<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:4191</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-20T16:00:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-07-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/115854-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:4191">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:4191</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-17T13:20:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:4191 Rechtbank Amsterdam , 04-07-2023 / 13/115854-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:4191:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Roemenië; verweren t.a.v. de strafbaarheid van de feiten, de verjaring en de detentieomstandigheden verworpen; overlevering toegestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:4191:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/115854-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 4 juli 2023 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 16 mei 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_6e0232f5-7d79-4bdd-9450-9483ad2e8068" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 19 maart 2018 door <emphasis role="italic">Judecatoria Horezu (Horezu Court of Law)</emphasis>, Roemenië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1967, </para>
      <para>	ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>	[adres],	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 juni 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. P.H. Hillen, advocaat in Tilburg en door een tolk in de Roemeense taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_71f7cddb-1ba1-4ee2-89be-023bfd963a13" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">criminal sentence no. 111 as of 10.11.2017 of Horezu Court of Law, pronounced in file no. 1816/241/2015, definitive by Criminal Decision no 216/A as of 27.02.2018, pronounced by Pitesti Court of Appeal</emphasis>. Bij dit arrest is ook de tenuitvoerlegging van twee eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen bevolen, opgelegd bij het vonnis met nummer 169 en het vonnis met nummer 187.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zes jaar en twee maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_f5855fb8-0573-4426-b9e6-6efb57a5671a" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als een strafprocedure meer instanties heeft omvat en tot opeenvolgende beslissingen heeft geleid, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover bij die laatste beslissing definitief uitspraak is gedaan over de schuld van de betrokkene en aan hem een straf is opgelegd, nadat de zaak in feite en in rechte ten gronde is behandeld.<footnote-ref linkend="_27f4da5c-2181-4d66-9314-a938503c8660" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het EAB en de aanvullende informatie van 6 en 13 juni 2023 blijkt dat er een proces in hoger beroep is geweest waarbij de zaak ten gronde is behandeld. De rechtbank toetst daarom alleen het hoger beroep aan de voorwaarden van artikel 12 OLW. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij het proces in hoger beroep is ook de tenuitvoerlegging van twee eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen bevolen, opgelegd bij het vonnis met nummer 169 en het vonnis met nummer 187. Bij het proces wat heeft geleid tot het vonnis met nummer 187 was de opgeëiste persoon aanwezig. In alle overige processen was de opgeëiste persoon niet aanwezig, maar was hij daarvan wel telkens op de hoogte en had hij telkens een gemachtigd advocaat die tijdens het proces zijn verdediging heeft gevoerd. In die gevallen heeft zich dus een omstandigheid voorgedaan als bedoeld in artikel 12, sub b, OLW. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat het omhakken van bomen (eiken) niet valt onder de strafbare feiten als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder eerste, OLW. Reden waarom het verzoek tot overlevering volgens hem moet worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wel dubbel strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">diefstal door twee of meer verenigde personen;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II/vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Verjaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft betoogd dat voor het vonnis met nummer 187 van 15 oktober 2014 sprake is van verjaring naar Roemeens recht. Daarom moet de overlevering hiervoor worden geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat dit verweer niet opgaat. Aan het EAB ligt namelijk het arrest van 27 februari 2018 ten grondslag en hiervoor wordt de overlevering gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman vindt dat er onvoldoende garanties zijn om te voorkomen dat de opgeëiste persoon wordt onderworpen aan een onmenselijke behandeling in de Roemeense gevangenis. Met de Craiova gevangenis is blijkens het rapport van het <emphasis role="italic">European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment</emphasis> van <?linebreak?>14 april 2022 veel mis, zoals overbevolking, een verouderd en vervallen gebouw en onvoldoende medische zorg. Dit laatste is van belang, omdat de opgeëiste persoon een hartkwaal heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de gegeven detentiegarantie afdoende is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat uit de algemene detentieomstandigheden in Roemenië een reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de EU (Handvest) voortvloeit voor personen die in een Roemeense penitentiaire instelling worden gedetineerd, met name vanwege de overbevolking in de penitentiaire instellingen.