<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2023:2326</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-05-01T09:32:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2023-03-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">22/4672</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:2326">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2023:2326</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-04-25T11:58:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2023-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2023:2326 Rechtbank Amsterdam , 23-03-2023 / 22/4672</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2023:2326:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>klaagschrift strekt tot vernietiging van de middels een EOB-onderzoek verkregen gegevens van de mobiele telefoon van klager. Beklag ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2023:2326:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>RK nummer: 22/4672</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum beschikking: 23 maart 2023 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">BESCHIKKING</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op het klaagschrift <emphasis role="bold">ex artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering </emphasis>van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klager]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedag] 1973,  </para>
      <para>domicilie kiezende te [adres 1],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>klager.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het klaagschrift is op 1 november 2022 ingediend ter griffie van deze rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 9 februari 2023 het klaagschrift behandeld en klager, zijn raadsvrouw, mr. E. de Witte, advocaat te Amsterdam, en de officier van justitie, mr. C.E.J. Backer, in openbare raadkamer gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Inhoud klaagschrift en standpunt klager</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het ingediende klaagschrift strekt tot vernietiging van de middels een EOB-onderzoek verkregen gegevens van de mobiele telefoon van klager. De telefoon werd op 18 oktober 2022 op grond van de artikelen 96c, 125i/125j Wetboek van Strafvordering tijdens de doorzoeking op het kantoor van [naam bedrijf BV] en [naam bedrijf BV] aan de [adres 2] in beslag genomen. De telefoon is al teruggegeven aan klager, maar er is een zogenoemde image gemaakt. Uit het klaagschrift en de toelichting daarop door de raadsvrouw van klager in raadkamer volgt dat wordt verzocht om vernietiging van de gegevens van de telefoon (image) omdat het beslag op de telefoon onrechtmatig heeft plaatsgevonden. Uit het EOB volgt immers geen grondslag voor inbeslagname van privéspullen van klager. Binnen [naam bedrijf BV] houdt niemand zich bezig met [naam cryptocurrancy] of andere cryptovaluta en klager is geen verdachte. Tevens is door de inbeslagname van de telefoon het recht op eigendom van de telefoon geschonden, alsmede het recht op eerbiediging van het privéleven en de bescherming van persoonsgegeven (de artikelen 17, 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie <emphasis role="italic">(hierna: Handvest)</emphasis>). Niet is gebleken dat de inperking van het eigendomsrecht van klager in overeenstemming met de wet is gebeurd. Het binnentreden en de inbeslagname bij [naam bedrijf BV] was immers gericht op medewerkers die zich met [naam cryptocurrancy] bezighielden terwijl klager zich daarmee niet bezighield. Gelet daarop is sprake van een ongerechtvaardigde beperking op voormelde grondrechten. Dat maakt het beslag van de telefoon en de daaropvolgende onderzoek aan de telefoon onrechtmatig.  </para>
      <para>Subsidiair wordt aangevoerd dat de gegevens op de telefoon niet alleen betrekking op [naam bedrijf BV] hebben, maar ook op gegevens betreffende twee andere entiteiten waarop het EOB niet ziet (<emphasis role="italic">naar de rechtbank begrijpt: ‘[entiteiten]</emphasis>). Deze informatie had niet in beslag mogen worden genomen en daarom is de inbeslagname van de telefoon met betrekking tot die informatie niet rechtmatig en derhalve ook het vervolgonderzoek, het maken van de image, niet. De op die wijze verkregen informatie met betrekking tot deze twee entiteiten dient dus te worden vernietigd en niet aan de Estse autoriteiten te worden overgedragen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Standpunt van het Openbaar Ministerie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beklag.</para>
