<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:2791</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-15T11:29:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-05-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/057923-23</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:2791">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:2791</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-11T10:12:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:2791 Rechtbank Amsterdam , 02-05-2023 / 13/057923-23</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:2791:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bulgaars EX-EAB. Tussenuitspraak. Aan de uitvaardigende justitiële autoriteit moeten aanvullende vragen gesteld worden om na te gaan of de uitvaardiging van het EAB gehandhaafd blijft (gelet op de mogelijk verstreken verjaringstermijn).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:2791:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/057923-23</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 2 mei 2023 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    TUSSENUITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering van 1 maart 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (hierna: EAB).<footnote-ref linkend="_3dc73727-9b21-4ded-8af7-5e56bf7889eb" /> Dit EAB is uitgevaardigd op 1 juli 2016 door het <emphasis role="italic">Arrondissementsparket Targovishte </emphasis>(Bulgarije) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>geboren in [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortedag] 1981,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna ‘de opgeëiste persoon’.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 april 2023, in aanwezigheid van mr. C.L.E. McGivern, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Zijn raadsman, mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat in Utrecht, is wel verschenen, maar gaf aan niet gemachtigd te zijn om namens de opgeëiste persoon de verdediging te voeren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.<footnote-ref linkend="_20769842-51f8-4737-aa79-de4fda970706" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Bulgaarse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het EAB vermeldt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>een beschikking van de arrondissementsrechtbank in Targovishte met nummer 167/31.12.2014 in de strafzaak van algemeen karakter met nummer 1240/2014, in werking getreden op 31 december 2014;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een beschikking van de provincierechtbank in Targovishte met nummer 211/15.12.2015 in de particuliere strafzaak met nummer 205/2015, in werking getreden op <?linebreak?>22 december 2015, waarbij de bij de onder 1 genoemde beschikking opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf ten uitvoer is gelegd.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zeven maanden en elf dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde beschikkingen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikkingen betreffen het feit zoals dat is omschreven in het EAB.<footnote-ref linkend="_9f22f91b-0dbe-4678-afa1-9694ca9dd463" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de in rechtsoverweging 3 onder 1 genoemde beschikking stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid.<footnote-ref linkend="_84a03a3e-5441-4f37-ad5b-9269a18cb063" /> Ten aanzien van die beslissing doet de weigeringsgrond van artikel 12 OLW zich dan ook niet voor.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor wat betreft de in rechtsoverweging 3 onder 2 genoemde beschikking stelt de rechtbank vast dat de aanleiding voor de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf eruit bestond dat de opgeëiste persoon zich niet aan de aan hem opgelegde bijzondere voorwaarden heeft gehouden.<footnote-ref linkend="_2f8c2757-f2c9-44c3-a3fd-9bcedd6e7b44" /> Bij de beslissing tot tenuitvoerlegging is de aard noch de maat van de aanvankelijke straf gewijzigd. Deze beschikking valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit levert naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit een uitspraak van 27 oktober 2022<footnote-ref linkend="_538a5d26-4480-4ea9-adc3-7faf099f5d20" /> blijkt dat in het Bulgaarse detentiewezen nog altijd een algemeen gevaar bestaat op een onmenselijke of vernederende behandeling als bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 10 april 2023 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende verstrekt die ten aanzien van de opgeëiste persoon zal gelden tijdens zijn detentie in Bulgarije:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“(…) The convicted [opgeëiste persoon] from [geboorteplaats] with EGN (Uniform Civil Number) [nummer] should serve the term of the penalty of imprisonment imposed on him in Pleven Prison, where he must be taken immediately after his surrender in the country.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…) In accordance with the available residential floor area /except for the sanitary premises/, the capacity of Pleven Prison and the belonging to it closed type prison community "Vit" and open type prison community "Pleven", and in conformity with the requirement of minimum 4 sq.m. of ,,personal space" for every imprisoned person, is designed to accommodate 365 people.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…) There is a sanitary recess in each bed room including permanently running water, and on every floor there is a separate common sanitary premise comprising a </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">bathroom and toilet rooms. The heating is provided by own steam boiler, which allows the temperature in the common premises and bed rooms to be maintained between 20 - 24 degrees during the winter months. The same system provides a continuous supply of warm water.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">There is also a medical centre with an in-patient section and isolation premises, as well as a dental room. Medical service is free-of-charge and is provided by two physicians, visiting the prison in accordance with a pre-set schedule.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(…)”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in de hierboven weergegeven garantie.