<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:2667</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-30T16:40:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-04-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/5942</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:2667">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:2667</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-30T16:39:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-06-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:2667 Rechtbank Amsterdam , 06-04-2023 / 22/5942</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:2667:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De hoorplicht is geschonden, maar de naheffingsaanslag parkeerbelasting is terecht opgelegd. Het aanschaffen van een verkeerde dagkaart komt voor rekening en risico van eiser</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:2667:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: AMS 22/5942</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van </title>
    <bridgehead role="bold">6 april 2023 in de zaak tussen</bridgehead>
  </section>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [eiser] , uit Amsterdam, eiser</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam </title>
    <para>(gemachtigde: A. Husseini).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Zitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 19 november 2022 op 6 april 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt de uitspraak op bezwaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de rechtsgevolgen van de uitspraak op bezwaar in stand blijven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeelt de heffingsambtenaar in het door eiser betaalde griffierecht van € 50,-. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De heffingsambtenaar heeft aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Het bezwaar van eiser is ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>2. Eiser stond op [datum] om [tijdstip] uur geparkeerd met zijn auto op de [straat] in Amsterdam terwijl voor de auto geen of te weinig parkeerbelasting was betaald. </para>
    <para />
    <para>3. Eiser voert aan dat door zijn zoon voor eiser per ongeluk de verkeerde dagkaart is gekocht, er is dus niet de intentie geweest om geen parkeerbelasting te betalen. Eiser heeft daarom een beroep op coulance gedaan. Daarnaast heeft ten onrechte geen hoorzitting plaatsgevonden terwijl eiser daar wel om had verzocht. </para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat er geen hoorzitting heeft plaatsgevonden terwijl eiser hier wel om had verzocht en dit dus wel had gemoeten. Het beroep is reeds hierom gegrond en de uitspraak op bezwaar wordt vernietigd. </para>
    <para />
    <para>5. Ook is tussen partijen niet in geschil dat de zoon van eiser per abuis de verkeerde dagkaart heeft gekocht en daardoor slechts tot 19:00 uur in plaats van tot 21:00 uur parkeerbelasting heeft betaald, terwijl wel tot na 19:00 uur is geparkeerd. </para>
    <para />
    <para>6. Naar het oordeel van de rechtbank komt het aanschaffen van de verkeerde dagkaart voor rekening en risico van eiser. Het behoort namelijk tot de verantwoordelijkheid van de parkeerder om op de juiste manier aan de belastingplicht te voldoen. Naar het oordeel van de rechtbank is de tekst op de parkeerautomaat bovendien voldoende duidelijk. Op de verplichting van het betalen van parkeerbelasting kan alleen een uitzondering worden gemaakt in een overmachtsituatie, bijvoorbeeld als sprake is van een levensbedreigende situatie. Dat is in dit geval gesteld noch gebleken. </para>
    <para />
    <para>7. Dat er sprake was van een vergissing, maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Parkeerbelasting is namelijk een objectieve belasting waarbij geen rekening wordt gehouden met persoonlijke omstandigheden. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <para>8. Het beroep is gegrond, omdat de hoorplicht is geschonden. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, maar ziet aanleiding om de rechtsgevolgen daarvan in stand te laten. De naheffingsaanslag is namelijk wel terecht opgelegd; het bezwaar blijft ongegrond. </para>
    <para />
    <para>9. De heffingsambtenaar dient het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.E. Wijnker, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>mr. A. Vijn, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 april 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Informatie over hoger beroep</title>
    <para>Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. </para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>