<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:3743</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-28T15:54:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/036030-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:3743">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:3743</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-28T15:48:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:3743 Rechtbank Amsterdam , 14-06-2023 / 13/036030-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:3743:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Polen; verweren t.a.v. artikel 12 OLW, detentieomstandigheden en artikel 36 OLW verworpen; overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:3743:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/036030-23</para>
      <para>Uitspraak inzake: [opgeëiste persoon]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 14 juni 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 16 februari 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_51274f5d-5648-415e-9434-a23e56f48b7c" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 19 augustus 2022 door <emphasis role="italic">the Regional Court of Suwałki </emphasis>(Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1987, </para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>thans gedetineerd in [detentieadres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 26 april 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 april 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door een tolk in de Poolse taal. Met analoge toepassing van artikel 509c Sv is last gegeven aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand om per ommegaande een advocaat aan te wijzen voor de opgeëiste persoon. Het onderzoek is geschorst tot de zitting van 10 mei 2023.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 10 mei 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling is in gewijzigde samenstelling opnieuw aangevangen op 10 mei 2023, in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.A.C. van den Brink, advocaat in Almere, en door een tolk in de Poolse taal. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek geschorst voor bepaalde tijd tot 1 juni 2023. Daarnaast heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_96ef9d76-7ad2-4441-a4d3-584f9a9c0b82" /> Vervolgens heeft de rechtbank de beslistermijn nogmaals met 30 dagen verlengd op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW. Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen en verlengd op grond van artikel 27, derde lid, OLW met de hiervoor vermelde verlenging van 30 dagen</para>
      <para>op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting van 1 juni 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is, met toestemming van de raadsman en de officier van justitie, in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 1 juni 2023, in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. W.H.R. Hogewind. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.A.C. van den Brink en door een tolk in de Poolse taal. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een vonnis van 1 december 2020 van <emphasis role="italic">the District Court of Olecko</emphasis>, met kenmerk: II.K.618/18.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog twee jaar, vier maanden en 18 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_0fc5df8d-8455-49a4-a838-f339a8b4ee80" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond van artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft verzocht om de behandeling van het EAB aan te houden, omdat het dossier aanleiding geeft voor twijfel aan de informatie in het EAB, inhoudende dat de opgeëiste persoon aanwezig was bij de zitting die tot de beslissing heeft geleid. Het zich in het dossier bevindende <emphasis role="italic">Form A</emphasis> is geheel in het Engels ingevuld, maar onder punt 294 <emphasis role="italic">“Tried in person”</emphasis> staat JA ingevuld. Het lijkt of dit later is toegevoegd, omdat dit in het Nederlands staat en dit in een ander lettertype lijkt te zijn, aldus de raadsman. Daarbij ontkent de opgeëiste persoon dat hij aanwezig was bij de zitting die tot de beslissing heeft geleid. Daarom moet dit nader worden onderzocht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich verzet tegen de gevraagde aanhouding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank wijst het aanhoudingsverzoek af. Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. De enkele ontkenning van de opgeëiste persoon is onvoldoende om niet van deze informatie uit te gaan. Daarbij verschilt de informatie in het EAB niet van de informatie in <emphasis role="italic">Form A</emphasis>. In beide staat dat de opgeëiste persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. Dat de informatie in <emphasis role="italic">Form A</emphasis> in het Nederlands en in een ander lettertype zou zijn ingevuld, is evenmin reden voor twijfel aan de verstrekte informatie in het EAB. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding nadere vragen hierover te stellen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">I.	- mishandeling</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		- belediging</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		- bedreiging met zware mishandeling</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		- bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		- wederrechtelijke vrijheidsberoving</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>
        <emphasis role="italic">II.	Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>
        <emphasis role="italic">III.	Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>
        <emphasis role="italic">IV.	Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>
        <emphasis role="italic">V.	Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>