<footnote-ref linkend="_255386bd-9d5b-41c7-a108-4f2241895660" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Roemeense autoriteiten hebben bij brief van 7 juni 2023 de volgende garantie verstrekt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Considering the address formulated in file no. 181612412015 dated 06.06.2023,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">regarding the request of the Dutch authorities, regarding the conditions of detention that the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">said [opgeëiste persoon] (born on [geboortedag]1967, domiciled in Vȃlcea county, sentenced to a</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">sentence of 6 years and 2 months in prison), in the event that he is handed over to the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Romanian authorities, we inform you of the following:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">1 ln the event that the person deprived of liberty will be handed over to the Romanian</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">authorities at the Bucharest Henri Coande Airport, he will initially be deposited in the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bucharest-Rahova Penitentiary in order to carry out the quarantine period, for a period of 21days, in a room which will ensure a minimum space of 3 sqm.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">After the end of the quarantine period, the National Administration of Penitentiaries</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">determines the penitentiary where he will serve his custodial sentence, considering that it</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">should be located as close as possible to the place of residence of the convicted person.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">taking into account the execution regime .</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Considering the amount of the sentence and the domicile of the convicted person, he</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">will most likely serve the initial custodial sentence in the closed regime at the </emphasis>
        <emphasis role="underline italic">Craiova</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Penitentiary</emphasis>
        <emphasis role="italic">.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">the National Administration of Penitentiaries guarantees the provision of a minimum individual space of 3 square meters during the entire period of execution of the sentence, including the bed and related furniture, without including the space intended for the sanitary group .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie.<footnote-ref linkend="_c4835220-2c97-4cbf-8f8c-2b3e6b906fdb" /> De rechtbank is, gelet op deze toezegging van de Roemeense autoriteiten, van oordeel dat voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat op een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest. Het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van de detentieomstandigheden in Roemeense penitentiaire inrichtingen heeft aangenomen, wordt door deze garantie immers uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Over hetgeen de raadsman heeft aangevoerd over de gezondheidsproblemen van de opgeëiste persoon overweegt de rechtbank het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het stuk dat is overgelegd ter onderbouwing van de gezondheidsproblemen is in het Grieks opgesteld. Alhoewel de rechtbank niet twijfelt aan het feit dat de opgeëiste persoon problemen aan zijn hart heeft gehad, is niet onderbouwd of en in hoeverre hij voor deze klachten op dit moment nog medische behandelingen ondergaat of moet ondergaan. Gelet daarop komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling van de vraag of een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden met gezondheidsklachten in Roemeense penitentiaire inrichtingen het gevaar lopen om te worden onderworpen aan een onmenselijke behandeling wegens het uitblijven van adequate medische zorg.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom vormen de detentieomstandigheden geen beletsel voor overlevering.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 47 en 311 Wetboek van Strafrecht, 1 en 6 Wet op de economische delicten, artikel 2.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, 26 en 55 Wet wapens en munitie en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">Judecatoria Horezu (Horezu Court of Law) </emphasis>(Roemenië) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. E.G.M.M. van Gessel,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. Ch.A. van Dijk  en L. Sanders,                         					rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek,		                         	griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 juli 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_6e0232f5-7d79-4bdd-9450-9483ad2e8068" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_71f7cddb-1ba1-4ee2-89be-023bfd963a13" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f5855fb8-0573-4426-b9e6-6efb57a5671a" label="3">
    <para> Zie onderdeel c) en e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_27f4da5c-2181-4d66-9314-a938503c8660" label="4">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 10 augustus 2017, C-270/17 PPU (Tupikas), ECLI:EU:C:2017:628.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_255386bd-9d5b-41c7-a108-4f2241895660" label="5">
    <para> Zie onder andere: rechtbank Amsterdam, 2 mei 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2629 en rechtbank Amsterdam, 27 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:463.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c4835220-2c97-4cbf-8f8c-2b3e6b906fdb" label="6">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>