<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:2656</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-08T13:56:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/256439-20</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:2656">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:2656</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-08T10:32:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:2656 Rechtbank Amsterdam , 21-03-2023 / 13/256439-20</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:2656:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak van (poging tot) afdreiging van meerdere aangevers. Aanwijzingen dat verdachte betrokken is geweest bij het tenlastegelegde, maar onvoldoende om te kunnen vaststellen dat verdachte de feiten, al dan niet met medeverdachte, heeft gepleegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:2656:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="64e51408-dd8d-4cd4-b455-0f987ae2dd21" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/256439-20 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 21 maart 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,</para>
      <para>wonende op het adres [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 maart 2023. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. H. Hoekstra, en van wat de gemachtigde raadsman van verdachte, mr. L. Palanciyan, naar voren heeft gebracht.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich, samen met een ander, in Nederland heeft schuldig gemaakt aan </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. afdreigen van [persoon 1] en/of [persoon 2] in de periode van 29 juni 2019 tot en met 7 juli 2019;</para>
    <para>2. poging tot afdreiging van [persoon 3] en/of [persoon 4] en/of [persoon 5] en/of [persoon 6] in de periode van 1 juli 2019 tot en met 15 juli 2019. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tekst van de volledige tenlastelegging is opgenomen in een <emphasis role="bold">bijlage</emphasis> die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Vrijspraak</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie vindt dat verdachte van het onder 1 en 2 ten laste gelegde moet worden vrijgesproken, omdat medeplegen niet kan worden bewezen. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met medeverdachte [medeverdachte] . </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman vindt dat verdachte moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. Niet kan worden bewezen dat verdachte de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer] is geweest of dat hij in de auto heeft gezeten die voor het restaurant van aangever [persoon 1] is gezien. Daarnaast kan medeplegen niet worden bewezen. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met medeverdachte [medeverdachte] . Indien de rechtbank van oordeel is dat er sprake is van enige betrokkenheid bij de strafbare feiten, dan kan dit enkel als medeplichtigheid worden gekwalificeerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De aangevers [persoon 1] , [persoon 2] , [persoon 3] , [persoon 4] , [persoon 5] en [persoon 6] zijn in de periode van 29 juni 2019 tot en met 14 juli 2019 via Bullchat (een datingsite voornamelijk gericht op seksdates) benaderd door een persoon. Er wordt vervolgens via Whatsapp contact gelegd en er vindt een kort (erotisch getint) gesprek plaats. Hierna worden de aangevers onder druk gezet. Er wordt gedreigd met het op internet en onder de directe omgeving verspreiden van een bericht dat de aangevers pedofiel zouden zijn. Hierbij zouden persoonlijke gegevens, (naakt)foto’s van de aangevers en/of chatberichten worden gedeeld. Om dit te voorkomen moesten de aangevers geld betalen. De aangevers krijgen meerdere berichten met een dreigende en/of dwingende inhoud en er wordt meerdere keren naar de aangevers gebeld. [persoon 1] en [persoon 2] hebben meerdere geldbedragen betaald. Daarmee is sprake van voltooide afdreiging. De overige aangevers niet. In die gevallen is sprake van een poging tot afdreiging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij vonnis van heden is medeverdachte [medeverdachte] veroordeeld voor het plegen van de tenlastegelegde feiten. De vraag waarvoor de rechtbank zich gesteld ziet, is of verdachte de dader of mededader van deze strafbare feiten is geweest. De rechtbank overweegt ter beantwoording van deze vraag het volgende. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het dossier bevat aanwijzingen dat verdachte betrokken is geweest bij bovengenoemde strafbare feiten. Het telefoonnummer [telefoonnummer] en de grijze Suzuki Swift met kenteken [kenteken] op naam van verdachte. De rechtbank vindt het aannemelijk dat verdachte de gebruiker is geweest van dit telefoonnummer en van deze auto. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat een aantal aangevers via dit telefoonnummer zijn benaderd en bedreigd. De auto van verdachte is gezien bij het restaurant van één van de aangevers en uit zendmastgegevens is naar voren gekomen dat de gebruiker van bovenstaand telefoonnummer naar het restaurant is gereisd. Het telefoonnummer en de auto kunnen daardoor in verband worden gebracht met bovengenoemde strafbare feiten en duiden er op dat verdachte bij het plegen daarvan betrokken is geweest. Deze aanwijzingen vindt de rechtbank echter onvoldoende om te kunnen vaststellen dat verdachte de feiten al dan niet tezamen en in vereniging met medeverdachte [medeverdachte] heeft gepleegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht het ten laste gelegde niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. G.M. van Dijk, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. M. Smit en M. van der Horst, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.E. Niemeijer, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 maart 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          […]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>