        <emphasis role="italic">VI.	Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>
        <emphasis role="italic">VII.	Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>
        <emphasis role="italic">VIII.	Diefstal</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">IX.	- diefstal</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">		- poging tot diefstal</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft om aanhouding verzocht om nader onderzoek te doen naar mogelijke mensenrechtenschending. Bij de opgeëiste persoon is ernstige psychische problematiek vastgesteld. Een indicatie voor het bestaan van deze problematiek vloeit voort uit de beschrijving van de feiten en de omstandigheden waaronder deze strafbare feiten volgens de Poolse autoriteiten door de opgeëiste persoon gepleegd zouden zijn. Ook de ervaringen van de opgeëiste persoon tijdens eerdere detentie in Polen spelen een rol. De opgeëiste persoon zat eerder een jarenlange gevangenisstraf uit in de gevangenis van Przytvtystare. Zijn vader was ook gedetineerd in deze gevangenis. Zijn vader bevond zich in een kwetsbare positie, onder andere vanwege zijn ernstige gezondheidsklachten. Hij is in conflict geraakt met de autoriteiten en gevangenisdirectie omdat hem stelselmatig de nodige medische hulp werd geweigerd. De vader van de opgeëiste persoon is in detentie om het leven gekomen. De familie heeft geprobeerd de doodsoorzaak te laten vaststellen en de autoriteiten hun verantwoordelijkheid te laten nemen. Hierdoor heeft de opgeëiste persoon het zeer zwaar gehad in detentie. De opgeëiste persoon vreest dat hij bij overlevering in dezelfde gevangenis zal worden geplaatst en dat het gevangenispersoneel, de directie en de medegedetineerden het op hem voorzien zullen hebben, omdat ze hem verantwoordelijk houden voor het gedrag van zijn vader en voor problemen naar aanleiding van zijn overlijden. </para>
      <para>Volgens de raadsman moet eerst worden onderzocht of de opgeëiste persoon passende behandeling en medische verzorging in de Poolse gevangenis kan krijgen. Dit onderzoek moet door het openbaar ministerie worden uitgevoerd en niet door de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich verzet tegen aanhouding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de toetsing van het verweer van de raadsman hanteert de rechtbank het kader, zoals dat is gegeven door in de uitspraak Aranyosi en Căldăraru.<footnote-ref linkend="_e1b9a237-04ba-4db9-b795-35d13ea72805" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat zij niet beschikt over objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens over de detentieomstandigheden, waaruit volgt dat sprake is van een algemeen risico op gevaar voor een onmenselijke of vernederende behandeling voor gedetineerden in Poolse detentie, ook niet wanneer deze gedetineerden psychische problemen zouden hebben. Stukken met dergelijke gegevens zijn niet overgelegd en de rechtbank is hier ook ambtshalve niet mee bekend. Dat betekent dat geen algemeen gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling van gedetineerden in Polen kan worden vastgesteld, waardoor de rechtbank ook niet toekomt aan de vraag of een dergelijk gevaar concreet voor de opgeëiste persoon geldt. De psychische en medische gesteldheid van de opgeëiste persoon kunnen daarom niet leiden tot de conclusie dat geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB. Deze omstandigheden kunnen mogelijk wel op grond van artikel 35 OLW een rol spelen bij de afweging of feitelijke overlevering (tijdelijk) achterwege zou moeten blijven. De rechtbank verwerpt het verweer en ziet geen aanleiding om de zaak aan te houden, zoals de raadsman heeft verzocht.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_26c4b2b1-821f-45dd-9fcf-ec427ce20f9f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_edb7806d-a1cb-47ca-a179-7d0c852227b0" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Artikel 36 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat er nog een strafzaak in Nederland loopt, wat volgens hem tot weigering op grond van artikel 36 OLW kan leiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat een nog lopende strafzaak geen omstandigheid vormt die aan de beoordeling van het overleveringsverzoek in de weg staat. Ingevolge artikel 36, eerste lid, OLW kan de Nederlandse strafzaak aanleiding vormen om, indien de overlevering wordt toegestaan, de feitelijke overlevering uit te stellen. Een dergelijke strafzaak levert echter geen weigeringsgrond op. De rechtbank verwerpt het verweer.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 45, 266, 285, 300, 310 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Regional Court of Suwałki</emphasis> (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. M.C.M. Hamer,  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. B. Yeşilgöz en L. Sanders,                         				   	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek,		                         	griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 14 juni 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_51274f5d-5648-415e-9434-a23e56f48b7c" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_96ef9d76-7ad2-4441-a4d3-584f9a9c0b82" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0fc5df8d-8455-49a4-a838-f339a8b4ee80" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e1b9a237-04ba-4db9-b795-35d13ea72805" label="4">
    <para>C-404/15 en C-659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:198</para>
  </footnote>
  <footnote id="_26c4b2b1-821f-45dd-9fcf-ec427ce20f9f" label="5">
    <para> Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, r.o. 4.4. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_edb7806d-a1cb-47ca-a179-7d0c852227b0" label="6">
    <para> Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (<emphasis role="italic">Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat))</emphasis>. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>