<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:3924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-07-05T11:15:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/069297-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:3924">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:3924</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-26T11:54:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-07-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:3924 Rechtbank Amsterdam , 13-06-2023 / 13/069297-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:3924:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>geen objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens die duiden op een algemeen reëel gevaar dat personen in Polen onmenselijk of vernederend worden behandeld. Geen elementen dat gebreken in de Poolse rechtsstaat van invloed zijn</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:3924:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/069297-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 13 juni 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 4 april 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_c1b2b4eb-d703-49e4-83db-b7ec60a5464f" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 1 juni 2022 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Szczezin</emphasis> (Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1983, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>
        [adres opgeëiste persoon] ,</para>
      <para>gedetineerd in [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 mei 2023, in aanwezigheid van mr. G.P. Sholeh, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. F. van Schaik, advocaat in Berkel en Rodenrijs en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_d2dea005-1e53-4723-bf23-1faf2874e711" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">enforceable pre-trial detention order of the District Court Szczecin-Prawobrzeze and Zachód of Szczecin, VI criminal division, dated 23 March 2021, reference VI Kp 324/21.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_e71b30e1-2f1f-400b-8b48-f0d175c7f673" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid </title>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten (blijkens het EAB, gelezen in samenhang met het A-Formulier) aan als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder de nummers 1, 8, 9 en 23, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="italic">1. deelneming aan een criminele organisatie;</bridgehead>
    <bridgehead role="italic">8. fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen;</bridgehead>
    <bridgehead role="italic">9. witwassen van opbrengsten van misdrijven;</bridgehead>
    <bridgehead role="italic">23. vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW, de Poolse rechtsstaat <?linebreak?></title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman van de opgeëiste persoon heeft een schrijven van de Poolse advocaat van de opgeëiste persoon aan de rechtbank doen toekomen, waarin deze de ontwikkelingen in de Poolse rechtsstaat over de afgelopen jaren beschrijft. Tevens is daarin vermeld dat thans nog niet bekend is welke rechters de strafzaak van de opgeëiste persoon zullen behandelen, zodat niet uit te sluiten valt dat de opgeëiste persoon een oneerlijk proces zal krijgen.</para>
      <para>De raadsman heeft gesteld dat rekening gehouden moet worden met berechting door rechters wier onafhankelijkheid niet vaststaat. Hij is van oordeel dat een reëel gevaar bestaat dat de opgeëiste persoon zal worden berecht door rechters die niet onafhankelijk zijn en heeft verzocht de overlevering om die reden te weigeren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat geen omstandigheden zijn aangevoerd die naast het algemene gevaar ook een individueel gevaar op oneerlijke berechting van de opgeëiste persoon onderbouwen, zodat het algemene gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces niet aan overlevering in de weg staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_c0d7ac3f-2d4d-417d-95f8-d93d9fb9d9df" /> De brief van de Poolse advocaat is slechts een bevestiging van dit algemene gevaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat – noch die doen vermoeden dat – die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld en bestaat er ook geen aanleiding om aanvullende gegevens op te vragen.<footnote-ref linkend="_5e3c9967-6b56-43d7-b377-5198a1791c67" /> De enkele omstandigheid dat mogelijk door de neo-KRS benoemde rechters zullen deelnemen aan zijn berechting is immers niet voldoende.<footnote-ref linkend="_e98df22b-d9a1-442a-bb0b-721cf4fedeff" /> Het verweer wordt verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW, detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman van de opgeëiste persoon heeft erop gewezen dat de Poolse advocaat in voormeld schrijven eveneens de detentieomstandigheden in Polen heeft beschreven. Het recht op contact met een advocaat wordt beperkt en de omstandigheden zijn zodanig dat ze als gezondheidsbedreigend moeten worden gekwalificeerd. De medische zorg is van slechte kwaliteit. Het is vrijwel uitgesloten dat gedetineerden operaties ondergaan.</para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft een liesbreukoperatie ondergaan waarbij complicaties zijn opgetreden, in verband waarmee hij een afspraak had met een uroloog. De raadsman heeft gesteld dat, hoewel daarover nog geen beslissing is genomen, rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid van een noodzakelijke hersteloperatie. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft de raadsman een afschrift van de afspraak met de uroloog aan de rechtbank doen toekomen. De raadsman concludeert dat overlevering tot ernstige schade aan de gezondheid van de opgeëiste persoon zou kunnen leiden. Het ontbreken van voldoende medische zorg tijdens detentie voor een persoon die deze zorg aantoonbaar nodig heeft, kwalificeert volgens de raadsman als onmenselijke of vernederende behandeling. De raadsman verzoekt om die reden de overlevering te weigeren, dan wel de behandeling van de zaak aan te houden tot de Poolse autoriteiten hebben gegarandeerd dat zal worden voorzien in adequate medische behandeling of tot deze behandeling in Nederland heeft kunnen plaatsvinden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat de medische situatie van de opgeëiste persoon onvoldoende is onderbouwd. Hij ziet geen aanleiding om te veronderstellen dat in Poolse detentiecentra geen adequate medische zorg zal worden geboden. Er is geen sprake van een zodanig ernstige of levensbedreigende medische toestand van de opgeëiste persoon dat op grond van het arrest van het Hof van Justitie van 18 april 2023<footnote-ref linkend="_c2d976c5-74f5-4cf6-ac69-41f754a1a8a4" /> om aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit kan worden gevraagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank beschikt niet over objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens over de Poolse detentieomstandigheden, waaronder de medische zorg in detentie, waaruit volgt dat er in (bepaalde) Poolse detentie-instellingen sprake is van een algemeen reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling voor gedetineerden. De raadsman heeft dergelijke gegevens ook niet overgelegd. De rechtbank is daarom van oordeel dat de detentieomstandigheden geen beletsel vormen voor overlevering. </para>
      <para>De medische toestand van de opgeëiste persoon is niet onderbouwd, nog daargelaten dat deze pas aan de orde komt in het kader van de feitelijke overlevering (artikel 35 OLW) nadat de overlevering is toegestaan.</para>
      <para>De rechtbank verwerpt het verweer en ziet daarom geen aanleiding om de zaak aan te houden ten behoeve van het opvragen van nadere informatie.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Regional Court in Szczezin</emphasis> (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M.E.M. James-Pater  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. M. Snijders Blok-Nijensteen en A. Pahladsingh, 		   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van R. Rog,			                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 13 juni 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_c1b2b4eb-d703-49e4-83db-b7ec60a5464f" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d2dea005-1e53-4723-bf23-1faf2874e711" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e71b30e1-2f1f-400b-8b48-f0d175c7f673" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c0d7ac3f-2d4d-417d-95f8-d93d9fb9d9df" label="4">
    <para> Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, r.o. 4.4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5e3c9967-6b56-43d7-b377-5198a1791c67" label="5">
    <para> Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1793, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat)). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e98df22b-d9a1-442a-bb0b-721cf4fedeff" label="6">
    <para>Zie het arrest van het Hof van Justitie EU van 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100, r.o. 98</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c2d976c5-74f5-4cf6-ac69-41f754a1a8a4" label="7">
    <para> Zie het arrest van het Hof van Justitie EU van 18 april 2023, C-699/21, ECLI:EU:C:2022:955.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>