<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:2577</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-08T13:18:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">RK 22-020739</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:2577">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:2577</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-04T14:55:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:2577 Rechtbank Amsterdam , 25-01-2023 / RK 22-020739</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:2577:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beklag op grond van artikel 552a Sv gegrond. Teruggave gelast van een geldbedrag en een auto.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:2577:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK AMSTERDAM</title>
    <para>Strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer	: 13-193524-22</para>
      <para>raadkamernummer	: 22-020739</para>
      <para>datum	: 25 januari 2023</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [klager],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 1969 te [geboorteplaats],</para>
      <para>woonplaats kiezend op het kantoor van <?linebreak?>mr. S.Ph.Chr. Wester, [adres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: klager, tevens beslagene.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Feiten</title>
    <para>Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 23 juli 2022 onder klager een geldbedrag en een auto in beslag zijn genomen.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Procedure</title>
    <para>Het klaagschrift, gedateerd 14 september 2022, is op 16 september 2022 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 25 januari 2023 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft klager, diens raadsman en de officier van justitie op zitting gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beklag</title>
    <para>Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een geldbedrag van € 445,90 (goednummer: 1391697), en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een voertuig, BMW 320d, kenteken [kenteken] (goednummer: 1391511).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Namens klager is aangevoerd dat er twee strafzaken zijn tegen klager. De zaak van vandaag ziet op twee feiten (het aanwezig hebben van een hoeveelheid henneptoppen en het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid hennepstekken). De andere zaak ziet op een vermeende hennepkwekerij. Het beslag in de zaak van vandaag betreft klassiek beslag en dat kan de waarheid in de andere zaak niet dienen. De raadsman acht het hoogst onwaarschijnlijk dat een rechter, later oordelend, een ontneming voor deze feiten zal opleggen. De redelijkheid en billijkheid dienen dan ook tot teruggave van het voertuig en het geldbedrag goederen te leiden.</para>
      <para>Klager werkt in de bloemenhandel en hij heeft zijn auto daarvoor nodig. Hij doet veel rouwwerk en mist zijn auto. Op het moment maakt hij gebruik van een leenauto. Nu hij zijn werk niet goed kan verrichten, mist hij ook een groot deel van zijn omzet. Daarbij komt ook dat zijn vrouw de laatste jaren heel ziek is geweest. Alles bij elkaar maakt dat hij met moeite zijn hoofd boven water kan houden en de mogelijkheid bestaat dat hij failliet zal gaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van het Openbaar Ministerie</title>
    <parablock>
      <para>De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen aan klager. Het belang van strafvordering verzet zich daartegen. De concept tenlastelegging bevat twee feiten, feit 1: het aanwezig hebben van henneptoppen, bladeren en gruis en feit 2: het vervoeren van 98 hennepstekken. De andere strafzaak tegen klager heeft te maken met een hennepkwekerij en in die zaak is sprake van een ontneming van een fors bedrag. </para>
      <para>Er is in de onderhavige zaak geen conservatoir beslag gelegd, maar het valt niet geheel uit te sluiten dat er later een geldboete zal worden opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para>De rechtbank is bevoegd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen de twee jaren na inbeslagneming. Klager is daarom ontvankelijk in het beklag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als er geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer een voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen, -ook in een zaak betreffende een ander dan klager-, wanneer een voorwerp kan dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft erop gewezen dat er nog een andere zaak tegen klager loopt waar een ontnemingsvordering is genoemd van een fors bedrag. De rechtbank heeft geen informatie over die zaak en hoewel er eerder is gesproken over een mogelijk conservatoir beslag in de onderhavige zaak, heeft de rechtbank daarvan geen stukken gezien. In de onderhavige zaak zit een beslaglijst waar alleen het inbeslaggenomen geldbedrag op is vermeld. Onduidelijk is of het voertuig van klager er nog is en ook de waarde van dat voertuig is niet bekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht voldoende aannemelijk geworden dat het inbeslaggenomen geldbedrag en het voertuigt aan klager toebehoren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, het inbeslaggenomen geldbedrag en het voertuig het inbeslaggenomen verbeurd zal verklaren en zal daarom het beklag gegrond verklaren en teruggave aan klager gelasten. Daarbij speelt ook de lange termijn van inbeslagname en de onduidelijkheid over een zittingsdatum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave aan klager van</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een geldbedrag van 445,90 (goednummer: 1391697), en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een voertuig, BMW 320d, kenteken [kenteken] (goednummer: 1391511).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door</para>
      <para>mr. M.A.E Somsen,	rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van A. Gordon,	griffier,</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na dagtekening van deze beslissing.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>