      <para>Het EOB dient te worden gerespecteerd en er is in dit geval geen reden de uitvoering ervan te weigeren. De door de raadsvrouw aangevoerde de privacy- en eigendomsredenen dienen er niet toe te leiden dat de gemaakte image wordt vernietigd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het oordeel van de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in beslag genomen telefoon waarop het klaagschrift ziet, is vermeld op de lijst van inbeslaggenomen goederen van 18 oktober 2022. De doorzoeking vond plaats met toestemming van de officier van justitie ter uitvoering van een Europees onderzoeksbevel (EOB) uit Estland met kenmerk EOB-I-2022018739. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit <emphasis role="italic">Section G: Grounds for issuing the EIO </emphasis>blijkt, kort gezegd, dat het EOB onder meer op een verdenking van fraude met <emphasis role="italic">cryptocurrency</emphasis>, in het bijzonder ‘[naam cryptocurrancy]’, ziet. De verdenking bestaat dat ‘[naam cryptocurrancy]’ de prijs van de <emphasis role="italic">cryptocurrency</emphasis> ‘[naam cryptocurrancy]’ alsmede het aantal gebruikers heeft gemanipuleerd teneinde investeringen aan te trekken, alsmede [naam cryptocurrancy] als een levensvatbare cryptomunt te positioneren die onder meer als betaalmiddel kan worden gebruikt of waar winst mee kan worden gegenereerd. Bovendien is er reden om aan te nemen dat het geld dat met de verkoop van [naam cryptocurrancy] is ontvangen, via verschillende bedrijven, door middel van ogenschijnlijke transacties, wordt overgedragen aan de derde partijen die zijn gekoppeld aan onder meer [naam cryptocurrancy] en [naam bedrijf BV] of aan personen behorende tot haar directie- of eigenaren. Via een webpagina, [webpagina], die wordt beheerd door de firma [naam bedrijf BV] kunnen [naam cryptocurrancy] worden verkregen en via dit bedrijf vindt netwerkmarketing van [naam cryptocurrancy] plaats. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens is in <emphasis role="italic">Section G</emphasis> het volgende opgenomen: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>“<emphasis role="bold">The purpose of the search is to find the correspondence, communications and notes of the managers, employees and associated persons of [naam bedrijf BV] dealing with [naam cryptocurrancy], to find databases relating to [naam cryptocurrancy], to find the accounting records of [naam bedrijf BV], to find documents and data of associated companies, to find and seize virtual currency accounts, keys of cryptocurrency wallets and other documents relating to economic activities.</emphasis>”</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten slotte blijkt uit het proces-verbaal ‘Verslag van doorzoeking in bedrijfspand [adres 2]’ en het klaagschrift dat klager binnen [naam bedrijf BV] de functie <emphasis role="italic">Director of Operations</emphasis> bekleedt en hij heeft desgevraagd aangegeven dat ten tijde van het binnentreden de leiding van het bedrijf in zijn handen was.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Toetsingskader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het systeem van het EOB is gestoeld op het beginsel van wederzijdse erkenning. Dat brengt met zich mee dat de ruimte om af te zien van erkenning en tenuitvoerlegging van een EOB beperkt is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In (onder meer) zijn arrest van 21 december 2021<footnote-ref linkend="_dccb3e81-9a0f-4cb3-bcc0-fe45e6842a7d" /> heeft de Hoge Raad het toetsingskader in beklagzaken op basis van  artikel 5.4.10 Sv in verbinding met artikel 552a Sv uiteengezet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de behandeling van een dergelijk klaagschrift wordt geen onderzoek gedaan naar de gronden voor het uitvaardigen van het EOB. Evenmin wordt de proportionaliteit van de inbeslagneming en van de daarop volgende overdracht van voorwerpen getoetst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daar staat tegenover dat wel, al dan niet ambtshalve, moet worden beoordeeld of zich – gelet op de artikelen 5.4.3 en 5.4.4  van het Wetboek van Strafvordering – een grond voordoet voor het weigeren van de erkenning of de uitvoering van het EOB. Daarnaast kan, indien aan de orde, ook worden beoordeeld of de bevoegdheid waarmee uitvoering is gegeven aan het EOB, rechtmatig is toegepast. Die beoordeling is overigens beperkt tot een onderzoek naar de formaliteiten waaraan de inbeslagneming moet voldoen. Verder staat aan de rechtbank ter beoordeling of de in beslag genomen voorwerpen het bewijsmateriaal betreffen waarop het EOB betrekking heeft en die de uitvaardigende autoriteit met dat bevel beoogt te verkrijgen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beoordeling van een klaagschrift dat betrekking heeft op inbeslagneming op grond van een EOB is ten slotte niet de vraag aan de orde of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Aan het systeem van het EOB ligt immers ten grondslag dat met de uitvaardiging van een EOB het belang van strafvordering in de uitvaardigende staat wordt verondersteld aanwezig te zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover de ter uitvoering van het EOB inbeslaggenomen voorwerpen gegevensdragers betreffen, is nog van belang dat deze gegevensdragers worden overgedragen aan de uitvaardigende autoriteit. Dat is slechts anders als uit de inhoud van het EOB blijkt of door de uitvaardigende autoriteit is aangegeven dat de overdracht van een kopie volstaat. Daarnaast is