<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:255</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-16T14:26:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-01-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-01-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-074541-20 - 2022</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:255">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:255</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-02-16T08:59:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-02-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:255 Rechtbank Amsterdam , 10-01-2023 / 13-074541-20 - 2022</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:255:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>TBS met voorwaarden verlengd met 2 jaar</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:255:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <inlinemediaobject>
      <imageobject>
        <imagedata align="center" scale="100" fileref="104034e9-b71b-4230-b08e-6e2458fbc07a" depth="16" width="554" format="image/png" />
      </imageobject>
    </inlinemediaobject>beslissing</para>
  <section>
    <title>RECHTBANK AMSTERDAM</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-074541-20 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 29 november 2022 in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [Terbeschikkinggestelde]
    </title>
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,</para>
      <para>thans verblijvende in de [verblijfplaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>die bij vonnis van deze rechtbank van 13 januari 2021 ter beschikking gesteld werd onder de voorwaarden zoals geformuleerd in het vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De inhoud van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met twee jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>De procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het op 1 november 2022 op grond van artikel 6:6:12, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering door GGZ [instantie] uitgebrachte advies, strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaar;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de voortgangsverslagen toezicht van voornoemde reclasseringsinstelling van 25 januari 2022 en 8 augustus 2022; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het op 18 oktober 2022 op grond van artikel 6:6:12, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies van de psychiater R.A. Graaff, strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaar.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 10 januari 2023 de officier van justitie mr. R. Zetsma, de terbeschikkinggestelde en diens raadsman mr. P. Jeeninga, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundige [deskundige] , verbonden aan [reclassering 1] , op de openbare terechtzitting gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het rapport van psychiater R.A. Graaff van 18 oktober 2022 wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kernproblematiek</emphasis>
      </para>
      <para>Betrokkene is een 36-jarige man met een schizo-affectieve stoornis, met zowel psychotische als affectieve symptomen, en een stoornis in het gebruik van verschillende middelen, in remissie in een beveiligde omgeving.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Behandelverloop en risicotaxatie</emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een goed verlopend behandeltraject met een adequaat risico-management. Betrokkene heeft een positieve inzet tijdens de behandeling. Hij volgt verschillende behandelmodules en hij houdt zich aan de afspraken. Zijn problematiek, de psychotische stoornis, wordt op een succesvolle wijze behandeld. Betrokkene is goed ingesteld op medicatie. Er is sprake van een beperkt ziektebesef- en inzicht, waardoor het perspectief op langdurige behandeltrouw nog beperkt is. Betrokkene heeft baat heeft bij de hem geboden strikte structuur. Het recidiverisico wordt in een veilige en gestructureerde leefomgeving als laag ingeschat. In een situatie waarin betrokkene opnieuw psychotisch zou ontregelen ontstaat een hoger recidiverisico. Een terugval in psychose kan worden bevorderd door factoren als stoppen met de medicatie, een gebrekkige structuur of een terugval in middelengebruik </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Koers en advies</emphasis>
      </para>