<footnote-ref linkend="_da594252-cd46-4a60-98c8-4f328f9431b1" /> De rechtbank is daarom van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling met de door de uitvaardigende justitiële autoriteit gegeven garantie voor de opgeëiste persoon is weggenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande staat artikel 11 OLW niet in de weg aan het toestaan van de overlevering van de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Verjaring naar Bulgaars recht</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt het volgende vast. In onderdeel f) van de Nederlandse vertaling van het EAB staat vermeld dat de absolute verjaringstermijn van het recht tot tenuitvoerlegging van de opgelegde straf afloopt op 22 juni 2023. Onderdeel f) van het originele, Bulgaarse EAB vermeldt 22 juni 2022. Ook in het “A-formulier” staat 22 juni 2022.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de omstandigheid dat het feit naar Bulgaars recht mogelijk verjaard is, geen weigeringsgrond oplevert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt als volgt. Verjaring naar het recht van de uitvaardigende lidstaat is op zichzelf geen weigeringsgrond. Het toesturen van het EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit impliceert dat deze autoriteit bij haar beoordeling of de overlevering nog steeds gewenst is, ook de verjaring naar het recht van haar lidstaat heeft beoordeeld.<footnote-ref linkend="_ed3cdc89-d14d-48da-b980-eabb4f31433c" /> Niettemin moet overlevering achterwege blijven, als na de uitvaardiging van het EAB de aan dat EAB ten grondslag liggende nationale rechterlijke beslissing niet meer voor tenuitvoerlegging vatbaar is vanwege verjaring.<footnote-ref linkend="_5c4d6a3d-a0c7-4d8e-839f-a567f440ceaa" /> In een dergelijk geval voldoet het EAB immers niet aan de in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder c, OLW bedoelde eis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de beslistermijn nog niet is verstreken, heropent de rechtbank het onderzoek om bij de uitvaardigende justitiële autoriteit na te gaan of nog steeds sprake is van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis en of de uitvaardiging van het EAB gehandhaafd blijft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan de uitvaardigende justitiële autoriteit dienen de volgende vragen gesteld te worden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">In onderdeel f) van het originele, Bulgaarse EAB alsook in het (in de Engelse taal opgestelde) “A-formulier” staat vermeld dat de absolute verjaringstermijn voor de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf is verstreken op 22 juni 2022. Is dit inderdaad het geval of is de verjaring – na uitvaardiging van het EAB en vóór 22 juni 2022 – conform Bulgaars recht gestuit?</emphasis></para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">Indien de verjaringstermijn is gestuit, wat is dan de juiste datum waarop de termijn voor de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf verstrijkt?</emphasis></para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">Indien de verjaringstermijn voor de tenuitvoerlegging van de opgelegde straf niet is gestuit en die termijn inmiddels is verstreken, is er dan nog sprake van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis? </emphasis></para>
    <para />
    <para>- <emphasis role="italic">In het verlengde daarvan wil de rechtbank Amsterdam weten of de uitvaardiging van het EAB gehandhaafd blijft.</emphasis></para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de in rechtsoverweging 7 geformuleerde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit heropent de rechtbank het onderzoek, om dit vervolgens te schorsen tot een nader te bepalen zittingsdatum en -tijd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 8 en 176 Wegenverkeerswet 1994 en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT</emphasis> en <emphasis role="bold">SCHORST</emphasis> het onderzoek tot een nader te bepalen zittingsdatum en -tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de in rechtsoverweging 7 geformuleerde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HOUDT AAN</emphasis> de beslissing over de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan het <emphasis role="italic">Arrondissementsparket Targovishte </emphasis>(Bulgarije) voor het feit zoals is omschreven in onderdeel e) van het EAB.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEPAALT</emphasis> dat de vordering opnieuw op zitting moet worden gepland, enige tijd vóór het aflopen van de beslistermijn op 27 mei 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van een tolk in de Bulgaarse taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip.</para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door</para>
      <para>mr. E.G.M.M. van Gessel,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.C.M. Hamer en L. Sanders,               				   	               rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie,		                         		    griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 2 mei 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_3dc73727-9b21-4ded-8af7-5e56bf7889eb" label="1">
    <para> Zie artikel 23 Overleveringswet.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_20769842-51f8-4737-aa79-de4fda970706" label="2">
    <para> Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9f22f91b-0dbe-4678-afa1-9694ca9dd463" label="3">
    <para> Zie onderdeel e) van het EAB.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_84a03a3e-5441-4f37-ad5b-9269a18cb063" label="4">
    <para> Dit volgt uit onderdeel d) van het EAB en uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 10 april 2023.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2f8c2757-f2c9-44c3-a3fd-9bcedd6e7b44" label="5">
    <para> Dit volgt uit de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 10 april 2023.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_538a5d26-4480-4ea9-adc3-7faf099f5d20" label="6">
    <para>Rechtbank Amsterdam 27 oktober 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:6217.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_da594252-cd46-4a60-98c8-4f328f9431b1" label="7">
    <para> Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, ML, ECLI:EU:C:2018:589.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed3cdc89-d14d-48da-b980-eabb4f31433c" label="8">
    <para> Rechtbank Amsterdam 5 oktober 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:7307.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5c4d6a3d-a0c7-4d8e-839f-a567f440ceaa" label="9">
    <para> Vergelijk: rechtbank Amsterdam 9 februari 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:668.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>