<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:4154</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-18T09:46:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/151159-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:4154">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:4154</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-06T14:06:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:4154 Rechtbank Amsterdam , 29-06-2023 / 13/151159-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:4154:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek van Hongarije om aanvullende toestemming voor tenuitvoerlegging straffen. De rechtbank oordeelt dat het niet nodig is te beslissen over de tenuitvoerlegging van een straf, waarvoor de overgeleverde persoon als is overgeleverd. De rechtbank weigert aanvullende toestemming voor de tenuitvoerlegging van een andere straf. De rechtbank heeft de overlevering voor de tenuitvoerlegging van die straf geweigerd op grond van artikel 12 OLW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:4154:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/151159-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum beslissing: 29 juni 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 22 juni 2023, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [overgeleverde persoon], </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] (Hongarije),</para>
      <para>thans verblijvende in [land],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de overgeleverde persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>Beoordeling </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek betreft feiten en straffen ten aanzien waarvan krachtens de OLW de overlevering gedeeltelijk is toegestaan en gedeeltelijk is geweigerd. De overlevering is namelijk bij uitspraak van 15 september 2020 toegestaan voor de tenuitvoerlegging van de straf opgelegd bij het vonnis van <emphasis role="italic">the Györ District Court</emphasis> met kenmerk B.258/2016/12 en geweigerd voor de tenuitvoerlegging van de bij arrest van <emphasis role="italic">the Györ Regional Court</emphasis> met kenmerk 3.Bf.324/2018/11 opgelegde straf, op welke straffen en rechterlijke beslissingen het verzoek nu weer ziet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de overlevering al is toegestaan voor de tenuitvoerlegging van de straf opgelegd bij het vonnis van <emphasis role="italic">the Györ District Court</emphasis> met kenmerk B.258/2016/12 en de betrokkene daarvoor ook daadwerkelijk is overgeleverd, is toestemming voor de tenuitvoerlegging van deze straf niet nodig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat betreft de straf opgelegd bij het arrest van <emphasis role="italic">the Györ Regional Court</emphasis> met kenmerk 3.Bf.324/2018/11 geldt dat de overlevering bij uitspraak van 15 september 2020 is geweigerd op grond van artikel 12 OLW. Destijds is de volgende informatie verstrekt door de uitvaardigende autoriteit:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">“According to the available information [overgeleverde persoon] failed to receive personally</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">the summons for the open hearing of the court of second instance (he did not take</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">delivery of the summons with his own hand), but according to the current rules of</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">criminal procedure the mail returned to the court with the notice "did not collect"</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">shall be deemed to have been duly delivered.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">We have no information about the delivery of Judgement No. 3.Bf.324/2018 of the</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Györ Regional Court, since it was not posted as a mail with return receipt</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">requested, but was simply sent to the known address of [overgeleverde persoon], and was not</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">returned to the address of the Regional Court.”</emphasis>
      </para>
      <para>Volgens de bij het verzoek verstrekte informatie zou de overgeleverde persoon in persoon zijn opgeroepen voor de zitting die heeft geleid tot het arrest van <emphasis role="italic">the Györ Regional Court. </emphasis>Deze informatie is dus strijdig met de eerder verstrekte informatie. Nog daargelaten dat in de thans verstrekte informatie niet is vermeld wanneer de oproeping in persoon is uitgereikt, ziet de rechtbank in het licht van de eerder verstrekte informatie geen aanleiding om nu te oordelen dat artikel 12, onderdeel a, van de OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van de toepassing van die weigeringsgrond. Er zijn geen omstandigheden gebleken die aanleiding geven voor het oordeel dat de overgeleverde persoon uit eigen beweging (stilzwijgend) afstand heeft gedaan van zijn recht om in persoon te verschijnen dan wel dat hij kennelijk onzorgvuldig is geweest met betrekking tot zijn bereikbaarheid voor officiële correspondentie.</para>
      <para>De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">weigert toestemming</emphasis> voor de tenuitvoerlegging van de straf, opgelegd bij arrest van <emphasis role="italic">the Györ Regional Court</emphasis> met kenmerk 3.Bf.324/2018/11 aan <emphasis role="bold">[overgeleverde persoon]</emphasis> voor de feiten zoals vermeld in het verzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is genomen op 29 juni 2023 door</para>
      <para>mr. P. van Kesteren,	  				                         		    voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.J.R.M. Vermolen en J.H. Beestman,		     		                  	       rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten,		                         	        	       griffier.          </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>