<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:3481</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-02T14:09:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/060158-22</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_internationaalStrafrecht">Strafrecht; Internationaal strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:3481">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:3481</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-02T11:25:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:3481 Rechtbank Amsterdam , 17-05-2023 / 13/060158-22</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:3481:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Pools vervolging-EAB. Detentieomstandigheden. Poolse rechtsstaat. Overlevering toegestaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:3481:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/060158-22</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 17 mei 2023</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 16 maart 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<footnote-ref linkend="_86ce56f5-8429-4ad6-b61c-607348f93dfe" /></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 20 december 2021 door <emphasis role="italic">the Circuit Court in Opole, </emphasis>Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995, </para>
      <para>verblijfadres: [verblijfadres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 mei 2023, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. D.M.P. van Eijsden, advocaat in Den Haag en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_b3d5003d-a600-4d01-8f88-17450a0d01b0" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt een <emphasis role="italic">Court Ruling of the Circuit court in Opole </emphasis>(Polen) van 2 april 2020 (referentienummer: VII Kz 170/20).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_10208fc2-6c33-432e-bfb8-f875bf1bc61e" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid: feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder de nummers 1, 5 en 23, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">deelneming aan een criminele organisatie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten; vervalsing van betaalmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 11 OLW: Poolse rechtsstaat  <?linebreak?></title>
    <bridgehead role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft aan de hand van haar pleitnota verzocht om de zaak aan te houden en nadere vragen te stellen te stellen aan de Poolse autoriteiten, zodat kan worden gegarandeerd dat de grondrechten van de opgeëiste persoon niet worden geschonden. De rechter die het EAB heeft uitgevaardigd, M. Marciniak, is benoemd door de Poolse Raad voor de Rechtspraak (KRS). Het is van belang om te weten in hoeverre deze rechter betrokken zal zijn bij het verdere verloop van de strafzaak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er in het geval van de opgeëiste persoon niet aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van een individueel gevaar van schending van zijn grondrechten. Daarnaast is de rechter die het EAB heeft uitgevaardigd een andere rechter dan de rechter die het nationale aanhoudingsbevel heeft uitgevaardigd. Er zijn in deze zaak geen aanwijzingen dat de structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde een concrete invloed hebben gehad of zullen hebben op de behandeling van de strafzaak van de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_3298b218-b867-4ce9-b1aa-b94807fc0b87" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat – noch die doen vermoeden dat – die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.<footnote-ref linkend="_716df00e-ce52-41cc-95da-cb84af8dbbaa" /> De rechter die het EAB heeft uitgevaardigd is immers een andere rechter dan de rechter die de strafzaak gaat behandelen, nog daargelaten dat de betrokkenheid van de KRS bij de benoeming van een rechter op zichzelf niet volstaat ter rechtvaardiging van een weigering van de overlevering.<footnote-ref linkend="_c8ca8023-3b20-4bec-beb6-a451dacd8c20" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de zaak aan te houden om nadere vragen te stellen aan de Poolse autoriteiten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW: Detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft aan de hand van haar pleitnota verzocht om de zaak aan te houden en nadere vragen te stellen te stellen aan de Poolse autoriteiten, zodat kan worden gegarandeerd dat de opgeëiste persoon niet in de gevangenis van Barczewo zal worden gedetineerd. De raadsvrouw heeft ter onderbouwing van haar verzoek verwezen naar een (nieuwsbericht naar aanleiding van het) rapport van de Nationale Ombudsman van Polen van 17 januari 2023, waaruit blijkt dat onder meer sprake is van martelingen in de gevangenis in Barczewo. Er bestaat voor de opgeëiste persoon een reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling indien hij na overlevering de kans loopt dat hij wordt gedetineerd in de gevangenis in Barczewo. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat in Polen geen sprake is van een algemeen reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in detentie, zodat de overlevering kan worden toegestaan. Gelet op hetgeen het Hof van Justitie van de Europese Unie in de zaak ML heeft geoordeeld, is de uitvoerende rechterlijke autoriteit verplicht uitsluitend de detentieomstandigheden te onderzoeken in penitentiaire inrichtingen waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, mede op tijdelijke of voorlopige basis.<footnote-ref linkend="_a0667481-3fb0-4aa8-9893-af8670a660ff" /> Het is in deze zaak niet waarschijnlijk dat de opgeëiste persoon in de detentie-instelling in Barczewo wordt geplaatst, gelet op de grote geografische afstand tussen Opole en Barczewo. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat ook dit verweer niet slaagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank hanteert bij de toetsing van het verweer ten aanzien van de detentieomstandigheden het kader, zoals dat is gegeven door het Hof van Justitie van de Europese Unie in het arrest van 5 april 2016.<footnote-ref linkend="_67559917-b1c1-4160-a76f-ec666f031588" /> De rechtbank heeft eerder naar aanleiding van overleveringsverzoeken uit Polen de detentieomstandigheden daar beoordeeld, waarbij, onder meer in haar uitspraak van 22 oktober 2018<footnote-ref linkend="_772be5a2-d275-455f-98dd-b37a1bd54dc0" /> is vastgesteld dat uit de beschikbare gegevens over de algemene detentieomstandigheden in Polen niet blijkt van een reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In eerdere uitspraken heeft de rechtbank geoordeeld dat de omstandigheden die worden omschreven in het nieuwsbericht – dat ziet op het rapport van de Poolse ombudsman van 17 januari 2023  - schokkend zijn, maar dat dit onvoldoende is om een algemeen reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling voor gedetineerden in Poolse gevangenissen, inclusief die in Barczewo, aan te nemen.<footnote-ref linkend="_ba7ba540-075d-4015-8e60-0e53860db75e" /> Daarbij komt dat het gezien de ligging van de gevangenis in Barczewo niet waarschijnlijk is dat de opgeëiste persoon daar zal worden gedetineerd. Het EAB is namelijk uitgevaardigd door de rechtbank in Opole, dat op ruime afstand van deze gevangenis aan de andere kant van Polen ligt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is daarom van oordeel dat de detentieomstandigheden geen beletsel vormen voor het toestaan van de overlevering. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de zaak aan te houden om nadere vragen te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Circuit Court in Opole </emphasis>(Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M.M.L.A.T. Doll,  				                         	   	 voorzitter,</para>
      <para>mrs. B. Yeşilgöz en L. Sanders,	                         				    rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. V.D. Reinders,		                         		     griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 17 mei 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_86ce56f5-8429-4ad6-b61c-607348f93dfe" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b3d5003d-a600-4d01-8f88-17450a0d01b0" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_10208fc2-6c33-432e-bfb8-f875bf1bc61e" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3298b218-b867-4ce9-b1aa-b94807fc0b87" label="4">
    <para> Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, r.o. 4.4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_716df00e-ce52-41cc-95da-cb84af8dbbaa" label="5">
    <para> Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat)).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c8ca8023-3b20-4bec-beb6-a451dacd8c20" label="6">
    <para> HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat)), punt 76.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a0667481-3fb0-4aa8-9893-af8670a660ff" label="7">
    <para> HvJEU 25 juli 2018, C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589 (ML).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_67559917-b1c1-4160-a76f-ec666f031588" label="8">
    <para> ECLI:EU:C:2016:198 (Aranyosi en Căldăraru).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_772be5a2-d275-455f-98dd-b37a1bd54dc0" label="9">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2018:7507.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ba7ba540-075d-4015-8e60-0e53860db75e" label="10">
    <para>ECLI:NL:RBAMS:2023:1189, ECLI:NL:RBAMS:2023:2953 en ECLI:NL:RBAMS:2023:1851.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>