het niet aan de rechter die over het klaagschrift oordeelt, om te bepalen dat kopieën van de op inbeslaggenomen gegevensdragers opgeslagen gegevens aan klager ter beschikking worden gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EOB door de officier van justitie is erkend en tenuitvoergelegd. De doorzoeking en de inbeslagneming naar aanleiding van dit EOB heeft plaatsgevonden overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften, zoals vermeld in de artikelen 96c, 125i/125j Sv. De inzet van deze bevoegdheden is naar Nederlands recht dan ook rechtmatig gebeurd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Kort gezegd is aangevoerd dat het EOB geen grondslag biedt voor inbeslagname van privéspullen van klager, door de inbeslagname van de telefoon de artikelen 7, 8 en 17 Handvest zijn geschonden en (subsidiair) dat gegevens in beslag zijn genomen waarop het EOB niet ziet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank slaagt het verweer niet. Uit het EOB blijkt dat de opbrengst van de fraude met [naam cryptocurrancy] onder meer zou zijn overgedragen aan [naam bedrijf BV], dan wel aan personen behorende tot haar directie- of eigenaren ten goede zou komen. Dit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank de inbeslagname van de telefoon onder klager, die immers <emphasis role="italic">Director of Operations</emphasis> bij [naam bedrijf BV] is en zich ten tijde van de inbeslagname als leidinggevende op het kantoor van [naam bedrijf BV] bevond. Naar het oordeel van de rechtbank betreft de inbeslaggenomen telefoon bovendien bewijsmateriaal waarop het EOB betrekking heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De stelling dat men zich bij [naam bedrijf BV] niet met [naam cryptocurrancy] bezighield en klager geen verdachte is, ziet op de grondslag van het EOB. De rechtbank doet in het kader van de beoordeling van het klaagschrift echter geen onderzoek naar de gronden voor het uitvaardigen van het EOB. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat betreft de schending van de artikelen 7, 8 en 17 Handvest is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van een gerechtvaardigde inperking van die grondrechten nu er sprake is van een bij wet voorziene beperking, welke noodzakelijk is en daadwerkelijk aan door de Unie erkende doelstellingen van algemeen belang beantwoordt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot hetgeen de raadsvrouw subsidiair heeft aangevoerd overweegt de rechtbank het volgende.</para>
      <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de telefoon bewijsmateriaal bevat waarop het EOB betrekking heeft; onder meer (zakelijke) correspondentie met betrekking tot [naam bedrijf BV] Dat er op de telefoon eveneens informatie zou zijn aangetroffen met betrekking tot twee aan de genoemde B.V. gerelateerde entiteiten (<emphasis role="italic">naar de rechtbank begrijpt: ‘[entiteiten]</emphasis>), maakt dit niet anders.</para>
      <para>Hoewel het niet aan de rechtbank is om te beoordelen of deze informatie al dan niet relevant is voor het lopende strafrechtelijke onderzoek c.q. de waarheidsvinding, geldt in het algemeen dat het aantreffen van enige irrelevante gegevens tot op zekere hoogte onvermijdelijk zal zijn bij de inbeslagname en overdracht van een grote hoeveelheid aan digitale gegevens. Bovendien is de rechtbank in de onderhavige zaak van oordeel dat het belang van een effectieve en doelmatige rechtspleging zwaarder weegt, dan het belang van de betrokkene om de voorbedoelde bijvangst te minimaliseren.<footnote-ref linkend="_21416a22-2699-4698-bc5d-9d098c8c58eb" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De door de raadsvrouw naar voren gebrachte argumenten kunnen daarom niet leiden tot gegrondverklaring van het beklag namens klager.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande zal het beklag van de klager ongegrond worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beklag <emphasis role="bold">ONGEGROND</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is op 23 februari 2023 gegeven en in het openbaar uitgesproken door: </para>
      <para>mr. M. van Mourik,  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.J.R.M. Vermolen en L. Sanders,	     		                  	        	   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. V.J.G. van der Want			                    	     griffier.          </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor klager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beschikking</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_dccb3e81-9a0f-4cb3-bcc0-fe45e6842a7d" label="1">
    <para>
      <emphasis role="underline">ECLI:NL:HR:2021:1940 (https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2021:1940)</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_21416a22-2699-4698-bc5d-9d098c8c58eb" label="2">
    <para>
      <emphasis role="underline">ECLI:NL:RBAMS:2019:9095 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/)</emphasis>
    </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>