<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:2765</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-10T14:35:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/337787-22 en 13/203423-22 (TUL)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:2765">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:2765</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-09T12:25:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:2765 Rechtbank Amsterdam , 06-04-2023 / 13/337787-22 en 13/203423-22 (TUL)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:2765:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Slaan met de platte kant van een mes en niet met de scherpe kant en ontbreken van medische informatie over het letsel leidt tot vrijspraak poging zware mishandeling. Mishandeling wel bewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:2765:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 13/337787-22 en 13/203423-22 (TUL)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 6 april 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteland] (staat geregistreerd als Land Onbekend),</para>
      <para>niet in geschreven in de Basisregistratie Personen,</para>
      <para>feitelijk verblijfsadres:</para>
      <para>
        [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 6 april 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. H. Hoekstra, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. Z. Nahar, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 28 december 2022 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. diefstal voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld tegen [slachtoffer] ;</para>
    <para>2. poging tot zware mishandeling (<emphasis role="italic">primair</emphasis>) althans mishandeling (<emphasis role="italic">subsidiair</emphasis>) van [slachtoffer] .</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tekst van de volledige tenlastelegging is opgenomen in de <emphasis role="bold">bijlage</emphasis> die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1. Feit 2 primair kan wel worden bewezen. Op de camerabeelden die op de zitting zijn bekeken is te zien dat verdachte vanaf het begin van het incident een mes bij zich had. Dit bleek een mes van 33 centimeter te zijn. Op de camerabeelden is ook te zien dat verdachte dat mes heeft gebruikt om [slachtoffer] te lijf te gaan en dat verdachte met dat mes naar de nek en het oor van [slachtoffer] is gegaan. Dit handelen van verdachte had zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer] kunnen opleveren. Op de camerabeelden is niet te zien dat verdachte met het mes richting de buik van [slachtoffer] is gegaan. Verdachte moet dan ook van het derde gedachtestreepje onder 2 primair worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft bepleit dat verdachte van feit 1 en feit 2 primair moet worden vrijgesproken. De verdediging heeft geen bewijsverweer gevoerd ten aanzien van feit 2 subsidiair.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vrijspraak feit 1: diefstal met geweld</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank oordeelt met de officier van justitie en de verdediging dat verdachte moet worden vrijgesproken van de diefstal met geweld. Dat verdachte goederen van [slachtoffer] heeft weggenomen kan uit de bewijsmiddelen niet worden afgeleid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vrijspraak feit 2 primair: poging tot zware mishandeling</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank oordeelt met de verdediging dat verdachte moet worden vrijgesproken van de poging tot zware mishandeling. Op de camerabeelden die op de zitting zijn bekeken is te zien dat verdachte [slachtoffer] heeft geslagen met zijn vuist waarin hij het mes vasthield en met de platte kant van het mes, niet met de scherpe kant van het mes. De uiterlijke verschijningsvorm van het handelen van verdachte duidt naar het oordeel van de rechtbank niet op opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, bijvoorbeeld het toebrengen van steekwonden. Voor het aannemen van voorwaardelijk opzet bij verdachte bevat het dossier onvoldoende informatie. Weliswaar zijn er foto’s van de verwondingen van [slachtoffer] (snee in het oor, striemen in de nek en krassen in de hals), maar medische stukken ontbreken. Daarom kan niet worden vastgesteld dat er daadwerkelijk een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel bestond.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bewezenverklaring feit 2 subsidiair: mishandeling – partiële vrijspraak mes richting de buik bewegen en schoppen tegen de voeten</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank oordeelt met de verdediging dat de mishandeling bewezen kan worden verklaard op grond van de bewijsmiddelen in het dossier, de camerabeelden die op de zitting zijn bekeken en de bekennende verklaring van verdachte op de zitting. Omdat op de camerabeelden niet is te zien dat verdachte het mes richting de buik van [slachtoffer] heeft bewogen en dat verdachte tegen de voeten van [slachtoffer] heeft geschopt, oordeelt de rechtbank dat verdachte van het derde en vierde gedachtestreepje moet worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart bewezen dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2 <emphasis role="italic">subsidiair</emphasis>. </para>
    <para>op 28 december 2022 te Amsterdam [slachtoffer] heeft mishandeld door</para>
    <para>- die [slachtoffer] meerdere malen bij de keel en kraag vast te pakken en vast te houden en</para>
    <para>- die [slachtoffer] in een bepaalde richting mee te trekken en</para>
    <para>- die [slachtoffer] meerdere malen tegen de muur/gevel te duwen en te gooien en</para>
    <para>- die [slachtoffer] meerdere malen met de hand en met een vleesmes te slaan tegen het hoofd en de nek.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is een zogenoemd verkort vonnis. De rechtbank zal de bewijsmiddelen waarop de bewezenverklaring is gebaseerd, uitwerken als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen bevonden feit wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft verzocht om een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen straf is in overeenstemming met de ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd en de persoon van verdachte, zoals daarvan op de zitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ernst van het feit</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een mishandeling en heeft hierbij het slachtoffer onder andere met de platte kant van een mes geslagen tegen zijn hoofd en nek. Het slachtoffer heeft hierdoor een snee in zijn oor en krassen in zijn hals opgelopen. Verdachte heeft door zo te handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Omdat de mishandeling midden op straat en te midden van veel omstanders heeft plaatsgevonden, heeft verdachte bovendien gevoelens van angst en onveiligheid gecreëerd en vergroot.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank ziet geen bijzondere persoonlijke omstandigheden om in strafverminderende zin rekening mee te houden. De rechtbank ziet geen reden om een voorwaardelijk strafdeel aan verdachte op te leggen, omdat verdachte de mishandeling heeft gepleegd terwijl hij in een proeftijd liep van een eerdere voorwaardelijke veroordeling.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Straf</emphasis>
        </para>
        <para>Gelet op de ernst van het feit en het strafblad van verdachte vindt de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. De rechtbank heeft bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf gekeken naar de oriëntatiepunten die de rechtbanken hebben vastgesteld. Het oriëntatiepunt voor een mishandeling met slag- of stootwapen, waarbij lichamelijk letsel is opgetreden bedraagt 120 uur taakstraf. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 40 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heft het bevel tot voorlopige hechtenis op.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verdachte is een mes (6280904) in beslag genomen. Met de officier van justitie en de verdediging oordeelt de rechtbank dat het mes moet worden onttrokken aan het verkeer. Het bewezenverklaarde feit is met behulp van het mes begaan en het ongecontroleerde bezit hiervan is in strijd met de wet of het algemeen belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de stukken bevindt zich de op 22 maart 2023 bij de griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak met parketnummer 13/203423-22, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van 1 december 2022 van de politierechter in de rechtbank Amsterdam. Verdachte is bij dit vonnis veroordeeld tot een geldboete van € 250,-, met bevel dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van twee jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling wordt toegewezen. De verdediging heeft hierover geen standpunt ingenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gebleken is – gelet op de verdere inhoud van dit vonnis – dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke geldboete van € 250,- te gelasten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>11</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36b, 36c en 300 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>12</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het in onder 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Feit 2 subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">mishandeling.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf van 40 (veertig) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering zal worden gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart onttrokken aan het verkeer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- 1 STK Mes (6280904).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis. Deze beslissing is ook apart opgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. C.W. Bianchi, 									    voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.W.H.G. Loyson en G.H. Marcus, 						       rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M. van der Post, 					         griffier,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 april 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>