<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:2639</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-09T07:26:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">RK 22-025623</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:2639">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:2639</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-08T07:59:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:2639 Rechtbank Amsterdam , 08-03-2023 / RK 22-025623</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:2639:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beklag op grond van artikel 552a Sv deels gegrond en deels ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:2639:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK AMSTERDAM</title>
    <para>Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer	: 13-021950-23</para>
      <para>raadkamernummer	: 22-025623</para>
      <para>datum	: 8 maart 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beschikking van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [klager] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>woonplaats kiezend op het kantoor van zijn raadsman<?linebreak?>mr. R. Aolad-Si Mhammad, Banne Buikslootlaan 81, 1034 AB Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: klager, tevens beslagene.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para>Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv blijkt dat op 28 oktober 2022 onder klager een telefoon en een geldbedrag (€ 540,-) in beslag zijn genomen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>Het klaagschrift is op 11 november 2022 (akte opgemaakt 15 november 2022) ter griffie van deze rechtbank ontvangen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 8 maart 2023 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft klager, diens raadsman en de officier van justitie op zitting gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beklag</title>
    <para>Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een Apple IPhone (goednummer: 625496), en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een geldbedrag van € 540,- (goednummer: 6254798).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens klager is aangevoerd dat klager het geldbedrag dat bij hem is aangetroffen en in beslag is genomen, geld was dat hij op 27 oktober 2022 had gepind. Dit geld had hij op zijn rekening ontvangen in verband met geleden letselschade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klager heeft in raadkamer nog aangevoerd dat het geld dat hij bij zich had voor zijn moeder bestemd was. Hij was op het moment van aanhouding onderweg naar een feestje.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De teruggave van de inbeslaggenomen telefoon is achterhaald, omdat is toegezegd dat klager die terug krijgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van het Openbaar Ministerie</title>
    <para>De officier van justitie heeft in raadkamer verklaard dat ,nu het onderzoek naar de telefoon gereed is, de telefoon aan klager kan worden teruggegeven en het beklag voor dat onderdeel gegrond kan worden verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie verzet zich wel tegen teruggave van het inbeslaggenomen geldbedrag aan klager en heeft daartoe aangevoerd dat het belang van strafvordering zich daartegen verzet. Klager wordt verdacht van handel in drugs en het bij klager aangtroffen geldbedrag kan, ook gelet op de hoeveelheid, mogelijk worden aangemerkt als handelsgeld. De officier van justitie verwacht dat, gelet op de verdenking, de rechter, later oordelend, het geldbedrag verbeurd zal verklaren.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. Klager is daarom ontvankelijk in het beklag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als er geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer dat voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen, -ook in een zaak betreffende een ander dan klager-, wanneer dat voorwerp kan dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De telefoon</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft verklaard dat het strafvorderlijk belang zich niet langer verzet tegen opheffing van het beslag voor wat betreft de telefoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht voldoende aannemelijk geworden dat de telefoon aan klager toebehoort. Nu het strafvorderlijk belang zich niet langer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen telefoon, zal de rechtbank het beklag ten aanzien van de telefoon gegrond verklaren en teruggave aan klager gelasten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het geldbedrag</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de zich thans in het dossier bevindende stukken en het verhandelde in raadkamer is de rechtbank van oordeel dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het in beslag genomen geldbedrag verbeurd zal verklaren. Klager is immers met een hoeveelheid drugs en met een flink geldbedrag in verschillende coupures aangehouden. Dit geld kan mogelijk als handelsgeld worden aangemerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is dan ook van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van het beslag voor wat dit geldbedrag betreft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beklag dient daarom ongegrond te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank verklaart het beklag ten aanzien van <emphasis role="underline">de telefoon </emphasis><emphasis role="bold">gegrond</emphasis> en gelast de teruggave aan klager van de Apple IPhone (goednummer: 625496).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De rechtbank verklaart het beklag ten aanzien van het geldbedrag ongegrond. </title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door</para>
      <para>mr. J.W.H.G. Loyson, rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van A. Gordon, griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na dagtekening van deze beslissing. </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>