiging in Nederland geldt.<footnote-ref linkend="_160d783f-1f6a-40da-8eaf-d6b0c0f93722" /> Bovendien is artikel 7, eerste lid, OLW met ingang van 1 april 2021 daarmee in overeenstemming gebracht: het vereiste inzake de strafbedreiging heeft alleen betrekking op de strafbedreiging in de uitvaardigende lidstaat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zijn zorgen geuit over de detentieomstandigheden in Roemenië. De verklaring van de uitvaardigende justitiële autoriteit dat de opgeëiste persoon waarschijnlijk wordt geplaatst in de <emphasis role="italic">Brăila </emphasis>gevangenis, biedt onvoldoende zekerheid dat hij niet in Giurgiu terecht komt. Primair heeft hij daarom betoogd dat de overlevering moet worden geweigerd. Subsidiair heeft hij verzocht om aanvullende vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vindt dat de individuele detentiegarantie die door de uitvaardigende justitiële autoriteit is verstrekt het algemeen gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in detentie voor de opgeëiste persoon wegneemt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat vanwege de algemene detentieomstandigheden in Roemenië, en met name de overbevolking in penitentiaire instellingen, een algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de EU (Handvest) bestaat voor personen die in een Roemeense penitentiaire instelling worden gedetineerd.<footnote-ref linkend="_93be3887-52a1-4c4d-b9c0-aca0447ddabb" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de brief van de <emphasis role="italic">Chief Prison Police Commissioner </emphasis>van 6 juni 2023 staat onder meer het volgende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Further to the request received from the Dutch authorities, concerning the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">detention conditions applicable to [opgeëiste persoon] (born on [geboortedag] 1986,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">domiciled in [geboorteplaats], and sentenced to 1 year and 6 months in prison), in the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">event of his transfer to the Romanian authorities, please be advised as follows:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. If the person held in custody is surrendered to the Romanian authorities at</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">the Henry Coandă Airport of Bucharest, he shall be initially taken to the Bucharest-</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Rahova Prison to be held in quarantine, for a period of 21 days, in a room providing a</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">minimum personal space 3 of square meters.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Taking into account the length of the sentence, it is most probable that he will</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">initially serve his custodial sentence in semi-open regime. Moreover, considering the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">domicile of the person concerned, it is most probable that he will initially serve his</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">sentence in Brăila Prison.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Given the prospect of implementing the measures contained in the “Action Plan</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">for the period 2020-2025, established for the execution of the Pilot-Judgment</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Rezmiveş and others v. Romania, and the Judgments delivered in the Group of Cases</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bragadireanu v. Romania”, as well as the currently registered trend of the number of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">prisoners held in the custody of the National Prison Administration, after the policies</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">adopted by the Romanian State in criminal matters, the National Prison Administration</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">can provide the undertaking of a minimum personal space of 3 square meters,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">throughout the execution of the sentence, including the bed and related furniture, and</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">excluding the floor space of the sanitary facility.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat zij gelet op het arrest M.L. van het Hof van Justitie van de Europese Unie<footnote-ref linkend="_092fe4b9-778d-450a-b5f0-a2e957c1094c" /> uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken van penitentiaire inrichtingen waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd. Uit de hierboven vermelde informatie blijkt dat de opgeëiste persoon in eerste instantie in de <emphasis role="italic">Rahova Prison</emphasis> zal wordt geplaatst en dat hij daarna naar alle waarschijnlijkheid in de <emphasis role="italic">Brăila Prison </emphasis>zal worden gedetineerd. De rechtbank dient dan ook uitsluitend de detentieomstandigheden in deze twee instellingen te onderzoeken en ziet daarom geen aanleiding voor het stellen van aanvullende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit, zoals door de raadsman is verzocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gaat uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. De rechtbank is, gelet op deze toezegging van de Roemeense autoriteiten, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat op een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De detentieomstandigheden bieden dan ook geen beletsel voor overlevering. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 107, 177 Wegenverkeerswet en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan door <emphasis role="italic">the Galati District Court</emphasis>, Roemenië voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. P. van Kesteren,	                                                                    			voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.C. Eggink en L. Sanders,	                                            			 rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.D. Dijkstra,                                         		griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 22 juni 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_785967ad-4b8b-42df-812a-bdf1ca709154" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b97d365d-be69-420a-8ba2-479036654565" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5ebd64b1-7fd2-4e52-b830-4a1b66ad63e0" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_160d783f-1f6a-40da-8eaf-d6b0c0f93722" label="4">
    <para>ECLI:NL:RBAMS:2015:7460</para>
  </footnote>
  <footnote id="_93be3887-52a1-4c4d-b9c0-aca0447ddabb" label="5">
    <para> Zie onder andere: rechtbank Amsterdam, 2 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2629 en rechtbank Amsterdam, 27 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:46</para>
  </footnote>
  <footnote id="_092fe4b9-778d-450a-b5f0-a2e957c1094c" label="6">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>