      <para>Door de geringe aandacht voor de delictdynamiek is er nog weinig zicht op de draagkracht en blijvende kwetsbaarheden van betrokkene, die in een minder gestructureerde omgeving waar meer van zijn zelfstandigheid wordt gevraagd, sterker naar voren kunnen komen. Na de bereikte stabilisatie is een vervolgbehandeling passend gericht op het toe laten nemen van zelfstandigheid. De resocialiserende activiteiten, gericht op invulling en ontwikkeling van zelfstandigheid, relaties en dagbesteding, zullen bij de [reclassering 1] plaats kunnen vinden. Na een geleidelijke ontwikkeling in zelfstandigheid en sociaal-maatschappelijk functioneren kan de vervolgstap naar een [instantie] worden gemaakt, waarbij niet kan worden uitgesloten dat betrokkene in de toekomst mogelijk met zijn vriendin kan samenwonen in een [instantie] . Een zorgmachtiging in het kader van de Wvggz wordt in deze fase als prematuur gezien. Het is meer passend om de behandeling vanuit het forensische kader vorm te blijven geven, waarbij de terbeschikkingstelling na een stabiel verlopen plaatsing in een [instantie] eventueel voorwaardelijk kan worden beëindigd.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De psychiater ondersteunt de overweging van betrokkene dat een verlenging voor de duur van een jaar een erkenning vormt voor zijn getoonde inzet en motivatie, maar het is te verwachten dat een traject met een behandeling in de FPA en vervolgens een plaatsing in een meer zelfstandige woonvoorziening meer dan een jaar in beslag zal nemen. Geadviseerd wordt de tbs-maatregel met voorwaarden voor de termijn van twee jaren te verlengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan het advies van de GGZ [instantie] van 1 november 2022 wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betrokkene heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt vanaf de start van de tbs met voorwaarden op 26 januari 2021. Hij heeft zich meewerkend opgesteld en hij heeft diverse behandelingen gevolgd. Hij is binnen de klinische setting abstinent van middelen. Betrokkene ziet de tbs-maatregel als een kans om zijn leven te beteren en om een nieuwe start te maken. Zijn zelfstandigheid zal stapsgewijs worden uitgebouwd. Hij is binnen de klinische setting van de [reclassering 2] geslaagd. Hij heeft alle verlofstappen doorlopen en is aangemeld bij een vervolgsetting. De behandelaren en de reclassering zijn van mening dat stapsgewijs en met de juiste begeleiding de kans op herhaling van delictgedrag beheersbaar is. Dit is van belang vanwege zijn beperkte ziekte-inzicht.  Een overplaatsing naar een [reclassering 2] setting en vanuit daar naar een beschermde, begeleide woonsetting is onderdeel van het traject. Betrokkene is gestabiliseerd en heeft de afgelopen twee jaar laten zien dat hij een stap kan gaan zetten naar een setting met een lager beveiligingsniveau. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vanwege de inschatting dat zijn behandeling niet binnen een termijn van één jaar zal zijn afgerond, wordt door de reclassering geadviseerd om de tbs met voorwaarden te verlengen met twee jaar. Tijdens de verlenging zal stapsgewijs via een klinische setting met een lager beveiligingsniveau naar een beschermde woonvorm toegewerkt gaan worden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De deskundige [deskundige] heeft dit advies op de openbare zitting bevestigd en daar waar nodig aangevuld. Hij heeft onder meer verklaard dat betrokkene sinds 3 november 2022 in de [verblijfplaats] verblijft en dat zijn behandelplan volgende week wordt besproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, gelet op de adviezen, het verhandelde ter zitting en artikel 38d van het Wetboek van Strafrecht, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaar wordt verlengd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van het advies van de psychiater en de [reclassering 2] vindt de rechtbank dat er meer dan één jaar nodig zal zijn om het recent ingezette behandeltraject bij de [reclassering 1] op een verantwoorde wijze voort te zetten en af te ronden. Uitgangspunt is dat een terbeschikkingstelling niet met één jaar wordt verlengd als aannemelijk is dat de behandeling nog langer dan één jaar zal gaan duren. Die situatie doet zich hier voor. De rechtbank is met de deskundigen van oordeel dat het traject dat is ingezet stapsgewijs en met de juiste begeleiding moet worden voortgezet om dit op een succesvolle wijze te kunnen afronden. De rechtbank heeft begrip voor het verzoek om de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen, gezien de door betrokkene getoonde inzet en motivatie, maar stelt vast dat dit gelet op wat hiervoor is weergegeven niet zinvol is. De rechtbank ziet ook in wat de raadsman ter zitting heeft aangevoerd geen reden om de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden te beperken tot één jaar</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe en verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden, zoals opgenomen in het vonnis van deze rechtbank van 13 januari 2021, van <emphasis role="bold">[Terbeschikkinggestelde]</emphasis> met <emphasis role="bold">twee jaar</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door</para>
      <para>mr. E.G.C. Groenendaal,	voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.A.E. Somsen en P.J.H. van Dellen,	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van E.J.M. Veerman,	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 januari 2023.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat </para>
      <para>mede te ondertekenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>